31. HET CONCERT DES LEVENS uit de serie de kabbelende honderd

2014-04-02 08.46.03
De aanvangstijd is onbekend en zelfs het op te voeren stuk is niet duidelijk. Maar onmiskenbaar gaat een ieder op weg naar zijn veelal gereserveerde zitplaats voor vandaag. Er is gerekend op veel publiek en gelukkig is het vervoer goed geregeld. Er zijn geen noemenswaardige opstoppingen, de treinen arriveren één voor één en spuwen de mensen massaal uit. Er ontstaat een ogenschijnlijk ongeordende mierenhoop, maar voor de kenner is de orde snel te ontwaren. Het hele stationsgebouw in wording, met zijn holle geluiden, is voor de meesten een te overwinnen gekkenhuis. Aan de gezichtsuitdrukkingen te zien zijn de verwachting over de uitvoering niet hooggespannen. De meesten lijken hun verplichte abonnement te gebruiken. Misschien valt het mee, misschien ook niet? Belangrijker dan de kwaliteit van de uitvoering is er op tijd te zijn. Je hebt dan nog zicht op het binnenstromende publiek. Misschien zijn het dezelfde mensen als de dag ervoor?

Mijn mobiel geeft aan dat ik ruim op tijd ben voor mijn eigen voorstelling. Ik besluit een kop koffie te kopen en neem plaats in de buitenfoyer, ergens boven in. Een kakofonie van hakgeluiden en doffe stappen hoor ik achter me op weg naar de trap links van me. Rechts een een soortgelijke stroom naar beneden. Een enkeling kijkt nog even in het rond of ze wel richting de goede zaal gaan, anderen wachten op bekenden met wie ze afgesproken hebben samen te genieten van de voorstelling. Menige vrouw inspecteert nog snel of het schilderwerk op het gelaat in orde is. Met de tikkende hakjes komen vele zoete geuren langs drijven. Een goed parfum is een fijne bedwelming die een tegenvallende theatershow nog dragelijk kan houden. De belichting op dit tijdstip is nog wat somber, passend bij de stemming van de meesten. Er zijn bouwvakkers bezig met een eigen voorstelling voor die dag. Beneden probeert een neringdoende met bakfiets nog koffie te slijten. Een enkeling lijkt zich niets aan te trekken van het theaterpubliek en loopt tegen de stroom in. Eentje geeft een harde schreeuw die er voor zorgt dat de mensenmassa even hapert, even maar, en dan gaat de massa ongehinderd verder. Niemand kan er iets aan doen dat er niet voor iedereen een kaartje is. De schreeuwlelijk kijkt of er in de prullenbak een kaartje voor hem is. Een programmaboekje zal zeker een onmogelijke opgave zijn, want er is geen program voor het concert des levens, voor niemand.

Inburgering van lik-mijn-versje 4.0

,,Pa, ik moet het land uit!” Met dit bericht word ik na een vruchtbare dag binnen de strafrechtketen arbeidzaam te zijn geweest, verwelkomd. Omdat mijn zoon een brave borst is en inmiddels formeel volwassen, beticht ik hem niet van strafbare feiten die zo’n uitspraak rechtvaardigen. Hij ziet mijn verbaasde gezicht en begrijpt dat ie zijn vader even moet geruststellen. ,,Ik heb een 5.1 voor de inburgeringstest. Het is weliswaar een test uit 2005 en nu weet ik dat we in een razende snelle, misschien wel vluchtige tijd leven, zo erg zijn de waarden, normen en gebruiken in die tien jaar niet veranderd. ,,Oh” zeg ik, ,,Waar ga je naar toe en wie brengt je?” Want ik denk snel dus weet dat dat wel weer op de schouders van vader terecht komt, want als je die terugkeerdiensten hun gang laat gaan, dan zit mijn zoon over tien jaar nog steeds illegaal in Nederland. Het was een stomme test hoor ligt hij geheel overbodig toe.

 

Tijdens een voedzame maaltijd met veel groente en bruine bonen nota bene, veel “hollandscher” kan het niet, bespreken we de test. Voor de afwas maken mijn jongste zoon en ikzelf de test ook. Nu blijkt dat ik binnenkort kinderloos ben, tenminste voor hun directe nabijheid moet ik vrezen. Zelf moet ik tevreden zijn met een zeer krappe voldoende namelijk 6.1. Maar ik mag blijven, dat wel. De vraagstelling van de meerkeuze vragen was voor zeker de helft zeer discutabel en subjectief, maar in de wetenschap dat mensen hierop afgerekend werden in 2005 is ernstig. Dan heb ik het nog niet eens over het feit dat mijn zoons z.s.m. moeten oprotten. Wilt u zelf een oordeel vellen over de test, volg de link.

Ik ben zeer benieuwd, maar onze inmiddels Koningin Maxima zei het enkele jaren geleden al, de Nederland bestaat niet. Ik schreef er toen al over en weet nu dat ze volledig gelijk had. De Nederlander bestaat inderdaad niet, want ik ben toch niet dezelfde dan de Nederland die met glans een 9 of 10 haalt voor de inburgeringstest. Ik vraag me af wie dit soort vragen bedenkt, of zouden er hele onderzoeks- en begeleidingscommissie achter dit amateuristische testje zitten? Misschien kan ik dit niveau ook wel halen. Bijvoorbeeld hoe multiculti bent u:

1. U ziet een middelbare man met baard daarom weet u dat het een man is, want hij draagt verder een lange jurk met daar onder een broek. Wat denkt u?
a. Dit is een verdwaalde Schot die zijn kilt heeft verruild voor een langer model.
b.Is dit nu wat die xenofobe buurman bedoelt met ‘soepjurk’?
c. Ieder zijn meug, ben blij dat ik de mode niet volg.

2. Een vrouw met een mediteraan uiterlijk, vermoedelijk met Marrokaanse voorouders, schudt haar weelderige zwarte manen, terwijl ze haar spiegelbeeld in de winkelruit bekijkt. U bent onder de indruk, maar zegt:
a. Geniet maar van die mooie krullen, met geblondeerd peroxide haar kan dit niet.
b. Ja, jongedame laat ze lekker dartelen in de vrije lucht, straks moet die doek er weer omheen.
c. Niets, want u hebt geleerd dat dit niet netjes is, bovendien bent u geen versierder, ongeacht waar de dame in kwestie vandaan komt.

3. U ziet een opgeschoten puber met een schooltas, maar ook in het shirt van een bekende Turkse voetbalclub te weten Fenerbace. Hoe reageert u?
a. Dirk Kuyt is wel een barmhartige manier van ontwikkelingshulp in Turkije.
b. U kijkt de andere kant op, want Turkse voetbalsupporter staan bekend om hun lange tenen en korte lontjes. U kijkt wel link uit.
c. U loopt de jongeman lachend tegemoet, pakt hem bij zijn handen en zegt vergoelijkend, geeft niets en begint luidkeels te zingen ‘Hand in Hand voor Feyenoord een, geen woorden maar daden.

Dit was dus het niveau van de inburgeringsvragen. Ik heb geen reden aan te nemen dat we er op dit moment mentaal beter aan toe zijn, want om mensen te kunnen laten integreren, moeten ze eerst welkom zijn. Daarna kunnen we samen lachen om de stupiditeit van de vraagstelling. En zolang er nog zoveel volgelingen zijn van zo’n rare politicus met bescherming, is het niet de vraag of mijn zoons het land uit moeten, maar eerder de vragen of ze hier nog wel willen blijven.

30. DE VERFOEIDE PAUZEWANDELING uit de serie de kabbelende 100

Ik vind het bijzonder eng. Laat ik er maar eerlijk voor uitkomen. Als ik ergens pukkeltjes van krijg zijn het groepjes wandelende collega’s die hun broodjes oppeuzelen in de straten rondom hun kantoor. Vaak zijn ze nog hevig discussiërend en met volle mond pratend hun werk aan het overdoen. In die pauzes lijken sommigen tot hoogstaande inzichten te komen en proberen een murw gewerkte collega juist op dat moment te overtuigen. Ze praten alsof ze de directeur zijn en dat het bedrijf zonder hun inbreng tot een desolate ruïne van bureaucratische existentie zal verworden. Misschien dat de frisse lucht tot die Einsteinachtige plannen noopt, maar ’s middags zullen ze gewoon weer een radartje zijn in hun eigen machinerie. Andere groepen lopen doods en zwijgend soms met wel acht mannen. Vast een bedrijf met veel bèta’s en die ene vrouw die meehuppelt was blijkbaar goed op haar toekomst voorbereid.

2014-03-31 12.29.45

Ik heb het niet op de middagwandeling, maar het is wel gezond zeggen mijn collega’s. De hele dag op je krent zittend in ongezonde kantoorlucht, je rug en je ogen naar hun grootje helpend van het computerwerk is ook niks. Ik zou het eigenlijk standaard moeten doen, maar mijn eigen vastgeroeste oordeel over groepjes loonslaven houdt me tegen. Daarmee ben ik dus een rem op mijn eigen gezondheid, want wie mij ziet, denkt niet meteen aan een man die zijn lichaam als een tempel onderhoudt. De oplettende lezer kan nu het verband leggen met een gezonde geest. Dus als de druk van ongetwijfeld goedbedoelde collega’s samenvalt met een opkomende koppijn, ga ik overstag en praat natuurlijk de hele weg over het werk als een directeur die de sleutel in handen heeft voor verbeteringen in de zaak. Of ik praat over Feyenoord en dat is dan wel weer leuk. En eerlijk is eerlijk, er is niets mis met mijn collega’s, maar mogelijk met mij want waar ik ook loop in de pauze, ik zie plukjes werknemers en probeer hun beroepsmatig in te schalen. Wat doe je trouwens als je in de haven van Rotterdam werkt op een bezoedeld kantoortje, of wanneer je je ontspanning moet zoeken tussen de flats van de Zuidas in Amsterdam? Ik moet me dan maar gelukkig prijzen met het Arnhemse Sonsbeekpark in de directe nabijheid. Hoewel ook hier de werktorens oprukken, zijn ze nu nog slechts horinzonvervuiling, een uitzondering, net als ik met mijn rare ideeen over de verfoeide pauzewandeling.

29. GEEN TWEE HONDJES uit de serie de kabbelende honderd.

2014-03-30 18.56.10

‘Ik wou dat ik twee hondjes was, dan konden we samen spelen.’ Dat is een evergreen die voor deze twee copulerende ooievaars niet opgaat, tenminste met mijn beperkte vogelkennis denk ik dat ze al aan het ‘spelen’ zijn. Op deze koeler wordende lente-avond, de nacht ervoor is de zomertijd ingegaan, hebben deze langstelten geen last van de kou en zeker niet van een voyeuristische fietser die gebiologeerd toekijkt. Het ene moment lijken ze mee te doen aan een living-statues voor dieren, beide kijken dromerig in de einder. Maar een tel later is er veel gefladder van twee paar vleugels. Ze beesten proberen een torentje te bouwen met zijn tweeën. Heel lang duurt het niet. Na het recht pikken van een veertje op hun verenvacht, kijken ze weer synchroon onverstoord verder. “Is hier wat gebeurd dan?” Het spreekwoord van twee hondjes komt zeker niet voor in het idioom van het stel.

2014-03-30 18.57.48

Het is nog steeds een vreemde gewaarwording die toename van koppeltjes ooievaars in het Nederlandse landschap. Deze majestueuze beesten zijn een bezienswaardigheid. Je zou bijna denken dat het goed gaat in Nederland, in ieder geval op ecologisch gebied. In de jaren zeventig was het een zeldzaamheid een ooievaar aan te treffen. Ik weet nog dat we heel opgewonden waren toen we dachten er eentje te zien overkomen. We spraken er dagen over, maar hebben hem (of haar) niet meer waargenomen. Volgens mij was dat de laatste die gewoon wegvloog uit het Nederland vol met hippies die de vrije seks propageerde. Bloemetjes en bijtjes waren niet meer nodig en zeker geen ooievaars om jonge kinderen van onkuise kennis over de daad af te houden. Ooievaars hadden geen functie meer en hebben de polder met hun vergaande ontbloting achter zich gelaten. Begin jaren negentig ben ik ze weer tegengekomen in Turkije. Hippies hadden de Turkse jonge ziel nog niet verpest met voorlichting, dus boden de ooievaars hun diensten weer aan door er gewoon in grote getale te zijn. Nu in de laatste jaren de ooievaar Nederland opnieuw heeft herontdekt, moet daar een reden voor zijn. Misschien zijn we klaar met al dat plastische open- en blootgedoe en hebben we weer zin een het verbloemen en versluieren van de voortplanting. Mogelijk dat mijn kleinkinderen weer in sprookjes gaan geloven? Ik hoop het, maar dan moeten deze twee hun circusact minder pontificaal gaan vertonen, want ik krijg er allerlei ongewenste flowerpower gedachten van. Bah!

2014-03-30 18.58.05