Moderne slavernij zomaar op vrijdagmiddag!

Doodmoe word ik ervan en doodziek tegelijk. Van die mensen die elke nuance missen in welke discussie dan ook. Die groepen mensen die elkaar onderling maar bevestigen in hun eigen bubbel en de ‘anderen’ verketteren. Of het nu over de landbouwhervorming gaat, de coronamaatregelen of het slavernijverleden van Nederland. Ik heb er geen zin meer in. Inclusie of exclusie, ik heb mijn conclusie getrokken. Ik doe niet meer mee! Ze polariseren maar raak, de ‘goeden’ van links en rechts.

 

IMG-20200728-WA0006

Voor de meesten van ons is het voor hun geestelijke gezondheid beter om in grijstinten te denken. Zwart-wit denken vraagt voor de meesten van ons een ondraaglijke verantwoordelijkheid. Sommigen worden door de omstandigheden helaas gedwongen.

 

Naïef

Dat wil niet zeggen dat ik blind ben voor bijvoorbeeld slavernij. In mijn naïviteit dacht ik op de middelbare school, en nog ver daarna, dat slavernij niet meer bestond en iets uit de geschiedenisboekjes was. De oude Grieken en Romeinen, de horigen in de Middeleeuwen en in het feodale Rusland. Uiteraard werd ik al onderwezen over onze eigen geschiedenis met mondiale slavenhandel van de 17e eeuw tot bijna de twintigste eeuw. Ik heb echter niet het goede geschiedenisonderricht gehad begrijp ik nu. De zinloze discussies, oorverdovende scheldpartijen en publieke veroordelingen op de (sociale) media zullen ongetwijfeld uitmonden in het herschrijven van de geschiedenis. Ik koop over twintig jaar wel een nieuw geschiedenisboek. Als de versie me bevalt zal het in mijn boekenkast prijken, zo niet dan verdwijnt het boek ergens achter in een hoek op de zolder.

Moderne slavernij

De jaren van naïviteit liggen alweer vele jaren achter me. Natuurlijk was er oorlog, armoede en ander sociaal onrecht, maar dat noemde ik geen slavernij. Misschien ten onrechte. Ik schrok daarom van artikelen die ik las de afgelopen jaren over kinderarbeid en vrouwenhandel. Moderne slavernij dus. Maar ook Noord-Koreaanse levens worden ingezet voor het hogere doel van Kim Jung Un in het land zelf en als exportproduct gaan mensenlevens naar het buitenland. Goedkope arbeid om het BNP van de heilstaat een beetje te stutten. Wat te denken van de Oeigoeren in China of de massale uitbuiting van arme buitenlandse arbeiders in Qatar. Ze werken onder zware omstandigheden, deels on(der)betaald en zeker zonder bewegingsvrijheid en met een reëel risico om te sterven tijdens het werk. Wat zullen we genieten met onze Oranje-leeuwen volgend jaar in Qatar!

De rauwe werkelijkheid

En toen kwam de moderne slavernij direct in mijn werksituatie kwam binnenvallen. We schrijven 17 juli 2020 aan de rafelranden van de werkweek. Het is bijna weekend en de gedachten waren al bij de komende vrije dagen. Nog even met een collega kijken naar de stapel adviesrapporten*. De collega ziet dat er in detentie een Spaans sprekende man zit. ,, Leuk, dan kan ik mijn Spaans een beetje ophalen.” Deze Mexicaanse man zat vast voor opium gerelateerde delicten. De fantasie over Escobar-achtige taferelen zat al in onze hoofden. Dat veranderde snel toen mijn collega het proces-verbaal las. Inderdaad Escobar-achtige toestanden, maar dan wel de scenes met de meeste emotionele impact. De man, hij verbouwt citrusvruchten en handelt in jonge stiertjes, heeft vijf kinderen en een echtgenote. Ogenschijnlijk een gewoon Mexicaans gezin, woonachtig in een gebied waar drugskartels het voor het zeggen hebben. Jonge mannen worden daar geronseld en gedwongen te vechten voor het leidende kartel. De man zegt: ,,Laat mijn zoon met rust, ik zal zijn plaats innemen.” De man wordt gedwongen naar Nederland te gaan om in een drugslaboratorium te werken. De gezinsleden zijn het onderpand voor volgzaam gedrag. Als het laboratorium wordt ontmanteld is hij primair verantwoordelijk, zo krijgt hij te horen. Zijn vrouw mag het dorp niet uit op straffe van mishandeling of erger. Bellen vanuit de gevangenis is moeilijk, want de kans dat er wordt meegeluisterd is groot, verzekert de man. Hij is zeer achterdochtig, wie kan hij vertrouwen? De Nederlandse politie, de Nederlandse rechtsstaat, zijn advocaat of misschien de reclassering? De angst voor represailles zit er goed in begrijp ik van mijn collega. Hij heeft immers vaak genoeg gezien waartoe de kartels in staat zijn in het dagelijkse leven. Hij heeft Netflix daarvoor niet nodig gehad.

We heffen het glas, deden een plas en alles bleef zoals het was.

Het gesprek met de reclassering heeft inmiddels plaatsgevonden. Wat kan mijn collega? Wat kunnen wij vanuit onze positie als reclasseringswerkers? Niets is mijn voorlopige conclusie. Uiteraard zullen wij het verhaal van de Mexicaanse man op papier zetten voor de rechtbank. Maar wie kijkt en luistert mee? Ik kan een column schrijven over moderne slavernij. Ik ben mij zeer bewust dat dit wel een zeer beperkte bijdrage is voor het leed van deze man. Maar ik ben wel ‘woke’ voor het bestaan van dit leed, de impact voor zijn gezin en de wetenschap dat er vele Mexicaanse slaven zijn zoals onze client. Gelukkig gebruik ik geen drugs en hoef me als zodanig niet te schamen.

 

*adviesrapporten van de reclassering worden geschreven ten behoeve van de zitting van een verdachte. Een plan van aanpak wordt gepresenteerd al dan niet met een strafadvies.

Plaggenstekerspad met mijn eigen heksje

Deze mooi-weer-wandelaar mocht weer vandaag, het volgende klompenpad en wel met mijn eigen lieve heks. Dit behoeft enige uitleg voordat iedereen op zijn achterste benen gaat staan. Er zijn mensen die heks geen scheldwoord vinden, en mijn heks is er daar een van. Het kwam ter sprake toen we het Plaggenstekerspad begonnen. Dit bleek ook een soort van kabouterroute te zijn voor de vakantie-vierende jeugd in de Veluwse bossen.

20200719_130242

 

De eerste aanwijzing was de keiharde wetenschap dat kabouters uit de bomen springen met een blad als parachuutje. Natuurlijk wist ik dat, maar ineens besefte ik dat ik dat ook wilde. Misschien nadat ik alle klompenpaden gelopen heb, zal ik het juiste gewicht bereiken? Ik heb er graag een geïmporteerd lianenblad voor over. Over honderd wandelingen misschien? Zo kwamen we op sprookjes, heksen en witte wieven. Plaggenhutten spreken natuurlijk tot de verbeelding met zompige moerassen, onwelriekende geuren en vooral veel enge verhalen. Het is niet voor niets dat de schrijver A. den Doolaard voor een belangrijk deel hier zijn werken heeft geschreven.

20200719_144556

De schrijvershut van A. den Doolaard

20200719_152211

Niets van dat alles vandaag. In 1844 telde Hoenderloo niet meer dan 24 plaggenhutten, dat was alles. Nu is het vakantiewelvaart dat de klok slaat, misschien nog wel meer dan anders in deze Coronatijd. Onderweg hoorden we de geruchten al, we moesten bij IJs van Co zijn. Zou heel speciaal zijn? De lange rij voor de winkel, extra indrukwekkend door de anderhalve meter maatschappij, was iets te veel van het goede. We zouden eens uit ons ritme komen. Dat willen we niet.

20200719_145640

De rij ging om het hoekje door, IJs bij Co. Mijn fotografiekunde is onvoldoende om dat mooi in beeld te brengen. Het is wel een stukje historie voor deze ijsmakers die dit al 82 jaar doen. Alleen daarom moeten we zeker een keer terug.

Zondag 19 juli 2020, de dag dat Feyenoord 112 jaar bestaat, zomaar een niet ter zake doend feit, lopen we weer in een prachtig stukje Nederland. Cultuur, natuur en boerenland wisselden elkaar mooi af.

20200719_145130

20200719_131607

En net toen we het einde naderden stapten twee vrouwen van een inrit en liepen zo’n vijftig meter voor ons. We hadden de kabouter en andere sprookjesfiguren allemaal besproken toen twee exemplaren uit het sprookjesbos zich aan ons toonden. Twee lieve heksen, met haar tot aan het stuitje, allebei. De een blond, de ander rood, naar later bleek waarschijnlijk moeder en dochter. Mijn eigen heks bedacht zich geen moment en vroeg hen of ze op de foto wilden voor haar vrouwengroepen. Geen probleem, maar ik kan moeilijk die foto’s gebruiken voor mijn blog om deze vrouwen te tonen. Daar hebben ze geen toestemming voor gegeven om samen met kabouters genoemd te worden op een willekeurig blog. Jammer. Deze dikke kabouter sjokt dan maar achter zijn eigen heks aan die tevreden is met het beeld dat deze twee vrouwen uitstraalden.

Voor meer foto’s, zie ook instagramacount titiissprakeloos

Mijn ideale sportavond

Ik weet wel hoe het zit in het leven. Uiteindelijk is er helemaal niets veranderd. Dat denken we, maar het gaat gewoon maar door. En omdat er niets veranderd, hanteren we ook maar weer de gewone oplossingsstrategieën. En daar hoort de sportschool voor mij niet bij. Coronatijd heeft bij mij geen levensomslag gemaakt. De rust heb ik niet gevonden, laat staan het licht. Anderen hebben dat wel als ik zo om me heen hoor, zeggen ze. Gelukkig is het ook niet zo dat ik er psychisch aan onderdoor ben gegaan. Zoals ik al zei, er is niet zoveel veranderd. Geen Coronakilo’s bij mij hoor, gewoon een beetje jojo-en in een bandbreedte van zo’n 3 à 4 kilo. Soms er een beetje onder, dan weer naar de bovengrens. En als die nadert, ben ik alert. In het verleden heb ik heel wat loze maandjes contributie voor de sportschool betaald. Dus dat doe ik nooit meer. Begrijp me goed, ieder zijn meug met Arie Boomsma voorop, maar de hedonistische cultuur in de sportschool is aan mij niet besteed. En het is zeker niet alleen om die randfiguren die er  zijn, dat is misschien nog wel het minst erg. Ook de kleedkamercultuur ervaar ik heel erg als zien en gezien worden met je hele hebben en houwen zullen we maar zeggen. Maar het allerergste vind ik misschien wel de wijze van sporten. Met zijn allen op de loopband, handdoekje om, koptelefoon op om je verder af te sluiten en maar kijken naar tv-zenders waar buiten de sportschool verder niemand verder naar kijkt. Bij mij komt het woord degeneratie boven. Bovendien hoe veilig zijn die sportscholen nu eigenlijk in deze coronatijd. Er gaan her en der wel geruchten dat de opkomende broedplaatsen daadwerkelijk van sportscholen komen, Arie Boomsma ten spijt. Ik ben niet het type dat nu gaat cancelen en tot een boycot op te roepen. Misschien is het maar een gerucht. Geruchten en fakenews zijn in tegenwoordig.

20200713_205704

Maar om helemaal veilig te zijn, heb ik mijn eigen sportcircuit voor vanavond uitgezocht. We fietsen een eindje tot buiten het dorp. Dat is stap één. We gaan even zitten om vervolgens met de fiets wat bicepsoefeningen te doen. Als ik oververhit raak kan ik altijd nog in een verse boerensloot springen. Met als ik met mijn fiets boven mijn hoofd sta, bedenk ik dat niemand mij gelooft. Snel een actiefoto, maar daar heb je een ander voor nodig. Een narcistische selfie is aan mij niet besteed en is ook zo onhandig met je fiets in de hand. De fiets maar even in de halter en wachten op een voorbijganger. Maar ik had echt een stil plekje gekozen. Ja wat auto’s, maar om die nu tegen te gaan houden? En dan slaat de twijfel toe. Is het wel een goed idee om op een bankje, bij de bosjes wildvreemden aan te spreken om een foto te maken van een powerliftende dikke man met zijn fiets boven het hoofd. Als er maar geen jonge meisjes langs komen. Die schrikken al bij het zien van een zittende man tegen de bosrand, laat staan als hij vraagt ‘dames mag ik u iets vragen’. Slecht idee, dus na twee sigaretten wachten geef ik het op om een superstrak blog te schrijven met bijbehorende foto.

20200713_211148

Maar het geluk is met me. Op weg naar huis kom ik langs een wetering waar ik even naar de zonsondergang kijk. Twee oudere dames fietsen langs. Ik was blijkbaar betrouwbaar genoeg, want ze stopten ietwat onzeker en wilde wel een foto maken. Met de fiets in de lucht poseer ik voor twee wildvreemde vrouwen. Alles voor de kunst zullen we maar zeggen, en alles voor de sportpromotie van mezelf. Ik ben tevreden met het resultaat en bedank de vrouwen. In onvervalst Duivens vragen ze ‘woar is dat veur?’ Ik zeg zonder blikken en blozen dat het voor de promotie is van de sportschool van Arie Boomsma. Een lege blik is mijn deel. ,,Dat was voor Arie Boomsma” zegt de fotografe die achter haar vriendin aanfietst. ‘Roare keerl’ is haar antwoord. Zou ze het nu over Arie hebben?

 

Ik beloof…….

In mijn maandelijkse column op het intranet van mijn werkgever (reclassering Leger des Heils) hieronder de weergave.

 

Bij mijn vorige column werd er al gemord: Kan het over iets anders gaan dan de coronacrisis? Nee, vond ik. Ook nu blijkt waar het hart van vol is. Dus ik ga niet beloven dat het niet over Corona gaat. Ter compensatie beloof ik niet over politiek, economie en voetbal te schrijven of dat ik als verdekt colporteur ga fungeren. Een faire deal. Toch?

Tijdens de lockdown werd uitgeroepen: ‘We komen er ‘ineens’ achter dat er onvoldoende opvang is voor dak- en thuislozen’. We wisten dat het beleid ruim onvoldoende was voor de inmiddels 40.000 mensen die onvrijwillig op straat leven. Met de slogan ‘Thuisblijven, hoe dan?’ vroeg het Leger des Heils aandacht voor de nood voor 10.000 structurele woonplekken voor de groepen die tijdelijk bivakkeerden in hotels en de ingerichte sporthalen. Onze directeur verscheen op diverse plekken in de media en ieder dag opende ik mijn computer nog met het bericht van de campagne. De overheid deed een belofte: in 2022 moet het doel gerealiseerd zijn. De campagne zou eigenlijk actief moeten blijven totdat de 10.000 woningen zijn gerealiseerd. Ik beloof hierbij dat ik ieder jaar voor de zomervakantie een vervolg zal schrijven op deze column, zolang het nodig is.

40.000 menselijke verhalen

Ik besef dat daarmee niet al het leed verdwenen is. Er zullen altijd Swiebertjes blijven, er zullen altijd mensen door pech tijdelijk huisvestingsproblemen hebben en ook verslavingsproblemen sluit je niet uit door 10.000 woningen. Achter de 40.000 daklozen schuilen 40.000 menselijke verhalen. Een aanpak op maat is nodig. En dan beloof ik je, dat het werk van de reclassering er anders uit gaat zien bij de realisering van de beloofde huizen. Mijn ervaring is dat bij tijdige constatering van (huisvestings)problemen en een passende huisvestingsoplossing veel mensen niet hoeven te stelen, wel een uitkering kunnen krijgen en hun leven al dan niet met tijdelijke ondersteuning opnieuw kunnen opbouwen.

Ook voor mensen met LVB of andere psychische problemen is het hebben van passende huisvesting sterk recidive verminderend. Ik word al helemaal blij dat er wordt gesproken over passende huisvesting met bijbehorende begeleiding in plaats van uitbreiding van maatschappelijke opvang. Maatschappelijke opvang is een pleister voor een te grote wond.

Fantoomgroei

Twee weken geleden wilde ik hiermee mijn column naar een einde brengen, totdat ik hoorde van het boek Fantoomgroei van de auteurs Sander Heijne en Hendrik Noten. Het boek heeft als ondertitel: ‘Waarom we steeds harder werken voor steeds minder’. Ik was op slag verliefd op het woord Fantoomgroei en uiteraard heel geïnteresseerd in de uitleg waarom de economie sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw booming is, maar de meeste mensen niet meeprofiteren.

Overtuig jezelf

Ook ik dacht altijd ‘we hebben het toch goed’. Misschien wel beter dan dertig jaar geleden. Tegelijkertijd beseffen en voelen steeds meer mensen dat de publieke sector is uitgekleed. We zien het in het onderwijs, de stand van de verpleegkundige zorg, de ouderenzorg en hoe we met onze daklozen omgaan. Economische groei is dus niet gelijk aan welzijn. In dit zeer leesbare boek, ook voor niet politicologen, economen of historici, wordt op een duidelijke manier de vraag beantwoord waar het verschil tussen het gevoel van niet mee te kunnen komen en de exorbitante economische winsten die bij een beperkt deel van de mensheid terecht komt. Dit wordt dus fantoomgroei genoemd. Ik ga zoals beloofd geen economisch relaas houden, ook zijn de uitkomsten niet richting een specifieke politieke voorkeur geschreven. Overtuig jezelf maar.

Als je niet geïnteresseerd bent, moet je het vooral niet aanschaffen. Ik zeg niet aanschaffen! Ik wil het trouwens best uitlenen hoor.

Zoals een groot denker uit Amsterdam ooit heeft gezegd, ieder nadeel heb zijn voordeel. Zo is het misschien ook wel met de coronacrisis. Jammer dat die denker bij de verkeerde club speelde, maar zoals beloofd: ik ga het ook niet over voetbal hebben.