Pax feminien, een lachertje natuurlijk

Dat mannen ‘mannetjes’ zijn,  is genoegzaam bekend. En door de opeenvolgende feministische golven zijn we ook gaan geloven dat al het wereldleed ongeveer veroorzaakt wordt door testosteron. Misschien is het waar, misschien ook niet. Is de wereldvrede daadwerkelijk gewaarborgd als vrouwen de macht hebben? Zullen we gelukkiger worden met een groot mondiaal matriarchaat? Ik waag het te betwijfelen. Mogelijk zal de wereld er ook niet slechter uitzien met vrouwenpower, al weet ik dat niet zeker.

Ooit in een ver verleden heb ik een jaar in een klas met overwegend meisjes gezeten. Ik kijk niet terug op een spectaculair jaar, ik wist niet waar het probleem lag toentertijd. Nu weet ik het, te veel aan vrouwen, bakvissen toen nog. De verschillende werkervaringen hebben mij geleerd dat de verfijning van elkaar afmaken bij vrouwen verder is geëvalueerd. Goed, openlijke machtsstrijd en borstgeroffel tussen mannen heb ik ook gezien. Maar nu ik richting de vijftig loop, herken ik pas de destructieve kracht van vrouwen in groepen. Lang heb ik geloofd in onderlinge vrouwensolidariteit, heimelijk was ik er wel jaloers op. Nu weet ik beter, die solidariteit bestaat tot aan de drempel van de deur. Zijn vrouwen eenmaal uit elkaars aura verdwenen, spelen vaak hele andere krachten. Roddel en achterklap zijn mijns inziens uitgevonden door vrouwen. Zijdelings maak ik het middelbare schoolgebeuren van mijn kinderen mee. Bij de oudste werd enige jaren geleden de klasdynamiek door het onderwijzend personeel beschreven als ‘de macht van de bijenkoninginnen’ die hun giftige uitwerking had op het hele groepsgebeuren met geknakte schoolcarrières aan toe. We zullen nooit weten hoe slachtoffers van deze kleine loeders zich later zullen ontwikkelen met persoonlijkheidsproblematiek. Mijn jongste zoon lijkt nu al de wijsheid te hebben die zijn vader in de midlifecrisis heeft verkregen. Op de spaarzame momenten van mededeelzaamheid geeft hij te kennen dat hij het gezellig heeft op school. Hij kan goed opschieten met zijn klasgenoten en ‘als die wijven weer onderling mot hebben, trekken we ons gewoon terug met de jongens’. Er zijn veel momenten dat ze zich terugtrekken heb ik begrepen. Hij zit er niet mee, voor hem is het een levensgegeven zoals gras groen is.

En dan het gevecht tegen het ideale vrouwbeeld. Natuurlijk wordt dat uitgebuit door ook veel mannelijke kapitalisten. Echter ik durf de stelling te verdedigen dat zij slechts misbruik maken van de onderlinge wedijver van vrouwen om maatje anorexia als hun ideaal te zien. En die dikke tieten zou het summum voor mannen zijn? Ik moet het eerste onderzoek nog zien dat beweert dat vrouwen met dikke tieten beter in de huwelijksmarkt ligt.

Misschien is de zogenaamde vrouwensolidariteit wel de grootste vijand van de vrouw zelf. Die zogenaamde hartsvriendinnelijkheid, waarbij alle intieme zaken worden gedeeld en ieder beddetail wordt besproken en gewogen. Alle gevoelens op ongeacht welk tijdstip zijn gemeengoed in de vriendinnengroep en als er geen wezenlijke zaken zijn, worden er wel issues gemaakt. Van niets wordt iets gemaakt en binnen no time is het een sociaal probleem. Heel vaak is de partner of vriend dan de oorzaak, of de man in het algemeen. Echter die zogenaamde solidariteit onderling komt vroeg of laat heel hard terug bij de deelneemsters. Het lijkt wel hoe groter de onderlinge verbondenheid des te groter is het geheugen. Op de meest onverwachte momenten worden persoonlijke ontboezemingen dan prijs gegeven aan de openbaarheid via de sociale media, op school of op het werk. Er is dan geen weg meer terug, het gif is gezaaid en de groepsdynamiek naar de kloten. Vrouwelijke oplossingen als praatsessies ten spijt, het mag niet meer baten.

Met deze gedachte ging ik het weekend in. Het laatste uur van de vrijdag was dit het gespreksonderwerp bij het afsluiten van de computers en de laatste sigaret. We, een mannelijke en een vrouwelijke collega, waren het hartgrondig met elkaar eens. Pax feminien bestaat echt niet. In de herfstzon liep ik naar het station. De trein stond er al en ik kon in mijn eentje zitten in een coupé. Na vijf minuten werd mijn zelfverkozen eenzaamheid in de trein verstoord door een ijskoningin van pakweg 17 jaar die met een trolleykoffer zich zelf ongenaakbaar nestelde schuin tegenover mij. Ze was slank en blond, niet bijzonder mooi, maar ze had wel oneindige lang benen. Haar door de make-up sprekende blauwe ogen gunde mij geen blik waardig en daar heb ik alle begrip voor. Ik mijmerde verder door te kijken naar de roltrap die vanuit de stationshal steeds weer nieuwe mensen op het perron uitspuugde. Een vermakelijk tijdverdrijf nu ik mijn mobieltje vergeten was. Opeens werd de ledigheid wreed verstoord. De blonde jonge dame begroette kirrend twee soortgenoten die ook de trein in stapte. Ze bleek te kunnen lachen en mijn vrees werd bewaarheid. Ik werd ingesloten door drie meisjes van net geen achttien, mogelijk waren ze nog jonger. Ik kon door de hoeveelheid plamuur niet een precieze leeftijdsinschatting maken.

  • ,,Hé EMO.” zij de blondine tegen het eerste meisje dat nu tegenover mij ging zitten.

  • ,,Ja, het is nog niet goed, ik heb het nog maar een keer uitgespoeld vanmorgen.”

  • ,,Beste mooi en nu gaat ze zich snijden.” flapte de dame die naast me ging zitten eruit.

    Ze had een beugel met plaatjes, maar lachte haar gebit zonder problemen bloot.

Uit de eerste hijgerige begroeting begreep ik dat de EMO die avond ervoor haar haren zwart had geverfd, maar ze beweerde dat het midden-bruin was. Ik zag het niet. Ze was zelf ook niet tevreden ondanks dat beide andere meisjes beweerden dat het heel mooi was. Van enige ongenaakbaarheid was niets meer te bespeuren. Bij mij als toehoorder kwam eerder het woord ongeremd naar boven, of zo u wilt onbeschaamd. Als veertiger bestond ik niet en ze leken niet te beseffen dat ze in de trein zaten en niet in de bescherming van een meisjeskamer. In eerste instantie werden alle ‘treiterpijlen’ van de dames op de emovriendin gericht. Zij wist echter van onderwerp te veranderen door te wijzen naar een man met een hoed die instapte. Hij bleek een verschijning te zijn die op hun lachspieren werkte. Ik durfde me niet om te draaien omdat daarmee de kans aanwezig was dat ik deelgenoot werd van hun publiekelijke hekserij. En de toorn van een vrouw mag dan spreekwoordelijk zijn,  dat valt nog in het niet bij het zenuwachtige openbare gegiechel en gejoel van een tros bakvissen. Met succes kon ik me anoniem houden. Nu kreeg het beugelbekkie ervan langs. Ze deed aanvankelijk niet mee met het gesprek.

  • ,,Heb je pijn aan je mond en tanden, je bent zo stil.”

Er zat weinig medeleven in de vraag, er kwam dan ook geen antwoord. Het kind naast me keek op dat moment niet gelukkig, maar dat werd ogenschijnlijk niet opgemerkt. Emo en Blondie babbelden verder over school en dan met name de aanwezige bewakers van die school. Ze werden ingedeeld in groepen of je er wel of niet mee naar bed zou willen. Ik was nog bezig om het woord bewakers te plaatsen in het schoolgebeuren, toen bleek dat ene Jesse de ‘Hunk’ tussen de bewakers rondliep.

  • ,,Maar toen ik begreep dat hij 26 jaar oud was, heb ik hem geblokt op mijn app.”

  • ..Logisch, weet je wat hij me laatst vroeg? Of ik model was!”

  • ,,Wie jij? Wat een rare vraag en wat zei je?”

  • Uh? Toen zei hij of je nu model bent of niet, voor mij ben je wel een model. Vieze ouwe man is het toch, niet?

  • ,,Weet je met wie ik aan het appen ben, drie maal raden?”

Beugelbekkie probeert ook weer mee te doen met de conversatie, ze krijgt geen gehoor bij Blondie en Emo.

  • ,,Ben blij dat het weekend is, ga vanavond uit. Hoop dat Ruud ook komt.”

  • ,,Ruud?”

  • ,,Ken je niet, was vorige week ook op dat feest, je weet wel…..!”

  • ,,Ben je mee naar bed geweest?”

Emo draaide met haar ogen. Als onzichtbare buitenstaander kon ik niet opmaken of dat een ja of een nee was. Emo herinnerde zich dat er nog een vraag in de coupé rondhing.

  • ,,Met wie ben je aan het appen?”

  • ,,Raad je nooit.’

  • ,,Kurt, André, Michiel, ”

  • ,,Felix, Robert, Mo?”

Beugelbekkie leek de aandacht prettig te vinden en liet de anderen verder raden, maar die hadden er geen zin en ratelden al weer over andere zaken. Ze smiespelden een beetje dus als onzichtbare man lukte het niet om er een touw aan vast te knopen. Beugelbekkie besloot het raadspelletje nieuw leven in te blazen.

  • ,,Het begint met de letter D.”

Vilein kijkt Blondie naar Beugelbekkie.

  • ,,Moeten we hem kennen?”

Emo deed er nog een schepje bovenop door te vragen of ze er mee naar bed is geweest op een manier zoals je zou vragen of hij bij je in de straat woont of in de klas zit. Zonder op antwoord te wachten somden Blondie en Emo een heel arsenaal aan jongensnamen met een D. Naast me voelde ik het zenuwachtig geschuifel van Beugelbekkie en gepikeerd riep ze.

  • ,,Ik ben geen afgelikte boterham, zeg.”

Blondie en Emo bevestigden noch ontkenden. De trein kwam tot stilstand en ik moest uitstappen.

Een gevaarlijk moment voor een onzichtbare veertiger die moet uitstappen uit de tot meisjeskamer vermomde treincoupé. Dit is het uitgesproken moment om heel stom te giechelen of iets heel onoorbaars over een vreemde te zeggen. En al weet je dat het puur uit onvermogen gezegd wordt, je kunt zomaar publiekelijk slachtoffer worden. Er gebeurde gelukkig niets. Beugelbekkie schoof op naar mijn plaats en ik hoorde nog net dat een niet aanwezige vriendin werd besproken. Een veilig onderwerp voor alle drie, de gelederen werden gesloten en de vrouwensolidariteit was weer hersteld voor dat moment. Onbetaalde rekeningen zullen later wel worden vereffend. Volgende week, over een maand of misschien wel over een jaar. Dat is zeker.

Kakelkrant van Sprakeloos 65: Nog een geluk dat het geen herfst is

Ik weet het, je hebt rasoptimisten en droefsnoeten. Hoewel er momenten zijn dat ik me aardig kan profileren als optimist, behoor ik eigenlijk tot het gilde van de droefsnoetigen. Als het wereldnieuws samen komt met enige oneffenheden in het persoonlijke leven of mijn fysieke constitutie is niet even niet 100% dan neig ik naar vormen van (cultuur)pessimisme. Vandaag is het zo’n dag, dus bereidt u voor op een inktzwart stukje. Gelukkig heb ik een afsluiting waarbij het vermoeden bestaat dat er hoop is. Een klein sprankje hoop slechts, maar als de gedachten in een zompig moeras verkeren, is iedere strohalm voldoende om die in ieder geval memoreren. En als je dat kan, ben je geen raspessimist, slechts leidend aan Weltschmerzen.

De koffie (niet meer helemaal vers) en een boterham met hagelslag (al het vlees was al op) stonden naast de opengeslagen krant. De krant die wist te vertellen dat de terroristen in Kenia nu ècht verslagen waren. Je wordt er niet vrolijk van. Vervolgens een uitgebreid verslag van de komedie die wij hier Nederlandse politiek noemen. De ontevredenheid met de gemiddelde kiezer deel ik inmiddels, de keuze om dan maar PVV of SP te stemmen echter niet.Verder op in de krant een stukje over hoe Turkije zomaar in de ‘burgeroorlog’ in Syrië verzeilt kan raken. Ik zal de humanitaire ramp en totale waanzin in Syrië zelf maar niet benoemen. Dan lees ik over doodsbedreigingen aan een Griekse statisticus omdat hij de echte overheidstekorten vaststelde. Dit was echter niet de bedoeling. Boven dit bericht vrolijke foto’s van de VW bus. Maar het begeleidende schrijven leert dat de laatste van deze typerende auto’s in Brazilië van de band komen. Dan is dit ook definief verleden tijd. Al het goede verdwijnt ook. Soms is het leven zwaar k**.

Terug naar de voorkant van de Trouw waarin gewaarschuwd wordt voor de totale inmenging van internet in ons leven. Natuurlijk zijn er voordelen, maar cybercrime ligt op de loer. En dan gaat het niet over het simpele leegroven van je internetbankrekening, maar over het rommelen van je identiteit met alle gevolgen van dien. Wie de film ‘The Net’ uit de jaren negentig zich nog kan herinneren, moet dus vaststellen dat deze thriller slechts een slap aftreksel is van wat ons nog te wachten staat. We worden geleefd door een techniek die we niet meer als mens kunnen regisseren. Het is zoiets als ‘de bureaucratie’ waarbij iedereen zegt dat het noodzakelijk is, maar niemand weet welke gevolgen zijn beslissingen zal krijgen in het geheel. Ik noem het gemakshalve maar de ontzieling van het publieke domein.

Een prachtige foto van koningin Maxima helpt niet om mijn stemming te verbeteren en dat wil wat zeggen. Ik sla de krant dicht en drink mijn inmiddels lauw geworden koffie op.

Dan maar even kijken of facebook en twitter nog iets te bieden hebben voor het gemoed. En ja hoor, het eerste tweetje geeft een link naar een interview met Joris Luyendijk die zich heeft ondergedompeld in het bancaire leven van Londen. Met zijn cultureel antropologische achtergrond schets hij deprimerende doemscenario’s over de crisis die volgens hem nog lang niet ten einde is. We zitten economisch en financieel op een dood spoor is mijn vlotte conclusie uit dit stuk, het moet anders! Joris Luyendijk als onheilsprofeet. De toekomst zal leren of hij achteraf gelijk gaat krijgen of dat we hem zullen vergeten. Het probleem is echter dat het nu nog niet de toekomst is, maar slechts het trieste nu. Soms lijkt de aarde wel een grote humanitaire vuilnisbelt.

herfst 2Ik besluit de computer maar af te sluiten en rook een sigaret in de tuin. (Ja, want ook het stoppen met roken lukt maar niet.) En dan zie ik ineens op deze, nog net niet herfstige dag, onverwacht een een roos bloeien in de tuin. Een roos die ik zelf niet gepland heb en dus bij de buren weg moet komen. Ik had de bloem nog niet eerder waargenomen. Voor vandaag koester ik deze roos maar, onze eigen vuilnisroos als teken dat er toch nog wel licht aan het eind van de tunnel is.

herfst 3

Kakelkrant van Sprakeloos 64: Plofkiprillingen

Heb ik weer? Tegen de tijd dat de jaren gaan tellen en overtollige kilo’s niet vanzelfsprekend eraf gaan met een weekje rustig aan doen, maar een zwaar ascetisch leven is vereist om niet obesed te worden, komen ze bij De Trouw met een nieuwe kwestie. In het besef dat je richting de vijftig gaat, zijn er momenten dat je je gezondheid gaat overdenken. Sommigen doen dat eerder, ik niet. En als je over je eigen gezondheid gaat denken, probeer ik dat in een breder verband te zien. Daarvoor ben je immers ook in de midlifecrisis beland, om na te denken. In mijn geval niet over motoren of een tweede leg, integendeel. Voor een motor heb ik het geld niet en de eerste leg voldoet nog. Nee, over eten. Langzaam dringt het tot me door dat ik eens kritisch moet kijken naar de herkomst van voedsel. De biologische lobby begint zijn vruchten af te werpen. Ergens in mij ontstaat de behoefte om niet alles op mijn bord als een klakkeloze omnivoor naar binnen te werken. Gezond, biologisch en verantwoord eten zou een onderdeel moeten gaan worden van mijn leeftijdsgebonden contemplatie. Zelfs in de mainstream supermarkten is biologisch een wezenlijke marketingstrategie geworden.

En op zo’n moment komt de Trouw in één van haar bijlagen om mijn wereldbeeld hevig door elkaar te husselen. Biologisch voedsel zorgt voor te veel gebruik van beschikbare gronden. Juist de intensieve landbouw kan een antwoord geven op de armoede en hongerbestrijding in mondiaal perspectief. Ik begrijp dus dat het een kwestie van maanden, hooguit enkele jaren is, dat biologisch, slow voedsel ‘old school’ is. Intensieve landbouw en hoogwaardige technologie heeft de toekomst ook voor de hippe vogels die graag met hun handen in de grond wroeten. De romantiek om enkele armetierige peentjes op facebook te zetten als je stabiele bijdrage aan het milieu is zo 2012. Want er is helemaal geen romantiek te ontdekken in de onthaasting van de stedelijke moestuin als de volgende stelling waar zou zijn: ,,Hoe ethisch is het om je eigen gezondheid te prevaleren, boven de noden van de armen in de Derde Wereld?”

Zoals gezegd, intensieve landbouw is het antwoord. Back to basics is slechts egoïstische zelfontplooiing van de happy few in het rijke westen. Het moge duidelijke zijn dat egoïsme niet hip is, dus voor mij geen onbespoten appels meer en zelfs genmanipulatie begint acceptabel te worden. Alles voor de hongerbestrijding voor alle mensen.

Ik vrees echter de dag dat Trouw met een artikel komt waarbij de acceptatie van de plofkip in het vizier komt, want daar zijn we als weldenkenden in Nederland nog niet klaar voor. We gaan ons toch niet verlagen tot het kopen van een goedkoop kippetje voor het plebs.

Kakelkrant van Sprakeloos 63: Following the leader

 

Zeker 60% van de Nederlanders heeft een enorme behoefte aan een sterke leider. Dat is natuurlijk het gevolg van de afkeer die men zegt te voelen voor de hedendaagse politiek in het algemeen en het huidige kabinet in het bijzonder. Maar zo’n krantenkop zou je eigenlijk eens goed moeten proeven en het liefst met de mindset van enkele decennia terug. Het was toen niet denkbaar en nu is het gemeengoed geworden als we dit onderzoek moeten geloven. De dag erop wordt hetzelfde onderzoek min of meer gerelativeerd dat we geen landje zijn van voor een sterke leider. Ik mag het hopen. We dreigen wel een landje te worden dat graag complexe situaties met ‘Jip en Janneke’ oplossingen te lijf wil gaan. In deze context brengt dat een liedje van Walt Disney bij mij naar boven die simpliciteit (en het potentiële gevaar) aangeeft.

 

 

 

Tee Dum Tee Dee

 

a tee dlee ed tee day

 

It’s part of the game

 

Tee Dum Tee Dee

 

The words are easy to say

 

Just a tee Dlee Dum

 

a Tee Dlee Dum tee day

 

Tee Dum Tee Dee

 

A Tee Dle Eedo Tee Di

 

 

Gewoon lekker simpel brengen van de boodschap, de inhoud maakt niet uit, we hoeven het niet te begrijpen als de boodschap maar lekker bekt en goed gebracht wordt, dan geloven we er in. Niet meer nadenken.

 

 

We march along

 

and follow the other guy

 

eaqch thing he does

 

The rest of us have to try

 

with a Tee Dlee Dum

 

a Tee Dle Eedo Tee Di

 

We verlangen blijkbaar naar eenheidsworst en wat goed is voor jou, is blijkbaar ook goed voor mij. Een ander, de leider bepaalt dus wat goed is voor ons lijders.

 

 

We’re following the leader,

 

the leader, the leader

 

We’re follwing the leader

 

wherever he may go

 

We won’t be home

 

till morning

 

We won’t be home

 

till morning, till moring

 

Because he told us so.

 

 

Maar als puntje bij paaltje komt, zijn we er dan wel gelukkig mee met de volgende ochtend? Wat is ‘ons huis’ met een sterke leider? Een leider volgen is niet zomaar een spelletje!

 

 

Tee dum tee dee

 

a tee dlee edo tee day

 

we’re out for fun and

 

this is the game we play

 

come on join in

 

and sing your troubles away

 

with a tee dlee Dum

 

a tee dle dum Tee Day

 

 

Ik kan niet ontkennen dat het algemene voorkomen van ‘Den Haag’ niet zo’n fraai beeld geeft. Laat staan dat er inspirerende vergezichten worden voorgespiegeld. En ik neem gemakshalve aan dat het die ontevredenheid is die mensen doet verlangen naar een sterke leider. Ik prijs me echter gelukkig dat het beeld van die sterke leider voor ieder individu in Nederland waarschijnlijk anders is. En als we dan via verkiezingen allemaal verschillende leiders kiezen, dan zal de schade nog wel meevallen. Hooguit wordt het een grote politieke rotzooi omdat Den Haag een weerspiegeling is van wat de Nederlandse bevolking is (of wil)!…….Dus eigenlijk zo als het nu is of in ieder geval wordt ervaren. Ze hebben daar tegenwoordig de term salonpopulisme voor uitgevonden, in mijn woorden: ,,Lekker kankeren op Den Haag, terwijl we het best goed hebben.” Want zegt het mooie Duitse spreekwoord niet: Was sich liebt, das neckt sich/ und was sich neckts das liebt sich.” Het wordt pas ernstig als de publieke opinie Den Haag niet meer zou geselen en slechts apathisch stompzinnigheden zouden uitstoten.

 

 

Tee Dum Tee Dee

 

a tee dlee ed tee day

 

It’s part of the game

 

Tee Dum Tee Dee

 

The words are easy to say

 

Just a tee Dlee Dum

 

a Tee Dlee Dum tee day

 

Tee Dum Tee Dee

 

A Tee Dle Eedo Tee Di

 

Kakelkrant van Sprakeloos 62: Lachwekkende Deltawerken

 

Voorop gesteld, ik heb absoluut geen technisch inzicht. Mijn schoonvader schrok zich kapot toen hij er achter kwam en mijn eerste verjaarscadeau was een heuse gereedschapskist. Veel wonderen zijn er niet uit die kist gekomen. Daarnaast kan ik ook niet bogen op bovenmatig economisch inzicht. Stel dat ik het wel zou hebben, zat ik nu op de plek van Mark Rutte. Mijn macro-economische kennis is namelijk ruim voldoende om te oordelen dat Mark en zijn clubje er niks van bakt.

 

Dit gezegd hebbende, wil ik spreken over de verwaarlozing van de Zeeuwse Deltawerken. Nu kunt u denken, als je van de essentiële zaken geen verstand heb, zwijg en doe wat nuttigs.

 

Maar ik kon me echter niet inhouden van het lachen toen ik hoorde dat de minister Schultz geconfronteerd werd met ernstig achterstallig onderhoud. Ik neem aan dat zij wel technisch en economisch onderlegd is? Een maand geleden sprak ze nog sussende woorden.

 

 

Mij ontbreekt het dan aan technische kennis, maar basislogica is mij niet vreemd. Als je je onderhoud verwaarloosd, krijg je vroeg of laat de rekening gepresenteerd. In de praktijk kan ik mededelen dat ik dit vandaag nog aan den lijve heb mogen ondervinden. Stevige herfstbuien teisteren Nederland in zijn algmeenheid, maar mijn dak in het bijzonder. Het druppels langs het kozijn. Dit wijst op lekkage. Ik moet een dakdekker inschakelen en dus investeren voor de toekomst. Of ik heb gespaard of ik moet lenen, het maakt niet uit, mijn dak moet gerepareerd worden. Dat is logica die ik ook bij de minister (en haar voorgangers) verwacht. Niets is minder waar. Geruchten gaan dat uit langdurige bezuinigingsdrift en anderszins onverschilligheid de technische kennis bij Rijkswaterstaat is weggesijpeld. Rekenkundig zal het huishoudboekje van de Deltawerken wel op orde zijn. Maar lieve domoren, rekenen is geen economie, zover reikt jullie kennis toch ook wel. Investeren, bijhouden en langetermijnvisie zijn de basis voor een goede economie. Met het wegsijpelen van de kennis, dreigt een (economische) tsunami van rampspoed als je niet uitkijkt. Gelukkig hebben de Zeeuwen een gedegen kennis van het Latijn: ‘Luctor et Emergo’.

 

 

Voorlopig zit is met tranen in de ogen van het lachen te luisteren naar het nieuws. Het is echter zo’n hysterische lachbui die weldra overgaat in verdriet, intens verdriet. Want daar waar we vroeger een langere termijn visie hadden om ons land te beschermen tegen het water, bestaat zoiets niet voor de zorg, het onderwijs en tal van andere publieke sectoren. Sterker nog, om rekening te houden met onze kinderen en kleinkinderen moeten we nu straf gaan bezuinigen. De rekening mag immers niet doorgestuurd worden naar de volgende generatie? Naar mijn bescheiden mening heeft de volgende generatie dus vooral deltawerken nodig om kennis in stand te houden en zorg te waarborgen. Of het met gespaard geld gefinancierd wordt of geleend, het maakt me niet uit. Het is klip en klaar dat het moet gebeuren.

 

 

Het is toch een oud gezegde dat ‘de cost gaet voor de baet uyt’? Daar hoef ik geen technisch kennis voor te hebben, of economisch onderlegd te zijn.

 

Boekbespreking: MIJN DROOM VOOR ONS LAND

Met een dubbel gevoel leg ik het grote inspiratieboek voor de koning weg als ik de laatste bladzijde heb gelezen. Wij Nederlanders hebben dromen kenbaar gemaakt als inspiratiebron voor onze nieuwe Koning Willem-Alexander en zijn beminnelijke echtgenote Koningin Maxima. Al die dromen zijn in een boek vervat. Mijn droom voor ons land is daarmee ook weer een inspiratiebron voor ons zelf. Bijvoorbeeld om een blogje (boekbespreking) te maken. En daar zit ‘m de kneep, want eigenlijk ben ik na lezing van de dromen al op weg naar de keuken om flessen azijn te halen. Het gevaar van een zuur stukje van een regelrechte azijnpisser is levensgroot.

Ik zal trachten een balans te zoeken. Want wie ben ik om andermans dromen te bekritiseren, zeker als het gaat om kinderwensen, zal ik de laatste zijn om ze zurig te benaderen. Toch krijg ik hetzelfde jeukerige gevoel dat ook bij Miss-verkiezingen ontstaat bij mij. Je weet dat de mooiste dames achter de coulissen elkaar het liefste de ogen uitkrabben of op zijn minst een gemene haal over andermans (je zegt trouwens nooit andervrouws) mooie snoetje te halen. Eenmaal op het podium pleiten de dames voor wereldvrede, honger uit de wereld en andere lovenswaardige wensen. Ik vind ons volkje namelijk helemaal niet uitblinken in positieve gedachten en medeleven naar anderen. Misschien ook niet minder dan andere landen, maar we staan ons er zo op voor, ook in dit boek. Stiekem denk ik dat de organisatoren van dit initiatief heel hard hebben moeten zoeken naar de positivo’s in ons land om hun dromen in te zenden.

VRIENDELIJKHEID IN EEN KONINGSGEZIND LAND

Ik begrijp best dat als er sprake is van het verzamelen van dromen dat de kans op positivisme groot is. Natuurlijk passen bij kroningsfeestelijkheden geen nachtmerries. Het is niet kies om een Nationaal Horror Boek af te leveren en aan te bieden aan het kersverse koningspaar. Maar er zijn momenten dat ik denk dat zoiets best eens een gezonde spiegel zou kunnen zijn en als inspiratiebron kan dienen om het anders te gaan doen. In de wensen kom ik regelmatig tegen dat we een gidsland waren en weer moeten worden. Ik denk dat we onze invloed behoorlijk overschatten en mogelijk een ander nationaal zelfbeeld hebben dan de rest van de wereld ons ervaart. Is de werkelijkheid van Nederland niet de koopman en de dominee? De combinatie haalt niet altijd het fraaiste naar boven. Zijn we met zijn allen ondanks onze welvaart niet een groep ratten die te dicht op elkaar gehuisvest zijn en daardoor last van elkaar hebben? Om dit niet te laten escaleren hebben we ons bekwaamt in onverschilligheid naar een ander. Hoezo een voortrekkersrol in Europa en de wereld? Heeft het afgelopen decennium niet gezorgd voor zeer negatieve beeldvorming veroorzaakt zelfs op kabinetsniveau met de PVV voorop? Ik denk dat het domineesvingertje op ons zelf gericht moet zijn, een momentje van introspectie lijkt me zeer op zijn plaats. Al jaren hoor ik dat we het gelukkigste volkje van de wereld zijn, een paar Scandinavische landen daargelaten, maar we grossieren in ontevredenheid. We wijzen naar de instabiele politiek, maar ik denk dat onze nationale gemoedstoestand slechts weerspiegeld wordt door diezelfde politiek en niet andersom.

Op bladzijde 27 van het boek schrijf Mathil Kuiper (1947) als afsluiting van haar droom: ‘Mijn droom voor Nederland is stoppen met vooroordelen en weten dat we met zijn allen deel uitmaken van het stuk grond, de prachtige tuin, het land dat Nederland is. Dagelijks heeft dit land vriendelijkheid nodig, zoals een tuin water.’ Deze droomster hoopt dat Willem Alexander en Maxima de inspiratiebron zullen zijn voor ons. Emriye Yildiz (1961) pleit op pagina 37 naar de terugkeer van de sfeer voor 2000. Een positieve afsluiter op dit gebied (pagina 38) is Ben Visser (1993) die de Samencoupé in de trein bepleit. Een mooie en realistische droom die heel recent vorm heeft gekregen bij de NS.

We blijken met zijn allen nog wel koningsgezind te zijn en hebben klaarblijkelijk geen moeite ook het tegengeluid in deze een kans te geven, zelfs in dit boek. Er zijn dromers die een Republiek voorstaan. Het zou democratischer zijn. Ik heb mijn twijfels, maar als ik moest kiezen tussen Republiek of Monarchie in de huidige vorm, dan laat de Oranjes nog maar een tijd zitten. Ons land met zijn dwalende electoraat kan wel wat ankerpunten gebruiken, en vriendelijkheid. Als ik het koningsgezin op de cover van het boek zie lachen weet ik genoeg. Ik zet de azijnfles snel weer in het keukenkastje. En ik gun Willem-Alexander en Maxima met het vervullen van hun zware taak voldoende rust toe. Hetzelfde geldt voor de drie A-tjes, want op pagina 53 zie ik de afgetrokken vermoeide koppies van de meisjes. Dan denk ik: ‘Arme drommels’.

OPVALLENDE ZAKEN IN ONS DROMENLAND

In het bovenstaande heb ik de azijnfles met beleid gehanteerd en tijdig weggezet. Er zijn ook een aantal zaken die me zijn opgevallen. In het afsluitende woord van Paul Schnabel (CPB) noemt hij het verschil in dromen tussen mannen, vrouwen en kinderen. Wat de categorisering betreft kan ik me scharen bij de mannen. Op bladzijde 74 en 75 heb ik gebiologeerd staan kijken naar de megalomane bouwdromen van Frank Loer (1986), Jaap van Ballegooy (1938) en Johannes Den Dekker (1929). Ik houd daar wel van, vooral als het heel multifunctioneel is en veel mensen ervan kunnen genieten. Uit dit dromenboek is het gedicht van Geert Bax (1964) dat voor mij het meest tot de verbeelding spreekt:

EN PASSANT

O Koning, laat ons land geen schaakbord zijn,

waar hij die koning wordt zijn

stukken schuift naar links of rechts

of erger nog: naar voren.

Laat dit land wat ons bezit

niet worden tot een land van zwart of wit.

Laten torens, paarden, lopers zijn:

cultuur, natuur, de sport.

Laat ons pionnen mensen zijn,

maar nooit de stukken op een bord.

Droom altijd van een land van samen;

samen er iets mooiers van gaan maken.

Bescherm uw Koningin als dame;

laat nooit een ander haar toch schaken.

O Koning, dit moment zal weer voorbijgaan,

dit moment van trouw aan ambt en wet.

Weet dat u en wij als stukken staan,

maar dat een ander ze verzet.

En als ik dus een droom had moeten inzenden, dan is dat de droom van de relativering. Een kleurrijke droom met veel ruimte voor grijstinten, passend bij ons weer en humeur, met plaats voor het onverwachte en het onbekende dat het leven kleurt. Maar ik heb het niet gedroomd, dus wens ik alle dromers en de koning veel inspiratie toe. Het boek gaat in de boekenkast en over x-jaar, bij de kroning van Amalia, zal ik kijken wat er van terecht is gekomen. Misschien pak ik dan mijn kans om als oude man alsnog mijn droom toe te vertrouwen aan ons fijne kolere land.