Met Gemak naar Roodeschool Deel 2 (slot)

Zo gaat dat met goede voornemens meestal, ze werken niet. In ieder geval niet optimaal, tenminste bij mij. In 2012 had ik me voorgenomen om met de trein een dagje Roodeschool te doen. Waarom? Gewoon omdat het een voornemen was en Roodeschool gevoelens van de lagere school naar bovenhaalden. Ik schreef ooit al eens, eerst Roodeschool zien en dan sterven. Dat sterven mag van mij nog heel lang duren, al zeggen cynici dat ik wel stoppen moet met roken, over goede voornemens gesproken. Het moest november 2012 worden toen ik de deadline van het goede voornemen dichterbij zag komen. Ik zou vertrekken en een uitgebreid verslag doen van mijn reis, bevindingen, maar ook bijvoorbeeld van het boek dat ik op dat moment las, ‘Reizen zonder John, van Geert Mak. En zie daar de flauwe woordspeling in de titel. Eigenlijk is een retourtje Roodeschool, hoewel niet gebruikelijk, een makkie.  Het reisverslag maken is een ander verhaal, deel 1 is gemaakt zoals het gepland was, maar de rest……….

100_1461

Voorbij Roodeschool was er nog meer, in ieder geval moest ik naar Oosteinde voor de lunch. De snackbar was nog niet open en volgens mij de plaatselijke Chinees ook nog niet. Echter ruim twee jaar na dato, is mijn hoofd voor een deel net zo leeg als het Noordoostelijke Groninger landschap. Het boek van Geert Mak is al lang uit, de aantekeningen die ik die dag in ruime mate heb gemaakt, blijken toch een beperkte houdbaarheidsdatum te hebben. Maar we hebben nog wel de foto’s. 2015, ik begin dus maar eens met een fotoblog, een blog van voormalige goede voornemens.

ARNHEM-GRONINGEN

Het landschap zoeft voorbij. Ik vraag me af of ik wel goede foto’s kan maken in de trein. Goed is in dit geval onbewogen, want veel van mijn foto’s weet ik proefondervindelijk, zijn niet geheel recht. Ook vroeg ik me toen af, zou een sociaalgeograaf de verschillende boerenlandschappen van elkaar kunnen onderscheiden?

rs

 

 

Landschap bij Dieren, vlak voor Zutphen en het station in Zwolle

 

rs 2

 

GRONINGEN -ROODESCHOOL

Landschap bij Haren en het laatste stuk naar Roodeschool, het regent weliswaar, maar het landschap wordt kaler en eenmaal in Roodeschool is het droog. Onderweg overwoog ik te kijken of Baflo misschien mijn nieuwe residentie zou kunnen worden.

100_1441100_1443100_1445100_1447

En daar komen we aan: ROODESCHOOL

100_1450

Al lopende door Roodeschool, de eerste impressies

100_1451100_1452100_1453100_1459Leeg, rustig met hier en daar hele mooie huisjes. Bij de kerk kwam een man naar me toe, nieuwsgierig waarom iemand stond te fotograferen. Hij vertelde me dat er vroeger nog vijf bakkers waren in Roodeschool. Een soort van Groningse variant van de Brabantse aardappeleters. Tegenwoordig was er geen een meer, en voor de lunch verwijst hij me om de weg te volgen richting de Eemshaven. Openbaar vervoer is er niet.

100_1460100_1463
Aangekomen bij Hotel Ekamper, een Bourgondisch broodje kroket had ik besloten te verorberen. De definitie van Bourgondisch is er wezenlijk anders dan in mijn gedachten, maar het was goed weg te kanen, bovendien was de prijs er nog van ver uit de vorige eeuw. Ik was overigens de enige gast, maar het hotel biedt onderdak aan Poolse arbeiders die in de Eemshaven werken.

100_1466100_1469
Naar het station van Roodeschool betekende het nog vier kilometer lopen om daar de trein richting Groningen te pakken. Ik had me voorgenomen in twee plaatsjes uit te stappen om nog een rondje door de dorpen te lopen. De foto’s gaven niet meteen uitkomst welke dorpen het waren, maar met een beetje puzzelen bleken dat Usquert en Baflo te zijn geweest.

Sightseeing Usquert

100_1471100_1472100_1474100_1477 100_1480100_1481100_1483100_1486100_1489Sightseeing Baflo

100_1490100_1491100_1492100_1495100_1496100_1497100_1500100_1501100_1502100_1503Het begon donkerder te worden, beide dorpen waren ongeveer in een half uurtje goed te doorlopen. Rust en een beetje Ot en Sien gevoel kreeg ik er wel van. Groningen waar ik nog even uitstapte kreeg daardoor, hoewel maar een twintigtal minuten van Baflo een heel kosmopolitische uitstraling. Geheel ten onrechte hoewel het gewoon een leuke stad is.

100_1508100_1510

Een leuk reisje heb ik mezelf gegeven die dag in 2012, maar ik moet tot de slotsom komen dat het meer tijd vergt om achtergronden, actualiteiten en het Groningse decor met elkaar te verenigen. Ik had plaatselijke krantjes meegenomen, het nieuws gehoord die dag en had hoogdravende ideeën voor een blog dat meerdere delen zou bevatten. Het Groningse aardbevingsgeweld heb ik die dag bijvoorbeeld helemaal niet meegenomen en/of onderzocht. Hoe zit dat in Roodeschool, Usquert of Baflo? Ik weet het niet, voorlopig houd ik me gemak maar, maar dit fotoblog is wel gereed in …..2015.

 

 

 

41. SPRAKELOOS LOW-BUDGET WINTERVAKANTIE uit de serie de kabbelende 100

Wat van ver komt is lekker zeggen ze wel eens. Ik weet niet hoor, misschien is het meer de blindheid voor het alledaagse? Zo is ook de eerste gipsvlucht al weer terug op vaderlandse bodem. Het was daar heel lekker. In de periode tussen kerst en oud&nieuw, het zogenaamde feest-interbellum, overweeg ik een commerciële schnabbel te ontwikkelen. Low-Budget autovakantietripjes, dichtbij en toch heerlijke winterse omstandigheden. Hoch-***** biedt een arsenaal aan hoogwaardige sneeuwuitjes voor nog geen €25, -. Als u bovendien bij de plaatselijke middenstand uw tank vol gooit verdient u een substantieel bedrag terug. U kunt zich via dit blog aanmelden voor de juiste tips. Let wel het bedrag is ongeacht de hoeveelheid personen die mee gaan. Er zijn ideale wandel- en langlaufroutes. Ruime parkeergelegenheden staan tot uw beschikking en voor de echte Hollander, een etablissement met poffertjes is aanwezig om je ‘richtig Zu Hause’ te voelen. Sprakeloos WinterSpass für Richtige Winterspass.
20141228_150133
20141228_140653Lieflijke winterplaatjes per strekkende meter zijn op een mooie zondag te maken. Frisse lucht en na een half uur voelt u zich al herboren. Het is allemaal bij de prijs inbegrepen. In het buitenland en toch binnen tien minuten weer in de Nederlandse polder. Waar komt u het tegen?20141228_145510

Idyllische plekjes waar hier en daar een romantische huisje verborgen is laten u wegdromen naar andere omstandigheid. Dat maakt Sprakeloos Winterspass ook zo ongekend populair en de louterende werking van de wintertripjes houdt de psychiater buiten de deur.

20141228_142052

De stilte en de rust had ik al vermeld. Af en toe komt u iemand tegen. Het zijn andere rustzoekers of een plaatselijke schone die de hond uitlaat. De locals staan bekend om hun toegankelijkheid. Ze zullen u de weg wijzen naar de geheime nog niet ontdekte pleisterplekken. Ook kunnen ze u tips geven over het bruisende leven in het dal waar tal van horeca gelegenheden u een scala aan keuzes biedt om de interne mens te versterken na een verkwikkende wandeling.20141228_142115

Honden zijn overal toegelaten, of wat denkt u van een winterse tocht met uw paard. Speciale routes zijn uitgezet. Voor de echte wintersporter zijn er tal van zeer rustige en voor de beginneling zeer geschikte ski-pistes. Verwacht geen hoge snelheden of ander thrillseeking entertainment. Het gaat om uw rust per slot van rekening, en die is er volop aanwezig.

20141228_145159

Allicht bent u geïnteresseerd en staat u te popelen om voor een extreem laag budget een wintervakantiegevoel te krijgen. U mailt via dit blog en na overmaking van het verschuldigde bedrag krijgt u de plaatsnaam als entreebewijs voor een unieke Sprakeloos Winterspass ervaring. Waar wacht u nog op?

20141228_145510

Mijn Filmblik: Bon Dieu

 

Kerst 2014 is officieel afgesloten, net zoals die begonnen is, met een Franse Film. Twee dagen terug met veel plezier na Samba gekeken in het filmhuis, vandaag de geneugten van een film uit je televisie trekken. Bon Dieu werd onze keuze. We hadden de voorfilmpjes al gezien, of eigenlijk heet de film Qu’est-ce on fait au Bon Dieu. Laat ik het maar vrij vertalen in wat gebeurt er in hemelsnaam! (de google vertaalmachine vertaalt wel heel letterlijk, daarmee zou je een zwaar kerkelijke discussie verwachten: Wat gebeurt er in de Goede God!) Bon Dieu was beslist geen zware film, integendeel.

 

Met Franse lichtvoetigheid wordt een heel arsenaal aan stereotyperingen over rassen en klassen in het scenario gegooid. Een plattelandsgezin van goede komaf heeft vier huwbare dochters. In plaats van te matchen met de andere notabelen, vinden de dochters een Noord-Afrikaan, een Jood en een Chinees als huwelijkspartner. De ouders hebben de hoop gelegd bij hun vierde dochter. Een goed katholieke schoonzoon is welkom en die gaat er ook komen belooft de dochter. Een dingetje heeft ze verzwegen, de roots van de goed katholieke schoonzoon liggen in Ivoorkust.
Als dan blijkt dat de bruiloft in gezamenlijkheid met de Afrikaanse familie georganiseerd moet worden, bij de vooroordelen en verwachtingspatronen ook gebaseerd zijn op stereotyperingen, zijn alle ingrediënten aanwezig voor een aangename komedie.

Een film die ik iedereen kan aanraden als de focus gericht moet zijn op de lichtheid van het bestaan, bijvoorbeeld na het zware tafelen tijdens twee  kerstdagen. Over de cast kan ik weinig vertellen, de grootheid van de acteurs ken ik niet. De huwbare dochters zijn met name gekozen om hun maatje richting anorexia, wat zijn ze allen ontzettend mager. Het is blijkbaar een dingetje in het Franse filmcircuit. De heren die de schoonzonen vertolken zijn ongeacht hun afkomst allemaal ideale schoonzonen. Humor is mijns inziens een sterk middel om vooroordelen en onderliggend racisme aan de oppervlak te brengen.

Mijn waardering voor de film is een 7 +.

Andere filmblikken

Mijn filmblik: Samba

 

Wat is er beter dan de kerststress en de drukte te laten wegvloeien dan een filmpie pakken op de dag voor kerst, ’s middags om 16.10 uur in het filmhuis in Arnhem? Voor dit tijdstip had ik het niet geweten, maar nu kan volmondig beamen, doen allemaal mits het een goede film is natuurlijk. Samba was de goede film en we kunnen gelouterd de kerstdagen aanvangen.

 

Samba mag niet gezien worden als het logische vervolg op de Franse kaskraker Intouchable, al zijn dezelfde regisseurs ( Olivier Nakache & Eric Toledano) verantwoordelijk en is Parijs weer het decor. Ook speelt Omar Sy wederom een hoofdrol. Met name bij de rol van Sy in Samba is echter een opvallend verschil waar te nemen. Bij Intouchable was hij nog de onsympathieke macho Afrikaan met dito persoonlijkheidsgeestoord gedrag en expressie, in Samba verovert hij meteen de harten van de kijker door een palet van emoties te pakken. Omar als de hulpeloze illegaal, als de charmeur, als de boze grote man en als mattie voor de andere illegalen nooddruftigen. Expressie en emoties vielen mij met name op bij Omar Sy die aan Charlotte Gainsbourg een volwaardige tegenspeelster heeft.

Het verhaal gaat over vriendschap in de meest moeilijke omstandigheden van het illegale verblijf in de Franse hoofdstad, de film handelt verder over de bloei en (on)mogelijkheid van de liefdesrelatie tussen de illegale Senegalees Samba Cissé (Omar Sy) en de vrijwillig juridisch hulpverleenster Alice (Charotte Gainsbourg), maar bovenal laat het de parallelle wereld zien van de illegaal in de westerse Wereld, in dit geval Frankrijk. Op een vermakelijke wijze wordt de bureaucratie en de wreedheid van het illegale leven in kaart gebracht.

Voor mezelf haalde ik het thema ‘grenzen’ uit de film. Natuurlijk op de eerste plaats de (lands)grens tussen met name Afrika en het rijke westen, een hobbel die overwonnen moet worden voor veel Afrikanen om het ‘geluk’ in het rijke Westen te slechten. Maar ook de onzichtbare grens tussen het normale vlakke leven van de gegoede Parijzenaar en het onzekere leven van overlevers in de metropool. Vaak komen die werelden in de buurt van elkaar via goedkope arbeidskrachten, het opgejaagd worden door de autoriteiten en in dit geval ook via vriendschappen en liefde. De term “Intouchable’ komt bij me naar boven, vrij vertaald in onaanraakbaar of onaantastbaar. Ogenschijnlijk is het leven van de illegaal ver weg voor de gemiddelde Westerling, we willen er (emotioneel) niet door besmeurd worden. Voor de zogenaamde gelukszoekers is dat geluk vaak heel ver weg. En toch zijn beide ‘werelden’ veel meer met elkaar verbonden of we willen of niet, we zullen het met elkaar moeten doen. De illegaliteit is niet onaanraakbaar en het Westen is zeker niet onaantastbaar.

Al met al een leuke ‘feel-good’-movie passend bij de kersttijd, maar wel met een hele serieuze ondertoon die ondanks de luchtigheid waarmee het gebracht is, stemt tot nadenken.

Al met al en hele dikke voldoende: 8-

 

Mijn andere filmblikken

40. We hebben geen Kelder uit de serie de kabbelende 100

Om te zeggen dat ik een feestbeest ben, nee! Lieden die dat beweren hebben een beperkte kijk op de mensheid in het algemeen en op mij in het bijzonder. Een enkele onverlaat heeft mij ooit een partypoeper genoemd. Misschien had ze gelijk. Feestelijk meedoen met de conventies is niet aan mij besteed. Het is niet uit arrogantie, maar ik heb in veel gevallen een hekel aan massa’s. Eén uitzondering is de gang naar De Kuip in Rotterdam, maar iedere gek zijn gebrek. Als het zogenaamd leuk moet zijn, ben ik niet op mijn allerbest. We zijn aanbeland in de feestmaand dus ik heb het zwaar. Het begint al met die overhypte terugkerende ellende van Serious Request. Over Sinterklaas en Zwarte Piet heb ik het niet eens. Dan komen de kerstdagen. Tegen de tijd dat de Top2000 zijn einde nadert ben ik een en al melancholie. Ik kan niet wachten op het nieuwe jaar.

20141224_142619

Dat was vroeger niet anders. Sinterklaas vond ik als kind geweldig, natuurlijk om de cadeautjes. Een massaal event als Serious Request bestond gelukkig niet. Goede gaven werden geacht vanuit jezelf te komen, daar hoefde je geen plaatje voor aan te vragen. Maar ook aan kerst heb ik geen bijzondere herinneringen. Dat was trouwens de enige keer dat ik naar de kerk moest. Niet omdat mijn ouders me het geloof wilde bijbrengen, maar puur om oppastechnische redenen. Oud & Nieuw werd pas echt interessant toen ik wat ouder werd. Echter waar ik wel goede herinneringen aan heb, zijn de voorbereidingen op het kerstfeest. De boom was een klus voor mijn moeder, daar bemoeide ik me niet mee. Ook de boodschappen halen kwam op de schouders van mijn moeder terecht. Tegenwoordig heet dat kerststress, ik heb het nooit waargenomen bij mijn moeder. Steevast liep ik, nadat ik uit school kwam, naar de kleine kelder in ons huis. Met de dag raakte die gevulder. Het was er gezellig druk vond ik. Die perceptie zal ongetwijfeld met mijn orale inslag te maken hebben. Het is niet voor niets dat ik nog steeds rook, maar nooit heb ik een hekel gehad aan lekker en veel eten. Ik denk dat mijn moeder mijn enthousiasme voor de gezellige kelder wel kon waarderen. Ze deed het tenminste niet voor niets. Nu zijn de rollen omgedraaid, maar we hebben geen kelder. De schuur is omgedoopt tot gezellige ruimte ter voorbereiding van de feestdagen. Beide kerstdagen komt er familie om een stukje gezelligheid weg te eten.

39. De grote Stad uit de serie de kabbelende 100

Af en toe overkomt je dat. Terwijl het waterkoud miezert, loopt je op een plek die de plaatselijke VVV niet op de cover van een toeristisch reclameboekje zou zetten. Bovendien is het in Arnhem. Toch zie je de omgeving ineens anders. Of het nu komt door sporadische oplettendheid, autonome prettige gedachten of de belichting van dat moment? Ik weet het niet, maar ineens ben ik blij met de aanwezigheid van de techniek middels een mobieltje die mijn oplettendheid in combinatie met mijn prettige gedachten en de juiste belichting probeert vast te leggen. In eerste plaats voor mezelf, maar ook anderen gun ik het delen van mijn momentopname in de grote stad. De plek had bij het invallen van de avond iets heel kosmopolitisch.  Met mijn verlichte gemoed zag ik grootstedelijke lampen en een mooie symmetrie. Achteraf zie ik vooral dat ikzelf de fotograaf ben in de grote stad Arnhem.
20141216_165659

Met de voortschrijdende technische verfijning kan iedereen fotograaf spelen. De sociale media wordt vooral gevuld met allerlei groepjes vriendinnen die gezellig op de foto staan in een uitgaansgelegenheid, of voetbalmatties die stoer een clubje vormen op de gevoelige plaat. Het is niet anders dan vroeger alleen vluchtiger en iedereen kan het delen. Het mobiele gemak zorgt ook voor meer ‘kunstzinnige’ foto’s van wannebee artistiekelingen, soms niet eens onverdienstelijk. Zelf schaar ik me niet onder die groep kunstzinnigen, ik ken mijn beperkingen en wordt bij het eindresultaat hierin bevestigd. Toch voel ik ook de drive om ‘het moment’ te willen delen en op dusdanige wijze dat anderen mee kunnen genieten. Dat zij ook voelen, zien en ervaren wat ik op dat moment ervoer. Ik had geen last van de miezerige koude regen, mijn gedachten waren bij het zojuist opgehaalde rapport van mijn zoon en dat stemde tevreden. Ik was op weg naar een provisorische kerstborrel bij ons vrimibo-kroeg en voelde me één met het beton, asfalt en de lichtval van dat moment bij het Arnhemse station. Het vertalen en overbrengen van (kunstzinnige) gevoelens is toch echt een vak apart besef ik. Was het niet Winnie-the-Pooh die zei: “When you are a Bear of Very Little Brain, and you Think of Things, you find sometimes that a Thing which seemed very Thingish inside you is quite different when it gets out into the open and has other people looking at it.”

Misschien is dat wel het wezen van vele menselijke emoties en communicatie.

BUCKETLIST, GADVERDAMME

 

Hoeveel kamers kun je behangen met alle in omloopzijnde bucketlists? Dat is een vraag die ik niet kan beantwoorden. Ik weet in ieder geval dat het gemiddelde lijstje voor de feestdagen van verwende kinderen in Westerse landen en heel slap aftreksel is van de hedonistische bucketlists. Wie heeft die onzin bedacht dat we pas gelukkig kunnen worden als we een hele lijst met rampzalige voornemens hebben uitgevoerd? Niemand wordt er beter van of jij aan een lang touw van een brug bent afgesprongen. Je gaat je goddelijke gang maar, maar laat de wereld met rust met het voornemen uit te voeren. En lul ook niet over de zeven kleuren stront die je gescheten hebt. Het is namelijk niet normaal om zoiets te doen.

Wil je met je blote gat de Kilimanjaro beklimmen omdat het zo bevrijdend is? Of er van mijn part afrollen. Vooral doen, maar geen foto’s nemen en denk vooral niet dat het statusverhogend is door er heel veel over te hebben. Geniet ervan, maar val de mensheid er niet mee lastig.

Vroeger was het volgende spreekwoord gangbaar: Eerst Napels (of Rome) zien en dan sterven. Dat was natuurlijk ook een wens voor dat je doodging, maar het was in ieder geval geen lijst. Bovendien leek het behoorlijk onbereikbaar waardoor het iets romantisch kreeg. Het onvermijdelijke sterven werd daardoor in ieder geval een sereen gebeuren. Nu moeten er hele lijsten worden afgewerkt voordat je pas aan je zielerust toe mag komen. Allerlei soorten drugs gebruiken! Doen jongens ‘You only live once’ het vergroot je prestige door je hersenen te laten afsterven of verdwaasd gedrag te vertonen door psychedelische drugs. Wat te denken om al je seksuele fantasieën te laten uitkomen, niets is te gek en het liefst nog in een realitysoap. Bestel een harem, neem een dikke vrouw van 200+ kilo of sjans met het/een lid van de Masaï of laat je afranselen op de Noordpool door een hele Eskimostam. Lekker! Yolo!!!!!!

Het kan me amper schelen wat mensen aan idioterie afgewerkt willen hebben voor dat ze het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. Het heeft alleen iets megalomaans die hedonistische vorm van figuurlijke zelfbevlekking. Hoe buitenissiger het lijstje, des te hoger het prestige van de afwerker ervan is, tenminste zo is de verwachting. Want er moet vooral veel over geluld worden op feestjes en het werk. Heb je het al gehoord: ,,Theo loopt naar Santiago de Compostella’, maar ik ben volgend jaar van plan de route van de kinderkruistocht te gaan lopen. Kan ik die ook afstrepen van mijn Bucketlist. Dussss.” Verwachtingsvol wordt de kring rond gekeken.

Of ,,Ik neem al jaren dansles in Cuba tijdens mijn vakantie, fijn hoor, maar op mijn lijstje staat dit jaar Gambia.” De echte fijnproever weet dat zoiets op het lijstje van iedere veertigjarige single vrouw moet staan. En als je zelf je lijstje niet kunt samenstellen, dan kun je ook nog hulp krijgen, want een hijgerig prestigeus lijstje met onbereikbare bestemmingen, goddelijke prestaties of zinderende belevingen zul je moeten hebben om gelukkig te zijn. Daar kwam ik gisteren achter.

In een vlaag van ergernis over het open riool dat twitter heet, maakte ik de opmerking:

On my bucketlist (#vreselijkwoordtrouwens) –>putjesschepper worden in het mondiale open riool dat twitter heet #manwithpassion 😉

Binnen 24 uur word ik gevolgd @bucketlistorg. Zij verzekeren Discover your bucket list from over 2.9 million ideas. Inspiration for every list http://Bucketlist.org.

Ik begrijp dat voor de hedendaagse niet nadenkende mens het hebben van een bucketlist zoiets is als water en brood (kan ook op je bucketlist, want uiteraard wil je ervaren hoe het is om 40 dagen in een kerker opgesloten te worden op water en brood met alleen muizen en ratten, het kan vast en werkt ongetwijfeld heel louterend.)

Ik wil geen bucketlist, gadverdamme nee. En als ik toch een wens heb, dan zou ik graag zien voordat ik mijn ogen voor de laatste keer sluit dat het woord bucketlist niet meer gebezigd wordt, hooguit in geschiedenisboekjes waarin met afgrijzen wordt gesproken over de dwangmatige gekte van mensen aan het begin van de 21e eeuw. Bucketlist, driewerf gadverdamme.

Pro-Zwarte Piet? Wel nee, vooral ANTI Anti-Zwarte Piet!

Land van 15 miljoen mensen, op dat hele kleine stukje Aarde….dat is de plek waar marketingmanagers twijfelen of ze zwartepiet-producten moeten verkopen, of niet. Dat is de plek waar zwarte piet gepolderd wordt tot kaaspiet, stroopwafelpiet en regenboogpiet. Dat is de plek waar volwassen mensen tussen het nieuws van Oekraïne, ISIS en ebola verontwaardigd standpunten innemen over een kinderfeest. Dat is de plek waar de aanstichters van de discussie met de dood worden bedreigd. Dat is de plek waar shaming en blaming wordt gepropageerd door anti-zwartepieters na een onwelgevallige uitspraak van de Hoge Raad. Dat is de plek waar zwarte piet een pistolenpietje mee moet nemen ter bescherming. Dat is de plek waarbij een extreem bezoedelende reactie komt van reactionairen en andere randdebielen, op de extreem fundamentalistische aanklacht van rascisme door onfatsoenlijke moraalridders met hersenspinsels. Dat is de plek waarbij het Sinterklaasjournaal tot Bijbel, Koran en Thora tegelijkertijd is verworden, het Sinterklaasjournaal als nationale moraalgids. Kortom een belachelijk land.

Ik ben niet PRO-Zwarte Piet
Terwijl de intocht nu bezig is, wil ik helemaal niet weten welke pro- en antizwarte-pieters in Gouda actief zijn. Voor mij staat het vast dat Zwarte Piet niet racistisch is en ook niet racistische bedoeld. Ook al omdat de herkomst te herleiden is uit de Germaanse tijd en er een gigantische natuurlijke evolutie in het hele Sinterklaasfeest plaatsvond door de eeuwen heen. Ik ontken daarmee niet het bestaan van racisme en discriminatie in alle lagen van de bevolking, integendeel. Zelfs de gevoelens van mensen die zwarte piet aan de slavernij koppelen, wil ik niet bagatelliseren. Zij zullen bij zichzelf moeten nagaan door wie of wat die valse koppeling misbruikt wordt. Mijn verbazing over de oplopende discussie over racisme rond het Sinterklaasfeest kreeg vorige week voeding door een artikel in Trouw over Adrian Hart. Met de kop ,,Antiracisten houden racisme in stand” slaat hij de spijker op zijn kop. Adrian Hart heeft net een boek uitgegeven over dit onderwerp. Hij was actief racismebestrijder uit de jaren tachtig.

“Natuurlijk keur ik iedere vorm van racisme af. Maar dat betekent niet dat ik iedere vorm van antiracisme toejuich. Zero tolerance betekent het einde van iedere context.” (einde citaat)

In de Zwarte Piet discussie wordt iedere context weggehaald en geeft voeding aan tegensentimenten zoals de Nederlandse Volks Unie en zelfs de PVV pikt een graantje mee.

,,Zero tolerance klinkt heel stoer, maar het is een teken van een onthutsend simplisme. De neiging om alle context buiten beschouwing te laten, past in een bredere trend waarbij het volk – vooral de lager opgeleiden onder ons – wordt gezien als gajes. Het is alsof wij, gewone mensen, zo ongemanierd en onbeschoft zijn, dat we alleen nog in bedwang kunnen worden gehouden met regels, wetten en toezicht.” (einde citaat)

De ongefundeerde hersenspinsels van de antizwartepieters hebben inderdaad iets losgemaakt, naast een haast even ongefundeerde reactie van sommige prozwartepieters die ervoor zorgt dat als je niet uitkijkt automatisch in het racistische kamp wordt geschaard door zogenaamd weldenkend Nederland. Op zijn minst ben je kinderachtig om vast te willen houden aan het aloude en bestaande.
Ik ben helemaal niet pro- zwartepieter en het zal me geen pepernoot kunnen schelen hoe het feest er over vijftig jaar uit gaat zien. Ik heb het idee dat de meerderheid van de Nederlanders net zo denkt en ik hanteer daarbij gemakshalve even de cijfers dierondzingen dat 80% nu (en op deze manier) geen veranderingen wenst in de figuur van zwarte piet. Ik hekel daarentegen de roep van Neanderthalers om Zwarte Piet bewust in te zetten om racisme aan te wakkeren, maar dat is volgens mij een hele kleine minderheid die er altijd zal blijven. Ik begin vooral ANTI anti-zwartepiet te worden. Ik vraag me af of die club van hoogopgeleide Amsterdammers, al dan niet afkomstig van de Antillen of Suriname, wel antiracisme in het vandaal hebben en niet veel meer bezig zijn met de BV Ikzelf om wat voor psychische redenen dan ook.

Roeptoeterende welgemanierde BN-ers
En misschien nog wel erger dan een clubje dat overtuigd is van hun goede motieven om Zwarte Piet te weren, is de groep die deze minderheid faciliteert. Gemakshalve noem ik dat maar even de grachtengordel in navolging van Powned met hun Pownews. De interviewmethodes van Pownews zijn niet de mijne, maar op dit vlak hebben ze wel een punt. De bevoogdende hautaine invalshoek van de grachtengordel wordt niet voor niets op de hak genomen door die schoffies van Powned. Ook ik stoor me in toenemende mate aan programma’s als Pauw (en Witteman), DWDD en aanverwanten die podium blijven geven aan BN-ers die verontwaardigd de antizwartepieters steunen. BN-ers die enkele jaren terug nog Zwarte Piet speelden of een andere belangrijke rol in het Sinterklaasverhaal hadden,  hebben in een keer het licht gezien? Zou het water van de grachtengordel iets bevatten dat hen anders maakt dan de rest van Nederland en waardoor zij het beter begrijpen? Of is het slechts feelgood-engagement of behoud van werk. Zouden de BN-ers geen afspiegeling zijn qua mening en opinie in vergelijking met de rest van Nederland? Ook dan zou 80% zich voor het huidige Sinterklaasfeest moeten uitlaten. Echter iedereen roeptoetert elkaar na ten koste van het gajes dat bulkend en bierend op de bank racistisch zit te wezen. ‘We zullen het klootjesvolk wel eens opvoeden.’
In dat licht verwijs ik naar een column van René Cuperus uit de Volkskrant. Een zeer lezenswaardig artikel en verplichte kost voor iedere hoogopgeleide, inclusief de grachtengordel. Ten aanzien van de Zwarte Piet discussie zou ik zonder moeite zo tien citaten kunnen quoten om handen en voeten te geven aan het verschil tussen roeptoeterende grachtengordel en de rest van Nederland, om duidelijk te maken dat de media en de moraliteit misbruikt wordt en een vals beeld geeft van de werkelijke sentimenten in de zwarte pietdiscussie. Ik gebruik het laatste gedeelte van zijn betoog:
,,Ook geen woord over het feit dat de elite der hoogopgeleiden nogal tekortgeschoten is bij het managen van hun o zo dierbare globaliseringskoers. Zie de bankencrisis, de eurocrisis, de multiculturele fricties. Dat zal het vertrouwen van laagopgeleiden in de wijsheid der hoogopgeleiden niet ten goede zijn gekomen. Hoe zullen de laagopgeleide huurders denken over de ontspoorde bobo’s in de voorheen sociale woningbouw?
Maar het meest verraderlijke is dit. Hoogopgeleiden houden er halfbewust een vals zelfbeeld op na. Men geeft voor kosmopolitisch en universalistisch te zijn, pro-migratie, pro-islam, pro-Europa. Vooral om zich te kunnen onderscheiden van ordinaire lageropgeleiden. Maar hoe kosmopolitisch, pro-Europees en pro-islam is de elite op de keper beschouwd? Daar valt nogal wat op af te dingen. Het zou zelfs wel eens zo kunnen zijn, dat juist de lageropgeleiden momenteel als avant-garde fungeren bij het alarm slaan over de schaduwzijden van de globalisering.”

De zwartepietdiscussie kan gezien worden als een hoofdstuk in de verwording van de twee hier genoemde kampen. Als toppunt is het gebruik van het Sinterklaasjournaal, die uiting moet geven aan de opgelopen discussie over een onderwerp dat helemaal niet in landsbelang is, zelfs geen animositeit had hoeven opleveren als er niet zo eenzijdig ruchtbaarheid was gegeven aan een issue dat ten onrechte is verworden tot een nationaal probleem. Een ‘ouderwets gezellig feest’, witte pieten, regenboogpieten of clowntjes pieten, het zijn allemaal spastische ‘oplossingen’ voor de huidige onderlinge vijandigheden bij een mythisch kinderfeest, maar waarbij de richting waar het naar toe moet bepaald wordt door een kleine groep ‘grachtengordels’ zonder kennis, invoelingsvermogen en tact naar de overgrote meerderheid. Een volksfeest is niet te mennen en omdat het niet racistisch is, hoeft het ook niet gemend te worden. Een kleine minderheid meent dat dit wel moest.

Afronding voor dit jaar

Voor mij is het gedoe over Zwarte Piet zeker geen onschuldige discussie meer, maar een tendens met gevaarlijke onderliggende gevolgen waarbij de politieke en culturele elite (of zij die het podium krijgen om zich zo te noemen) een zware wissel trekken op toekomstige solidariteit. Hoe groot is hun betrouwbaarheid als het gaat om zaken die echt belangrijk zijn.

In de psychologie zegt men nog wel eens dat je alleen van anderen kunt houden, als je ook van jezelf houdt. Ik weet niet of je wetenschappelijk de lijn naar groepen kunt trekken, maar in Nederland zou eens stil moeten staan bij de hartstocht voor de goede dingen van de eigen cultuur. Door dat te omarmen en te waarderen, kan er pas ruimte komen voor waardering van de eigen cultuur. Dus hoe kospomolitisch zijn die antizwartepieters nu eigenlijk? Voor dit jaar stop is dit mijn eerste en enige blog hierover.

In 2013 schreef ik: Zwarte Piet in moerassig Nederland

In 2011 herplaatste ik een blog uit 2009 met de titel: Poten af van Zwarte Piet

Om de onheusheid van de argumenten van de antizwartepieters te ridiculiseren, pleitte ik in 2013 voor de afschaffing van het Caraïbisch Carnaval in Rotterdam. Een belachelijk idee natuurlijk, maar niet stommer dan.

In 2004 al geschreven, maar herplaatsing op mijn blog is in deze mijn eerste ‘multiculti’ ervaring in de provincie.

De plattelandskapper/Spargo You en Me

Halfweg de jaren zeventig was mijn kapper al een soort fossiel. De beste man was niet eens zo oud, hij had kinderen van mijn leeftijd. Midden in het centrum van Raalte, met een heuse wandelpromenade, had hij zijn nering, waarschijnlijk al meer dan 25 jaar. Zijn zaak zag er ouderwets uit. Via een gewone voordeur kwam je in een soort voorportaal waar het volstond met stinkende jassen, petten op de kapstok en een enkele wandelstok. De kapper keek dan op van zijn arbeid, stak zijn hand op ter verwelkoming. Tegelijkertijd voorzag hij de andere klanten van informatie wie er binnen kwam, zo nodig opgesmukt met saillante details. De meeste klanten waren op leeftijd. Anderen werden door hun moeder gestuurd al dan niet samen met hun vader. Dat was net zo gemakkelijk. Ik was er dus zo een.

Eenmaal in de zaak, hel verlicht met tl-balken, stonden twee grote leren kapperstoelen voor twee identieke wasbakken die rijk omlijst waren met donkergrijs marmer. Daarnaast stond een hoge knipstoel voor knapen. De winkel was voorzien van grote ramen met bruinige vitrage die het zicht naar buiten bemoeilijkte. Maar ook de shag- en sigarenlucht was oorzaak van gezichtsbeperking. De rooklucht vermengde zich met Brylcreem, Fresh-up aftershave en als je pech had kwam er een oud mannetje binnen die de indringende lucht van pestvoer bij zich droeg. Aanvankelijk had ik weinig bezwaar tegen mijn kappersbezoeken. Ik luisterde met plezier naar de verhalen van de kapper die mogelijk meer blaren op zijn tong had dan op zijn vingers. Wat kon die man (mee)lullen met Jan en Alleman, maar nooit kwaadaardig. De kapper was een vriendelijke man met pretoogjes die zichtbaar tevreden was met zijn dagelijkse gedoetje, waar knippen slechts een onderdeel was. Er stonden vier stoelen langs het raam opgesteld, twee aan weerszijde van een formica tafel met tijdschriften en het Sallands Dagblad. Om de zoveel tijd ging de deur naar het achterruim open en bracht de kappersvrouw een verse pot koffie in een doffe ouderwets roestvrijstalen kan met gekruld schenkgedeelte. Dit ging meestal onopgemerkt, want zelden kregen we de kappersvrouw te zien. De kapper schonk dan koffie voor de wachtenden, soms wel vier mensen. Ze wisten allen dat ze het eerste uur niet weg konden.

Na verloop van tijd begon het me tegen te staan, die kappersbezoeken. Het was niet de entourage, maar naarmate mijn puberteit zich nadrukkelijker aandiende was het bloempotmodel niet goed genoeg meer. En veel meer kon hij ook niet, want meestal verdeed hij zijn tijd met het knippen van bijna kale mannetjes of boeren die überhaupt geen oog hadden voor wereldse coupes. Ook schoor hij met regelmaat nog de klanten, maar dat hoefde bij mij nog niet.
Ik wilde een eigentijds uiterlijk, geen bloempotmodel dat na enkele weken helemaal rampzalig was, zeker als je haar halfweg de oren geknipt werd, waarmee er spatborden aan de zijkant van je hoofd groeiden. Ik wilde dus een model, maar vooral een andere kapper. Maar die was waarschijnlijk duurder. Ik opperde bij mijn moeder dat ik een model geknipt wilde hebben. ,,Dat is goed, vraag het maar aan de kapper.” Daar had ik niet op gerekend, ik dacht dat ze wel begreep dat ik bij de plattelandskapper weg wilde. Bovendien moest ik nog nadenken over het model, want wist ik veel. Het duurde nog een aantal knipbeurten voordat mijn aversie groot genoeg was. Ik moet dertien zijn geweest, in 1980, toen ik de stoute schoenen aantrok. Ik wilde een scheiding in het midden. Dat was hip, hoorde ik van mijn vrouwelijke klasgenoten die allemaal kwijlden bij die blonde lange man van Spargo. Ik had niks met disco, want immers net lid van de Status Quo-fanclub, maar in het gevlei komen bij de meisjes wilde ik wel.

Bij het volgende kappersbezoek mompelde ik iets dat ik een model wilde, een scheiding in het midden. De kapper knikte, trok een bedenkelijk gezicht, maar zijn ogen bleven vriendelijk naar mijn veel te lange haren met spatborden langs mijn oren kijken. ,,Zo” zei hij, ,,Dat kan.” Vervolgens liep hij naar een kast bij de deur waar zijn vrouw af en toe de koffie bracht. Het duurde even voordat hij gevonden had wat hij zocht, namelijk een groot boek dat hij op de marmeren platen bij de wastafels neerlegde. Aandachtig bladerde hij in het boek en begon hier en daar iets te lezen. Het was een oud boek, wel van na de oorlog, maar niet zo heel ver daarna schatte ik in. Hij maakte een snel knippend geluid met zijn schaar en duwde twee kammen in zijn witte kappersjas. Hij klikte nog even met zijn tong en toen liep hij op mij af. De operatie zou beginnen. Hij maakte mijn haren nat met een zilverkleurig potje voorzien van een rood pompje. Hij staakte zelfs zijn gesprekken met de wachters. Met het puntje van zijn tong tussen zijn lippen was hij met me bezig, af en toe terugvallend op de aanwijzingen in het boek. Ik heb volgens mij gedachteloos in de stoel gezeten, immers ik had nog geen lenzen dus ik kon via de spiegel niet nagaan of ik er al als de Spargo-zanger uitzag. Heel abrupt, veel sneller dan ik gedacht had, zei de kapper dat het klaar was. Nog steeds zonder bril moest ik van hem mijn coupe beoordelen. Ik zei dat het goed was, want ik wilde niets liever snel naar huis fietsen om in alle rust het resultaat op me in te laten werken.

Eenmaal thuis schrok ik me een ongeluk. De haren zaten in een strakke scheiding in het midden. Het leek in het geheel niet op de losse scheiding met opgekamde ponnie van de populaire zanger. Toen ik het mislukte model weg wilde kammen, kwam de volgende klap. In het boek van de kapper had blijkbaar gestaan dat een scheiding in het midden alleen gemaakt kan worden met het knippen van een flinke hap in het midden van je haarlijn. Er zat een soort driehoek in mijn haarlijn op het voorhoofd. Ik denk dat ik een keer flink gevloekt heb, huilen deed ik niet meer in die tijd. Mijn moeder kwam poolshoogte nemen en zonder iets te zeggen zei ze dat ik de volgende keer maar naar de moderne kapper moest gaan. ,,Morgen?” vroeg ik hoopvol. Ze knikte.

 

 

 

 

38 VERMIEREN uit de serie de kabbelende 100

Een zomerse november zondagmiddag, wat doe ik in de IKEA? Zelfbeklag is niet terecht, maar ik verwijt mezelf onnadenkendheid. In de aanloop naar het Zweedse Warenhuis verbaasde ik me al over de superdrukte bij de Intratuin, Praxis en de Kwantum. Het kan allemaal op zondagmiddag in Duiven, een werelddorp.
Het droge commentaar van mijn partner is:,, Dat is iedere zondag, welkom in 2014.”
Als ik gevoelig zou zijn voor hyperventilatie, dan was nu mijn moment of fame aangebroken. Ik baalde enorm, want ik weet wat mij het komende uur te wachten staat. Er is geen terugkeer mogelijk, de WC-bril moet vervangen worden. Dus mijn misantropische instelling zal bevestigd worden in de mierenhoop die IKEA heet. In lome irrationele tred slentert de mensheid gapend langs de keukens, banken en plastic hebbedingetjes.
Het ligt aan mij, zonder meer, maar wat heb ik zin om al die dikke wiebelbillen te schoppen, heel, heel hard.

20141102_163732
Wat is dat toch dat mensen, zelfs op mooie dagen, altijd maar weer naar elkaar toe trekken? Of het nu IKEA is, de meubelboulevard, zaterdagmiddag in een willekeurige provinciestad, een house-party, koningsdag of Lloret de Mar. Altijd zoeken ze elkaar weer op. Zou het in de genen zitten en welk gen mis ik, want ik vind mensenmassa’s niet prettig. De enige uitzondering is een voetbalwedstrijd van Feyenoord, maar daar lopen de mensen voor de wedstrijd allemaal dezelfde richting op, met het zelfde doel. Na de wedstrijd lopen ze wederom in dezelfde richting met een redelijke gelijke stemming, al naar gelang het verloop van de wedstrijd is geweest.
Dat gedrentel bij IKEA, dat plotse stilstaan en teruglopen als kippen zonder koppen is ronduit verschrikkelijk.
Ter plekke bedenk ik dat voor dit gedrag nog geen werkwoord is uitgevonden, dus bij deze voeg ik het woord VERMIEREN toe aan de Nederlandse taal. De betekenis is kort weergegeven: ,,Krioelende massa mensen onder het mom van gezelligheid, die zich op irrationele wijze een weg banen in de meute en op feestjes blijft beweren dat het heel gezellig was, hoewel hun gezichten ter plekke nonverbaal andere signalen afgaven.”
Misschien staat het over tien jaar wel in de dikke Van Dale? En als over honderd jaar de ontstaansgeschiedenis van VERMIEREN wordt gegeven staat er vast in het etymologische woordenboek: ,,VERMIEREN is voor het eerst gebruikt door een penopauzerige balkonmuppet die daarbij wist te voorkomen dat hij zijn misantropische inslag zou projecteren op zijn domme medemens.

En dan ben je iemand.