Kakelkrant van Sprakeloos 66: Onfortuinlijk Nederland

Open Brief aan alle opgewonden standjes in Nederland,

(maar ook aan alle rekkelijken, redelijken, genuanceerden, juridisch rechtlijnigen en onverschilligen,)

Wat schetst mijn verbazing, of eigenlijk ook weer niet, mijn tijdlijn op Twitter heeft Volkert van der G als trending Topic. En dat is, verontwaardigd en hyperig als we zijn, binnen no time waarschijnlijk ook nog worldtrending, mogelijk voor de hele dag. Zo zijn we tegenwoordig.

6 mei 2002

Zoals velen weet ik de dag en plek nog toen het nieuws even over zessen over de gruwelijke moord op Pim Fortuyn tot me binnendrong. Er was weinig fantasie voor nodig om de impact ervan voor Nederland te bevroeden. Pim is niet meer, al zijn er velen die beweren dat ze nog een lijntje met hem hebben, waar hij zich ook moge bevinden. Ik heb dat niet. Ik was ook geen warm voorstander van Fortuyn, toen niet en ik ga achteraf ook zijn gelijk niet prediken. Wat ik wel heel duidelijk zag, is het nut en de functie van deze populistische, maar zeer intelligente politicus. Nederland moest worden wakker geschud vond hij en ik denk, of eigenlijk weet ik, dat hij gelijk had. We zullen nooit weten hoe hij Nederland verder zou hebben gebracht, helaas. Ik ben overigens van mening dat met Pim Fortuyn ook zijn gedachtegoed is verdwenen. Niet de onvrede in Nederland, niet de boosheid op en van alles en iedereen in de Nederlandse samenleving en zeker niet de onmacht van de politiek. Die zijn gebleven en dat hebben we geweten de afgelopen tien jaar.

Fade away

Tien jaar!!!! Het is al weer tien jaar geleden en het lijkt de dag van gisteren. In de 10 jaar heeft de nalatenschap, zo u wilt de geest van Pim Fortuyn zeker een zeer prominente rol gespeeld. Alleen die nalatenschap is gekaapt en misbruikt, eigenlijk bezoedeld. Uit puur politiek opportunisme zijn er politici die de onvrede naar hun hand hebben gezet, sterker nog, de onvrede onnodig hebben aangewakkerd. In die tien jaar is het de ‘oude politiek’ niet gelukt om een adequaat antwoord te geven. Jammer.

Oog om oog

Terug naar Volkert van der G. Hij zou met proefverlof mogen, of misschien ook weer niet. Ondanks mijn groeiende cultuurpessimisme, uit puur zelfbehoud zet ik dat om in een mate van onverschilligheid over de Haagse burelen, geloof ik meestal nog wel in de rechtstaat die we met zijn allen zijn. Ik moet wel, want wat blijft er anders nog over van ons land. Dus de gruwelijke misdaad van Volkert van der G is berecht en daarmee heeft hij ook zijn rechten als de straf is afgelopen. Of het voldoende straf is, weet ik niet. Hoe straf je een moord en nog wel een politieke moord met grote maatschappelijke consequenties? Ik weet het echt niet. Dat is aan de rechters. Ik wil niet verder stil staan bij deze dolende ziel die hij was en mogelijk nog is. Interessanter vind ik de vraag: ,,Hoe zou Nederland er uit hebben gezien als het op 6 mei 2002 anders was gelopen?”

Andersdenken

Durf die vraag eens te stellen. Zouden we dan ook een politieke constellatie hebben die de onvrede alleen maar groter maakt. Zouden we dan ook zo hopeloos verdeeld zijn met zijn allen, hetgeen zich afspiegelt in onwerkbare coalities? Wat zou Fortuyn zelf gedaan hebben met zijn monsteroverwinning van de LPF. Zou de JSF een discussie zijn geweest? Zou Wilders via een achterdeur als langstzittende vleesgeworden parlementariër zijn verdwenen bij de VVD?

We zullen het nooit weten. Mag ik ter afronding een zeer flauwe en vaak gebruikte woordspeling maken? De Nederlandse geschiedenis is na Fortuyn op zijn minst onfortuinlijk. Hoe zetten we het welzijnsgevoel weer om te zetten in maatschappelijk fortuin. Dat moet de kwestie zijn en geen scherpslijperij over ene Volkert.

Een Sprakeloze groet

Pax feminien, een lachertje natuurlijk

Dat mannen ‘mannetjes’ zijn,  is genoegzaam bekend. En door de opeenvolgende feministische golven zijn we ook gaan geloven dat al het wereldleed ongeveer veroorzaakt wordt door testosteron. Misschien is het waar, misschien ook niet. Is de wereldvrede daadwerkelijk gewaarborgd als vrouwen de macht hebben? Zullen we gelukkiger worden met een groot mondiaal matriarchaat? Ik waag het te betwijfelen. Mogelijk zal de wereld er ook niet slechter uitzien met vrouwenpower, al weet ik dat niet zeker.

Ooit in een ver verleden heb ik een jaar in een klas met overwegend meisjes gezeten. Ik kijk niet terug op een spectaculair jaar, ik wist niet waar het probleem lag toentertijd. Nu weet ik het, te veel aan vrouwen, bakvissen toen nog. De verschillende werkervaringen hebben mij geleerd dat de verfijning van elkaar afmaken bij vrouwen verder is geëvalueerd. Goed, openlijke machtsstrijd en borstgeroffel tussen mannen heb ik ook gezien. Maar nu ik richting de vijftig loop, herken ik pas de destructieve kracht van vrouwen in groepen. Lang heb ik geloofd in onderlinge vrouwensolidariteit, heimelijk was ik er wel jaloers op. Nu weet ik beter, die solidariteit bestaat tot aan de drempel van de deur. Zijn vrouwen eenmaal uit elkaars aura verdwenen, spelen vaak hele andere krachten. Roddel en achterklap zijn mijns inziens uitgevonden door vrouwen. Zijdelings maak ik het middelbare schoolgebeuren van mijn kinderen mee. Bij de oudste werd enige jaren geleden de klasdynamiek door het onderwijzend personeel beschreven als ‘de macht van de bijenkoninginnen’ die hun giftige uitwerking had op het hele groepsgebeuren met geknakte schoolcarrières aan toe. We zullen nooit weten hoe slachtoffers van deze kleine loeders zich later zullen ontwikkelen met persoonlijkheidsproblematiek. Mijn jongste zoon lijkt nu al de wijsheid te hebben die zijn vader in de midlifecrisis heeft verkregen. Op de spaarzame momenten van mededeelzaamheid geeft hij te kennen dat hij het gezellig heeft op school. Hij kan goed opschieten met zijn klasgenoten en ‘als die wijven weer onderling mot hebben, trekken we ons gewoon terug met de jongens’. Er zijn veel momenten dat ze zich terugtrekken heb ik begrepen. Hij zit er niet mee, voor hem is het een levensgegeven zoals gras groen is.

En dan het gevecht tegen het ideale vrouwbeeld. Natuurlijk wordt dat uitgebuit door ook veel mannelijke kapitalisten. Echter ik durf de stelling te verdedigen dat zij slechts misbruik maken van de onderlinge wedijver van vrouwen om maatje anorexia als hun ideaal te zien. En die dikke tieten zou het summum voor mannen zijn? Ik moet het eerste onderzoek nog zien dat beweert dat vrouwen met dikke tieten beter in de huwelijksmarkt ligt.

Misschien is de zogenaamde vrouwensolidariteit wel de grootste vijand van de vrouw zelf. Die zogenaamde hartsvriendinnelijkheid, waarbij alle intieme zaken worden gedeeld en ieder beddetail wordt besproken en gewogen. Alle gevoelens op ongeacht welk tijdstip zijn gemeengoed in de vriendinnengroep en als er geen wezenlijke zaken zijn, worden er wel issues gemaakt. Van niets wordt iets gemaakt en binnen no time is het een sociaal probleem. Heel vaak is de partner of vriend dan de oorzaak, of de man in het algemeen. Echter die zogenaamde solidariteit onderling komt vroeg of laat heel hard terug bij de deelneemsters. Het lijkt wel hoe groter de onderlinge verbondenheid des te groter is het geheugen. Op de meest onverwachte momenten worden persoonlijke ontboezemingen dan prijs gegeven aan de openbaarheid via de sociale media, op school of op het werk. Er is dan geen weg meer terug, het gif is gezaaid en de groepsdynamiek naar de kloten. Vrouwelijke oplossingen als praatsessies ten spijt, het mag niet meer baten.

Met deze gedachte ging ik het weekend in. Het laatste uur van de vrijdag was dit het gespreksonderwerp bij het afsluiten van de computers en de laatste sigaret. We, een mannelijke en een vrouwelijke collega, waren het hartgrondig met elkaar eens. Pax feminien bestaat echt niet. In de herfstzon liep ik naar het station. De trein stond er al en ik kon in mijn eentje zitten in een coupé. Na vijf minuten werd mijn zelfverkozen eenzaamheid in de trein verstoord door een ijskoningin van pakweg 17 jaar die met een trolleykoffer zich zelf ongenaakbaar nestelde schuin tegenover mij. Ze was slank en blond, niet bijzonder mooi, maar ze had wel oneindige lang benen. Haar door de make-up sprekende blauwe ogen gunde mij geen blik waardig en daar heb ik alle begrip voor. Ik mijmerde verder door te kijken naar de roltrap die vanuit de stationshal steeds weer nieuwe mensen op het perron uitspuugde. Een vermakelijk tijdverdrijf nu ik mijn mobieltje vergeten was. Opeens werd de ledigheid wreed verstoord. De blonde jonge dame begroette kirrend twee soortgenoten die ook de trein in stapte. Ze bleek te kunnen lachen en mijn vrees werd bewaarheid. Ik werd ingesloten door drie meisjes van net geen achttien, mogelijk waren ze nog jonger. Ik kon door de hoeveelheid plamuur niet een precieze leeftijdsinschatting maken.

  • ,,Hé EMO.” zij de blondine tegen het eerste meisje dat nu tegenover mij ging zitten.

  • ,,Ja, het is nog niet goed, ik heb het nog maar een keer uitgespoeld vanmorgen.”

  • ,,Beste mooi en nu gaat ze zich snijden.” flapte de dame die naast me ging zitten eruit.

    Ze had een beugel met plaatjes, maar lachte haar gebit zonder problemen bloot.

Uit de eerste hijgerige begroeting begreep ik dat de EMO die avond ervoor haar haren zwart had geverfd, maar ze beweerde dat het midden-bruin was. Ik zag het niet. Ze was zelf ook niet tevreden ondanks dat beide andere meisjes beweerden dat het heel mooi was. Van enige ongenaakbaarheid was niets meer te bespeuren. Bij mij als toehoorder kwam eerder het woord ongeremd naar boven, of zo u wilt onbeschaamd. Als veertiger bestond ik niet en ze leken niet te beseffen dat ze in de trein zaten en niet in de bescherming van een meisjeskamer. In eerste instantie werden alle ‘treiterpijlen’ van de dames op de emovriendin gericht. Zij wist echter van onderwerp te veranderen door te wijzen naar een man met een hoed die instapte. Hij bleek een verschijning te zijn die op hun lachspieren werkte. Ik durfde me niet om te draaien omdat daarmee de kans aanwezig was dat ik deelgenoot werd van hun publiekelijke hekserij. En de toorn van een vrouw mag dan spreekwoordelijk zijn,  dat valt nog in het niet bij het zenuwachtige openbare gegiechel en gejoel van een tros bakvissen. Met succes kon ik me anoniem houden. Nu kreeg het beugelbekkie ervan langs. Ze deed aanvankelijk niet mee met het gesprek.

  • ,,Heb je pijn aan je mond en tanden, je bent zo stil.”

Er zat weinig medeleven in de vraag, er kwam dan ook geen antwoord. Het kind naast me keek op dat moment niet gelukkig, maar dat werd ogenschijnlijk niet opgemerkt. Emo en Blondie babbelden verder over school en dan met name de aanwezige bewakers van die school. Ze werden ingedeeld in groepen of je er wel of niet mee naar bed zou willen. Ik was nog bezig om het woord bewakers te plaatsen in het schoolgebeuren, toen bleek dat ene Jesse de ‘Hunk’ tussen de bewakers rondliep.

  • ,,Maar toen ik begreep dat hij 26 jaar oud was, heb ik hem geblokt op mijn app.”

  • ..Logisch, weet je wat hij me laatst vroeg? Of ik model was!”

  • ,,Wie jij? Wat een rare vraag en wat zei je?”

  • Uh? Toen zei hij of je nu model bent of niet, voor mij ben je wel een model. Vieze ouwe man is het toch, niet?

  • ,,Weet je met wie ik aan het appen ben, drie maal raden?”

Beugelbekkie probeert ook weer mee te doen met de conversatie, ze krijgt geen gehoor bij Blondie en Emo.

  • ,,Ben blij dat het weekend is, ga vanavond uit. Hoop dat Ruud ook komt.”

  • ,,Ruud?”

  • ,,Ken je niet, was vorige week ook op dat feest, je weet wel…..!”

  • ,,Ben je mee naar bed geweest?”

Emo draaide met haar ogen. Als onzichtbare buitenstaander kon ik niet opmaken of dat een ja of een nee was. Emo herinnerde zich dat er nog een vraag in de coupé rondhing.

  • ,,Met wie ben je aan het appen?”

  • ,,Raad je nooit.’

  • ,,Kurt, André, Michiel, ”

  • ,,Felix, Robert, Mo?”

Beugelbekkie leek de aandacht prettig te vinden en liet de anderen verder raden, maar die hadden er geen zin en ratelden al weer over andere zaken. Ze smiespelden een beetje dus als onzichtbare man lukte het niet om er een touw aan vast te knopen. Beugelbekkie besloot het raadspelletje nieuw leven in te blazen.

  • ,,Het begint met de letter D.”

Vilein kijkt Blondie naar Beugelbekkie.

  • ,,Moeten we hem kennen?”

Emo deed er nog een schepje bovenop door te vragen of ze er mee naar bed is geweest op een manier zoals je zou vragen of hij bij je in de straat woont of in de klas zit. Zonder op antwoord te wachten somden Blondie en Emo een heel arsenaal aan jongensnamen met een D. Naast me voelde ik het zenuwachtig geschuifel van Beugelbekkie en gepikeerd riep ze.

  • ,,Ik ben geen afgelikte boterham, zeg.”

Blondie en Emo bevestigden noch ontkenden. De trein kwam tot stilstand en ik moest uitstappen.

Een gevaarlijk moment voor een onzichtbare veertiger die moet uitstappen uit de tot meisjeskamer vermomde treincoupé. Dit is het uitgesproken moment om heel stom te giechelen of iets heel onoorbaars over een vreemde te zeggen. En al weet je dat het puur uit onvermogen gezegd wordt, je kunt zomaar publiekelijk slachtoffer worden. Er gebeurde gelukkig niets. Beugelbekkie schoof op naar mijn plaats en ik hoorde nog net dat een niet aanwezige vriendin werd besproken. Een veilig onderwerp voor alle drie, de gelederen werden gesloten en de vrouwensolidariteit was weer hersteld voor dat moment. Onbetaalde rekeningen zullen later wel worden vereffend. Volgende week, over een maand of misschien wel over een jaar. Dat is zeker.

Kakelkrant van Sprakeloos 65: Nog een geluk dat het geen herfst is

Ik weet het, je hebt rasoptimisten en droefsnoeten. Hoewel er momenten zijn dat ik me aardig kan profileren als optimist, behoor ik eigenlijk tot het gilde van de droefsnoetigen. Als het wereldnieuws samen komt met enige oneffenheden in het persoonlijke leven of mijn fysieke constitutie is niet even niet 100% dan neig ik naar vormen van (cultuur)pessimisme. Vandaag is het zo’n dag, dus bereidt u voor op een inktzwart stukje. Gelukkig heb ik een afsluiting waarbij het vermoeden bestaat dat er hoop is. Een klein sprankje hoop slechts, maar als de gedachten in een zompig moeras verkeren, is iedere strohalm voldoende om die in ieder geval memoreren. En als je dat kan, ben je geen raspessimist, slechts leidend aan Weltschmerzen.

De koffie (niet meer helemaal vers) en een boterham met hagelslag (al het vlees was al op) stonden naast de opengeslagen krant. De krant die wist te vertellen dat de terroristen in Kenia nu ècht verslagen waren. Je wordt er niet vrolijk van. Vervolgens een uitgebreid verslag van de komedie die wij hier Nederlandse politiek noemen. De ontevredenheid met de gemiddelde kiezer deel ik inmiddels, de keuze om dan maar PVV of SP te stemmen echter niet.Verder op in de krant een stukje over hoe Turkije zomaar in de ‘burgeroorlog’ in Syrië verzeilt kan raken. Ik zal de humanitaire ramp en totale waanzin in Syrië zelf maar niet benoemen. Dan lees ik over doodsbedreigingen aan een Griekse statisticus omdat hij de echte overheidstekorten vaststelde. Dit was echter niet de bedoeling. Boven dit bericht vrolijke foto’s van de VW bus. Maar het begeleidende schrijven leert dat de laatste van deze typerende auto’s in Brazilië van de band komen. Dan is dit ook definief verleden tijd. Al het goede verdwijnt ook. Soms is het leven zwaar k**.

Terug naar de voorkant van de Trouw waarin gewaarschuwd wordt voor de totale inmenging van internet in ons leven. Natuurlijk zijn er voordelen, maar cybercrime ligt op de loer. En dan gaat het niet over het simpele leegroven van je internetbankrekening, maar over het rommelen van je identiteit met alle gevolgen van dien. Wie de film ‘The Net’ uit de jaren negentig zich nog kan herinneren, moet dus vaststellen dat deze thriller slechts een slap aftreksel is van wat ons nog te wachten staat. We worden geleefd door een techniek die we niet meer als mens kunnen regisseren. Het is zoiets als ‘de bureaucratie’ waarbij iedereen zegt dat het noodzakelijk is, maar niemand weet welke gevolgen zijn beslissingen zal krijgen in het geheel. Ik noem het gemakshalve maar de ontzieling van het publieke domein.

Een prachtige foto van koningin Maxima helpt niet om mijn stemming te verbeteren en dat wil wat zeggen. Ik sla de krant dicht en drink mijn inmiddels lauw geworden koffie op.

Dan maar even kijken of facebook en twitter nog iets te bieden hebben voor het gemoed. En ja hoor, het eerste tweetje geeft een link naar een interview met Joris Luyendijk die zich heeft ondergedompeld in het bancaire leven van Londen. Met zijn cultureel antropologische achtergrond schets hij deprimerende doemscenario’s over de crisis die volgens hem nog lang niet ten einde is. We zitten economisch en financieel op een dood spoor is mijn vlotte conclusie uit dit stuk, het moet anders! Joris Luyendijk als onheilsprofeet. De toekomst zal leren of hij achteraf gelijk gaat krijgen of dat we hem zullen vergeten. Het probleem is echter dat het nu nog niet de toekomst is, maar slechts het trieste nu. Soms lijkt de aarde wel een grote humanitaire vuilnisbelt.

herfst 2Ik besluit de computer maar af te sluiten en rook een sigaret in de tuin. (Ja, want ook het stoppen met roken lukt maar niet.) En dan zie ik ineens op deze, nog net niet herfstige dag, onverwacht een een roos bloeien in de tuin. Een roos die ik zelf niet gepland heb en dus bij de buren weg moet komen. Ik had de bloem nog niet eerder waargenomen. Voor vandaag koester ik deze roos maar, onze eigen vuilnisroos als teken dat er toch nog wel licht aan het eind van de tunnel is.

herfst 3

Kakelkrant van Sprakeloos 64: Plofkiprillingen

Heb ik weer? Tegen de tijd dat de jaren gaan tellen en overtollige kilo’s niet vanzelfsprekend eraf gaan met een weekje rustig aan doen, maar een zwaar ascetisch leven is vereist om niet obesed te worden, komen ze bij De Trouw met een nieuwe kwestie. In het besef dat je richting de vijftig gaat, zijn er momenten dat je je gezondheid gaat overdenken. Sommigen doen dat eerder, ik niet. En als je over je eigen gezondheid gaat denken, probeer ik dat in een breder verband te zien. Daarvoor ben je immers ook in de midlifecrisis beland, om na te denken. In mijn geval niet over motoren of een tweede leg, integendeel. Voor een motor heb ik het geld niet en de eerste leg voldoet nog. Nee, over eten. Langzaam dringt het tot me door dat ik eens kritisch moet kijken naar de herkomst van voedsel. De biologische lobby begint zijn vruchten af te werpen. Ergens in mij ontstaat de behoefte om niet alles op mijn bord als een klakkeloze omnivoor naar binnen te werken. Gezond, biologisch en verantwoord eten zou een onderdeel moeten gaan worden van mijn leeftijdsgebonden contemplatie. Zelfs in de mainstream supermarkten is biologisch een wezenlijke marketingstrategie geworden.

En op zo’n moment komt de Trouw in één van haar bijlagen om mijn wereldbeeld hevig door elkaar te husselen. Biologisch voedsel zorgt voor te veel gebruik van beschikbare gronden. Juist de intensieve landbouw kan een antwoord geven op de armoede en hongerbestrijding in mondiaal perspectief. Ik begrijp dus dat het een kwestie van maanden, hooguit enkele jaren is, dat biologisch, slow voedsel ‘old school’ is. Intensieve landbouw en hoogwaardige technologie heeft de toekomst ook voor de hippe vogels die graag met hun handen in de grond wroeten. De romantiek om enkele armetierige peentjes op facebook te zetten als je stabiele bijdrage aan het milieu is zo 2012. Want er is helemaal geen romantiek te ontdekken in de onthaasting van de stedelijke moestuin als de volgende stelling waar zou zijn: ,,Hoe ethisch is het om je eigen gezondheid te prevaleren, boven de noden van de armen in de Derde Wereld?”

Zoals gezegd, intensieve landbouw is het antwoord. Back to basics is slechts egoïstische zelfontplooiing van de happy few in het rijke westen. Het moge duidelijke zijn dat egoïsme niet hip is, dus voor mij geen onbespoten appels meer en zelfs genmanipulatie begint acceptabel te worden. Alles voor de hongerbestrijding voor alle mensen.

Ik vrees echter de dag dat Trouw met een artikel komt waarbij de acceptatie van de plofkip in het vizier komt, want daar zijn we als weldenkenden in Nederland nog niet klaar voor. We gaan ons toch niet verlagen tot het kopen van een goedkoop kippetje voor het plebs.

Kakelkrant van Sprakeloos 63: Following the leader

 

Zeker 60% van de Nederlanders heeft een enorme behoefte aan een sterke leider. Dat is natuurlijk het gevolg van de afkeer die men zegt te voelen voor de hedendaagse politiek in het algemeen en het huidige kabinet in het bijzonder. Maar zo’n krantenkop zou je eigenlijk eens goed moeten proeven en het liefst met de mindset van enkele decennia terug. Het was toen niet denkbaar en nu is het gemeengoed geworden als we dit onderzoek moeten geloven. De dag erop wordt hetzelfde onderzoek min of meer gerelativeerd dat we geen landje zijn van voor een sterke leider. Ik mag het hopen. We dreigen wel een landje te worden dat graag complexe situaties met ‘Jip en Janneke’ oplossingen te lijf wil gaan. In deze context brengt dat een liedje van Walt Disney bij mij naar boven die simpliciteit (en het potentiële gevaar) aangeeft.

 

 

 

Tee Dum Tee Dee

 

a tee dlee ed tee day

 

It’s part of the game

 

Tee Dum Tee Dee

 

The words are easy to say

 

Just a tee Dlee Dum

 

a Tee Dlee Dum tee day

 

Tee Dum Tee Dee

 

A Tee Dle Eedo Tee Di

 

 

Gewoon lekker simpel brengen van de boodschap, de inhoud maakt niet uit, we hoeven het niet te begrijpen als de boodschap maar lekker bekt en goed gebracht wordt, dan geloven we er in. Niet meer nadenken.

 

 

We march along

 

and follow the other guy

 

eaqch thing he does

 

The rest of us have to try

 

with a Tee Dlee Dum

 

a Tee Dle Eedo Tee Di

 

We verlangen blijkbaar naar eenheidsworst en wat goed is voor jou, is blijkbaar ook goed voor mij. Een ander, de leider bepaalt dus wat goed is voor ons lijders.

 

 

We’re following the leader,

 

the leader, the leader

 

We’re follwing the leader

 

wherever he may go

 

We won’t be home

 

till morning

 

We won’t be home

 

till morning, till moring

 

Because he told us so.

 

 

Maar als puntje bij paaltje komt, zijn we er dan wel gelukkig mee met de volgende ochtend? Wat is ‘ons huis’ met een sterke leider? Een leider volgen is niet zomaar een spelletje!

 

 

Tee dum tee dee

 

a tee dlee edo tee day

 

we’re out for fun and

 

this is the game we play

 

come on join in

 

and sing your troubles away

 

with a tee dlee Dum

 

a tee dle dum Tee Day

 

 

Ik kan niet ontkennen dat het algemene voorkomen van ‘Den Haag’ niet zo’n fraai beeld geeft. Laat staan dat er inspirerende vergezichten worden voorgespiegeld. En ik neem gemakshalve aan dat het die ontevredenheid is die mensen doet verlangen naar een sterke leider. Ik prijs me echter gelukkig dat het beeld van die sterke leider voor ieder individu in Nederland waarschijnlijk anders is. En als we dan via verkiezingen allemaal verschillende leiders kiezen, dan zal de schade nog wel meevallen. Hooguit wordt het een grote politieke rotzooi omdat Den Haag een weerspiegeling is van wat de Nederlandse bevolking is (of wil)!…….Dus eigenlijk zo als het nu is of in ieder geval wordt ervaren. Ze hebben daar tegenwoordig de term salonpopulisme voor uitgevonden, in mijn woorden: ,,Lekker kankeren op Den Haag, terwijl we het best goed hebben.” Want zegt het mooie Duitse spreekwoord niet: Was sich liebt, das neckt sich/ und was sich neckts das liebt sich.” Het wordt pas ernstig als de publieke opinie Den Haag niet meer zou geselen en slechts apathisch stompzinnigheden zouden uitstoten.

 

 

Tee Dum Tee Dee

 

a tee dlee ed tee day

 

It’s part of the game

 

Tee Dum Tee Dee

 

The words are easy to say

 

Just a tee Dlee Dum

 

a Tee Dlee Dum tee day

 

Tee Dum Tee Dee

 

A Tee Dle Eedo Tee Di

 

Kakelkrant van Sprakeloos 62: Lachwekkende Deltawerken

 

Voorop gesteld, ik heb absoluut geen technisch inzicht. Mijn schoonvader schrok zich kapot toen hij er achter kwam en mijn eerste verjaarscadeau was een heuse gereedschapskist. Veel wonderen zijn er niet uit die kist gekomen. Daarnaast kan ik ook niet bogen op bovenmatig economisch inzicht. Stel dat ik het wel zou hebben, zat ik nu op de plek van Mark Rutte. Mijn macro-economische kennis is namelijk ruim voldoende om te oordelen dat Mark en zijn clubje er niks van bakt.

 

Dit gezegd hebbende, wil ik spreken over de verwaarlozing van de Zeeuwse Deltawerken. Nu kunt u denken, als je van de essentiële zaken geen verstand heb, zwijg en doe wat nuttigs.

 

Maar ik kon me echter niet inhouden van het lachen toen ik hoorde dat de minister Schultz geconfronteerd werd met ernstig achterstallig onderhoud. Ik neem aan dat zij wel technisch en economisch onderlegd is? Een maand geleden sprak ze nog sussende woorden.

 

 

Mij ontbreekt het dan aan technische kennis, maar basislogica is mij niet vreemd. Als je je onderhoud verwaarloosd, krijg je vroeg of laat de rekening gepresenteerd. In de praktijk kan ik mededelen dat ik dit vandaag nog aan den lijve heb mogen ondervinden. Stevige herfstbuien teisteren Nederland in zijn algmeenheid, maar mijn dak in het bijzonder. Het druppels langs het kozijn. Dit wijst op lekkage. Ik moet een dakdekker inschakelen en dus investeren voor de toekomst. Of ik heb gespaard of ik moet lenen, het maakt niet uit, mijn dak moet gerepareerd worden. Dat is logica die ik ook bij de minister (en haar voorgangers) verwacht. Niets is minder waar. Geruchten gaan dat uit langdurige bezuinigingsdrift en anderszins onverschilligheid de technische kennis bij Rijkswaterstaat is weggesijpeld. Rekenkundig zal het huishoudboekje van de Deltawerken wel op orde zijn. Maar lieve domoren, rekenen is geen economie, zover reikt jullie kennis toch ook wel. Investeren, bijhouden en langetermijnvisie zijn de basis voor een goede economie. Met het wegsijpelen van de kennis, dreigt een (economische) tsunami van rampspoed als je niet uitkijkt. Gelukkig hebben de Zeeuwen een gedegen kennis van het Latijn: ‘Luctor et Emergo’.

 

 

Voorlopig zit is met tranen in de ogen van het lachen te luisteren naar het nieuws. Het is echter zo’n hysterische lachbui die weldra overgaat in verdriet, intens verdriet. Want daar waar we vroeger een langere termijn visie hadden om ons land te beschermen tegen het water, bestaat zoiets niet voor de zorg, het onderwijs en tal van andere publieke sectoren. Sterker nog, om rekening te houden met onze kinderen en kleinkinderen moeten we nu straf gaan bezuinigen. De rekening mag immers niet doorgestuurd worden naar de volgende generatie? Naar mijn bescheiden mening heeft de volgende generatie dus vooral deltawerken nodig om kennis in stand te houden en zorg te waarborgen. Of het met gespaard geld gefinancierd wordt of geleend, het maakt me niet uit. Het is klip en klaar dat het moet gebeuren.

 

 

Het is toch een oud gezegde dat ‘de cost gaet voor de baet uyt’? Daar hoef ik geen technisch kennis voor te hebben, of economisch onderlegd te zijn.

 

Boekbespreking: MIJN DROOM VOOR ONS LAND

Met een dubbel gevoel leg ik het grote inspiratieboek voor de koning weg als ik de laatste bladzijde heb gelezen. Wij Nederlanders hebben dromen kenbaar gemaakt als inspiratiebron voor onze nieuwe Koning Willem-Alexander en zijn beminnelijke echtgenote Koningin Maxima. Al die dromen zijn in een boek vervat. Mijn droom voor ons land is daarmee ook weer een inspiratiebron voor ons zelf. Bijvoorbeeld om een blogje (boekbespreking) te maken. En daar zit ‘m de kneep, want eigenlijk ben ik na lezing van de dromen al op weg naar de keuken om flessen azijn te halen. Het gevaar van een zuur stukje van een regelrechte azijnpisser is levensgroot.

Ik zal trachten een balans te zoeken. Want wie ben ik om andermans dromen te bekritiseren, zeker als het gaat om kinderwensen, zal ik de laatste zijn om ze zurig te benaderen. Toch krijg ik hetzelfde jeukerige gevoel dat ook bij Miss-verkiezingen ontstaat bij mij. Je weet dat de mooiste dames achter de coulissen elkaar het liefste de ogen uitkrabben of op zijn minst een gemene haal over andermans (je zegt trouwens nooit andervrouws) mooie snoetje te halen. Eenmaal op het podium pleiten de dames voor wereldvrede, honger uit de wereld en andere lovenswaardige wensen. Ik vind ons volkje namelijk helemaal niet uitblinken in positieve gedachten en medeleven naar anderen. Misschien ook niet minder dan andere landen, maar we staan ons er zo op voor, ook in dit boek. Stiekem denk ik dat de organisatoren van dit initiatief heel hard hebben moeten zoeken naar de positivo’s in ons land om hun dromen in te zenden.

VRIENDELIJKHEID IN EEN KONINGSGEZIND LAND

Ik begrijp best dat als er sprake is van het verzamelen van dromen dat de kans op positivisme groot is. Natuurlijk passen bij kroningsfeestelijkheden geen nachtmerries. Het is niet kies om een Nationaal Horror Boek af te leveren en aan te bieden aan het kersverse koningspaar. Maar er zijn momenten dat ik denk dat zoiets best eens een gezonde spiegel zou kunnen zijn en als inspiratiebron kan dienen om het anders te gaan doen. In de wensen kom ik regelmatig tegen dat we een gidsland waren en weer moeten worden. Ik denk dat we onze invloed behoorlijk overschatten en mogelijk een ander nationaal zelfbeeld hebben dan de rest van de wereld ons ervaart. Is de werkelijkheid van Nederland niet de koopman en de dominee? De combinatie haalt niet altijd het fraaiste naar boven. Zijn we met zijn allen ondanks onze welvaart niet een groep ratten die te dicht op elkaar gehuisvest zijn en daardoor last van elkaar hebben? Om dit niet te laten escaleren hebben we ons bekwaamt in onverschilligheid naar een ander. Hoezo een voortrekkersrol in Europa en de wereld? Heeft het afgelopen decennium niet gezorgd voor zeer negatieve beeldvorming veroorzaakt zelfs op kabinetsniveau met de PVV voorop? Ik denk dat het domineesvingertje op ons zelf gericht moet zijn, een momentje van introspectie lijkt me zeer op zijn plaats. Al jaren hoor ik dat we het gelukkigste volkje van de wereld zijn, een paar Scandinavische landen daargelaten, maar we grossieren in ontevredenheid. We wijzen naar de instabiele politiek, maar ik denk dat onze nationale gemoedstoestand slechts weerspiegeld wordt door diezelfde politiek en niet andersom.

Op bladzijde 27 van het boek schrijf Mathil Kuiper (1947) als afsluiting van haar droom: ‘Mijn droom voor Nederland is stoppen met vooroordelen en weten dat we met zijn allen deel uitmaken van het stuk grond, de prachtige tuin, het land dat Nederland is. Dagelijks heeft dit land vriendelijkheid nodig, zoals een tuin water.’ Deze droomster hoopt dat Willem Alexander en Maxima de inspiratiebron zullen zijn voor ons. Emriye Yildiz (1961) pleit op pagina 37 naar de terugkeer van de sfeer voor 2000. Een positieve afsluiter op dit gebied (pagina 38) is Ben Visser (1993) die de Samencoupé in de trein bepleit. Een mooie en realistische droom die heel recent vorm heeft gekregen bij de NS.

We blijken met zijn allen nog wel koningsgezind te zijn en hebben klaarblijkelijk geen moeite ook het tegengeluid in deze een kans te geven, zelfs in dit boek. Er zijn dromers die een Republiek voorstaan. Het zou democratischer zijn. Ik heb mijn twijfels, maar als ik moest kiezen tussen Republiek of Monarchie in de huidige vorm, dan laat de Oranjes nog maar een tijd zitten. Ons land met zijn dwalende electoraat kan wel wat ankerpunten gebruiken, en vriendelijkheid. Als ik het koningsgezin op de cover van het boek zie lachen weet ik genoeg. Ik zet de azijnfles snel weer in het keukenkastje. En ik gun Willem-Alexander en Maxima met het vervullen van hun zware taak voldoende rust toe. Hetzelfde geldt voor de drie A-tjes, want op pagina 53 zie ik de afgetrokken vermoeide koppies van de meisjes. Dan denk ik: ‘Arme drommels’.

OPVALLENDE ZAKEN IN ONS DROMENLAND

In het bovenstaande heb ik de azijnfles met beleid gehanteerd en tijdig weggezet. Er zijn ook een aantal zaken die me zijn opgevallen. In het afsluitende woord van Paul Schnabel (CPB) noemt hij het verschil in dromen tussen mannen, vrouwen en kinderen. Wat de categorisering betreft kan ik me scharen bij de mannen. Op bladzijde 74 en 75 heb ik gebiologeerd staan kijken naar de megalomane bouwdromen van Frank Loer (1986), Jaap van Ballegooy (1938) en Johannes Den Dekker (1929). Ik houd daar wel van, vooral als het heel multifunctioneel is en veel mensen ervan kunnen genieten. Uit dit dromenboek is het gedicht van Geert Bax (1964) dat voor mij het meest tot de verbeelding spreekt:

EN PASSANT

O Koning, laat ons land geen schaakbord zijn,

waar hij die koning wordt zijn

stukken schuift naar links of rechts

of erger nog: naar voren.

Laat dit land wat ons bezit

niet worden tot een land van zwart of wit.

Laten torens, paarden, lopers zijn:

cultuur, natuur, de sport.

Laat ons pionnen mensen zijn,

maar nooit de stukken op een bord.

Droom altijd van een land van samen;

samen er iets mooiers van gaan maken.

Bescherm uw Koningin als dame;

laat nooit een ander haar toch schaken.

O Koning, dit moment zal weer voorbijgaan,

dit moment van trouw aan ambt en wet.

Weet dat u en wij als stukken staan,

maar dat een ander ze verzet.

En als ik dus een droom had moeten inzenden, dan is dat de droom van de relativering. Een kleurrijke droom met veel ruimte voor grijstinten, passend bij ons weer en humeur, met plaats voor het onverwachte en het onbekende dat het leven kleurt. Maar ik heb het niet gedroomd, dus wens ik alle dromers en de koning veel inspiratie toe. Het boek gaat in de boekenkast en over x-jaar, bij de kroning van Amalia, zal ik kijken wat er van terecht is gekomen. Misschien pak ik dan mijn kans om als oude man alsnog mijn droom toe te vertrouwen aan ons fijne kolere land.

Mijn filmblik: The Great Gatsby

 

De Amerikaanse literatuur is een blinde vlek voor mij. Dit viel me al eerder op bij het lezen van het geweldige boek van Geert Mak, ‘Reizen zonder John’. John Steinbeck is een naam die ik kende, maar ik had nimmer iets van hem gelezen. Bij F.Scott Fitzgerald hetzelfde laken een pak. Die naam kom je regelmatig tegen in de literatuur evenals de titel ‘The Great Gatsby’. Ik had slechts de klok horen luiden, maar wist niet waar de klepel hing. Mijn ega heeft dit een beetje voor me gerepareerd. Via een leesclub stond ‘The Great Gatsby’ op het programma. Zij was helemaal lyrisch. De film draaide in het filmhuis te Didam(!). Ja, ook daar is een filmhuis tot onze verrassing. Met het zien van de film vrees ik, mijn eigen luiheid in acht nemend, dat van het boek lezen niets terecht zal komen. In ieder geval heb ik de film gezien om mijn gebrek aan kennis op dit gebied te compenseren.

 

 

DICAPRIO

 

Ik vind de film een aanrader. Nu zullen hordes vrouwen alleen al om Leonardo DiCaprio de gang naar de bioscoop hebben gemaakt. Ik moest na tien minuten film door mijn vrouw op de hoogte gebracht worden dat dit ‘DiCaprio’ is. Ook hier mis ik het blijkbaar een inprentingsvermogen om Amerikaanse filmhelden te onthouden. Natuurlijk ken ik de naam en heb “The Titanic” gezien. Maar het beeld van de man en vrouw voor op het dek van het schip is voor mij vooral het beeld van ‘een man en een vrouw’ en niet Leonardo DiCaprio. Ik had dus een ander beeld van deze ‘mooie man’ en herkende hem niet. Hij is in de film Mr. Gatsby.

 

 

ACTEERPRESTATIES

 

Nu ik de film met DiCaprio gezien heb, kan ik op basis van deze film een oordeel vellen over zijn acteerprestaties, maar bij mij komt geen uitgesproken mening naar voren. Niet in negatieve zin, maar ook niet in positieve zin. Hij vertolkte de hoofdrol als undercoolde rijke gentleman die heel zijn leven inricht om zijn inmiddels getrouwde liefde, opnieuw voor zich te winnen. Dat undercoolde speelt hij goed. Meer opvallend vond ik de rol van de verteller Nick Carraway (Tobey Maguire), ook vrij emotieloos, terwijl de ‘roaring twenties’ voor zijn neus afspelen en hij de onmogelijke liefde van zijn buurman Gatsby dramatisch ziet eindigen. Hij speelde de wat naïeve provinciaal in New York voortreffelijk. Mijn vrouw wees op het taalgebruik van de verteller dat het boek behoorlijk volgt. Het meest in het oog springende vond ik echter de casting in zijn geheel en het neerzetten van het uitzinnige decadente leven van de upperclass in die tijd, grandioos. Intieme feestjes, maar vooral de grote feesten in het kasteel van Mr. Gatsby spatten van het doek af.

 

 

MIJN FILMBLIK

 

Met de roaring twenties op de achtergrond is het verhaal dat de mysterieuze Mr. Gatsby alles in het werk stelt om zijn Daisy voor zich te winnen. Hij gaat hierin ver. Zijn buurman, Nick Carraway, obligatiehandelaar met schrijversambities, wordt ingeschakeld om zijn nicht met Mr. Gatsby in contact te brengen. Carraway waarschuwt zijn rijke en machtige buurman met het gegeven dat hij ‘de geschiedenis niet over kan doen’ of woorden van gelijke strekking. Hij wuift het weg, maar de geliefden komen uiteindelijk niet bij elkaar.

 

Juist deze woorden hebben mij het meest tot nadenken gebracht. Natuurlijk doelt Nick Carraway op de relatie tussen Mr. Gatsby en Daisy, ik denk dan eerder aan geldigheid op macro-niveau. Je hebt namelijk de bekende Franse uitdrukking: l’Histoire se répète. Ik zoek dan onwillekeurig naar gelijkenissen tussen nu en de roaring twenties. Decadentie en het groeien van de (economische) mogelijkheden tot het oneindige. Volgens mij zijn het vooral de achterliggende jaren negentig enigszins vergelijkbaar met die periode en zitten we nu, om het vergelijk door te trekken, midden in de jaren dertig. Zompig roerend in een poel van vooral onmogelijkheden, wachtend op een oplossing of uitweg, hoe desastreus die ook zal zijn.

 

De geschiedenis herhaalt zich en je kunt de geschiedenis niet overdoen, ongetwijfeld allebei waar, maar het spanningsveld tussen die twee is wat mij het meest nadrukkelijk blijft hangen. En de geweldige decadente feesten natuurlijk.

 

EINDOORDEEL

 

De film is beslist de moeite waard, maar nodigt mij niet voldoende uit om ook het boek nog te gaan lezen. De cast als geheel geheel en de indrukwekkende beelden maken voor mij de film compleet. Echt onder de indruk van de acteerprestaties ben ik niet. Googelend leerde ik dat dit al de vierde versie is van The Great Gatsby en er ook al een tv-serie gemaakt is. Ik kan geen vergelijk maken, maar ik kom tot een 7,5 voor deze film.

 

Je mindset resetten, gadverdamme!!!

 

Heeft u de uitdrukking, ‘je mindset resetten’ wel eens goed geproefd? Ik wel, buiten het anglicistische gehalte, smaakt het zinnetje mij niet lekker. Ik heb het dan over de betekenis en het achterliggende gedachtegoed. ‘Je mindset resetten’ heeft iets onnatuurlijks, het ontkrachten van je eigenheid. Ik ben altijd op mijn hoede bij mensen die vinden dat ik of anderen ‘hun mindset moet resetten’. Het heeft iets ongemeen dictatoriaals. Je wordt door de gebruiker van deze opmerking uitgenodigd, of gedwongen je grijzen cellen door elkaar te husselen. ‘Je mindset resetten’ gadverdamme.

 

 

Voor ik doorga met het uiten van mijn ongenoegen, neem ik u even mee naar een andere populaire hedendaagse uitdrukking, ook een anglicisme, namelijk ‘Go with the flow’. In eerste aanleg stuiter ik nog niet van deze uitdrukking. Door het hoge ‘zen-gehalte’ heeft deze wijsheid wel iets sympathieks. Een mens is nu eenmaal nietig in het grote kosmische geheel. Het is dan ook erg onverstandig de pretentie te hebben, dat jij de mensheid kan veranderen. In zulke gevallen is het ‘resetten van je mindset’ of omdenken zo u wilt, mogelijk noodzakelijk. In de volksmond spreken we dan eerder over ernstig mentaal gebrekkigen waarvoor we broeders in witte jassen hebben uitgevonden. Ik ga in mijn anti-begoog over ‘je mindset resetten’ uit van het overgrote gezonde deel van de mensheid. (Ik ben op dit moment in een optimistische bui, dus ik vind gemakshalve dat de meerderheid van de mensen min of meer mentaal in orde is.) Voor deze groep, die gewoon met de flow meegaat, is ‘je mindset resetten’ een fnuikende uitdrukking.

 

 

In tal van situaties worden weldenkende mensen in eerste instantie vriendelijk verzocht hun mindset te resetten, bijvoorbeeld in een (vriendschaps)relaties. Bij discussie of onmin kun je de ander een eigenwijze drol vinden die jou willens en wetens niet begrijpt. Hij denkt verkeerd en moet meegaan in jou denkstramien. Als de ander zijn mindset reset, zal alles goed komen. Indirect impliceer je dat de ander niet goed wijs is, of op zijn minst een onvergeeflijke kronkel heeft. Eén op één is de uitnodiging om je mindset te resetten nog niet zo gevaarlijk, soms zelfs vermakelijk. In een grotere context, bij bedrijven of de maatschappij als geheel, is het niet meer zo vermakelijk.

 

Bij reorganisaties of anderszins rare strapatzen van bobo’s in bedrijven, wordt vaak gebruik gemaakt van de wens, of zelfs noodzaak dat de mindset van werknemers gereset moet worden. Vooral bij processen waarbij er andere belangen spelen dan de corebusiness en het gezond boerenverstand van de werkvloer systematisch genegeerd wordt. Heden ten dage gebeurd dat nog wel eens in de publieke sector. De kennis en kunde van professionals wordt genegeerd en als die, de arts, politieman of leerkracht met vakkennis en/of gezond boerenverstand ageert tegen de voorstellen, worden ze bestempeld als inflexibel, star en conservatief. Hun ‘state of mind’ deugd niet en moet worden gereset. Een leger van coaches en human resource medewerkers vinden inmiddels hun emplooi bij het resetten van de ‘onwilligen’. Het gezonde verstand moet uitgedoofd worden en de zogenaamde vrijwillige medewerking van werknemers wordt geëntameerd, mits zij hun mindset resetten ten favoure van het veranderingsproces. Een onzichtbare marionettenspeler moet alle touwtjes in handen hebben en daarmee vooral geen tegenstribbelende actoren. Omdat tegenwoordig in de complexiteit vaak niet meer duidelijk is wie en waar het veranderingsproces begint, ontstaat er een gelatenheid waarbij de individuele onmacht wordt goedgepraat door de verstikkende woorden ‘ik alleen, kan het proces ook niet keren, zo is het nu eenmaal tegenwoordig.’ Om het inleveren van je eigenheid nog enig cachet te geven wordt de uitdrukking ‘go with the flow’ nog wel eens misbruikt. In combinatie met ‘je mindset resetten’ is ‘go with the flow’ een heel misselijkmakende uitdrukking.

 

 

Je mindset resetten is een beledigende uitdrukking die verklaard dat je niet goed wijs bent. Daarentegen als je in staat bent je mindset te resetten oogst je waardering voor je dociele meegaandheid. Omdat jij, alleen jij, de regie moet en mag hebben over het resetten van je mindset, al dan niet met behulp van door jou gekozen derden, is het veelvuldig gebruik door anderen je mindset te resetten misplaatst, misschien wel misdadig. Daarom stel ik voor de uitdrukking niet meer te gebruiken. Je mindset resetten, driewerf gadverdamme.

 

Jezelf opnieuw uitvinden, gadverdamme!!!!

 

Ik ben er weer tegenaan gelopen, een jeukopmerking van jewelste. Dominee Gremdaat zou zeggen: ,,Kent u die opmerking, jezelf opnieuw uitvinden?” Ik zou dan meteen antwoorden: ,,Ja, helaas wel, gadverdamme!” Ik weet niet wie al die Emiel Ratelbandachtige poëzie bedenkt en erger nog, wie dit ook nog in zijn of haar eigen vocabulaire opneemt. Jezelf opnieuw uitvinden is toch niet meer dan het omzetten van het vermaledijde ‘Tjakka’ in bestaande Nederlandse woorden. Nietszeggend en om kotsmisselijk van te worden, want wat wil je daar nu mee uitdrukken.

 

 

Jezelf ontdekken? Je bent wie je bent, met je positieve en negatieve eigenschappen, met je kennis, kunde en ervaring. Veelal is een mens een aardige mengeling van Nature & Nurture, voor de ene wetenschapper meer nature, voor de ander zijn de omgevings- en opvoedingsaspecten belangrijker. Maar beide hebben tot gevolg dat het vooral een kwestie is van zijn. Iets dat er IS, valt niet meer uit te vinden.

 

 

Natuurlijk zou ik mezelf ook wel opnieuw willen uitvinden als dat kan. Ik kan bijvoorbeeld uitvinden dat ik een waardige medespeler ben van Lionel Messie om maar iets te noemen. Of ik vind uit dat ik een volwaardige vervanger zou zijn van de inmiddels bejaarde zanger van Status Quo, Francis Rossi. De uitvinding om mezelf tot de minister-president te transformeren is nog niet bij me opgekomen. Ik zou de slechtste MP allertijden graag vervangen, maar dat is geen kwestie van uitvinden, maar een vurige wens in deze barre tijden. Maar het is wel MIJN wens, van mijn bestaande ik. Niks geen kwestie van uitvinden, zeker niet mezelf.

 

 

Iedere pukkelkop van 16 zou zichzelf wel willen uitvinden om eindelijk eens de blits te maken bij de vrouwtjes op feesten. Maar zijn pukkelkop is een ernstige handicap. Hij kan zich wel willen uitvinden, maar die puisten blijven. Misschien moet hij zich toeleggen op een alles afdoende tonic uit te vinden in plaats van zichzelf. Zo zijn er tal van situaties waarin de gebruikers van ‘jezelf opnieuw uitvinden’ misbruik maken van de goedgelovigheid van mensen die graag willen geloven dat je jezelf opnieuw kan uitvinden. Het woordje opnieuw suggereert trouwens dat ze het al vaker hebben gedaan. Maar de uitvinding was klaarblijkelijk nog niet optimaal. Kinderen die gepest worden moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Mislukte relaties worden verholpen met een soort van ‘selfkit’ om jezelf opnieuw uit te vinden. Gezeik op het werk met je baas, dat is geen reden om een hekel te hebben aan je baas, maar jezelf opnieuw uit te vinden. Lulkoek.

 

 

Vroeger hadden ze nog de uitdrukking ‘de bakens verzetten’. Dat is nog een uitdrukking die hout snijdt. Je neemt jezelf mee in een veranderingsproces met een blik op de toekomst of de gewenste richting van je toekomstbeeld. Je kent daarbij je sterke en zwakke punten en daarbij heb je te dealen of er aan te werken. Niets jezelf opnieuw willen uitvinden. Onzin. Stel u eens voor dat ik mezelf opnieuw zou uitvinden als stukjesschrijver voor dat ik dit blog zou schrijven. Denkt u dan echt dat er veel meer mensen zijn dan een paar twitteraars, een enkele toevallige passant en goedbedoelde Facebookvrienden die mijn aversie tegen jezelf uitvinden zouden lezen. Echt niet, dus niet meer gebruiken dat jezelf uitvinden. JEZELF UITVINDEN, DRIEWERF GADVERDAMME. Blijf gewoon jezelf, de meesten hebben daar al genoeg mee te stellen.

 

 

 

PS. Ik droom er stiekem wel van om een ander opnieuw te kunnen uitvinden. Maar dit terzijde.