Het achtste leven (voor Brilka), een boekervaring

 

Hoe moeilijk is het om een boekervaring op te schrijven, als je ervaart dat je net misschien wel het mooiste boek hebt gelezen ooit? Toch ga ik het proberen. Voor mijn verjaardag kreeg ik ‘Het achtste leven (voor Brilka)’ van de Duits-Georgische schrijfster Nino Haratischwili. De titel onthoud ik gemakkelijk, de naam van de schrijfster is een tongbreker zoals wel meer met Georgische namen. Het boek was zeker geen pageturner die je na een paar uur afzondering kunt afstrepen op je lijstje. Integendeel, de bijna 1300 pagina’s heb ik niet zomaar uit. Een van de aanwijzingen dat dit een geweldig boek is, concludeer ik dat ik tussen de bedrijven door met het boek bezig blijf. Eigenlijk heb ik bijna een maand meegeleefd met de familie Jasji. Vanaf 1900 tot heden komen de vrouwelijke familieleden aan bod. In ieder ‘boek’ neemt de vrouw van dat moment je mee met de familiegeschiedenis, met de geschiedenis van Georgië, de Sowjet-Unie en eigenlijk ook wel met de Europese geschiedenis. Fantastisch.

 

 

 

Nu moet ik toegeven dat ik over het algemeen gecharmeerd ben van literaire familiekronieken. Met veel plezier denk ik terug Charles Lewinsky’s Het lot van de familie Meijer. Maar ik vond het boek van Haratischwili nog intenser. De schrijfster weet de familiegeschiedenis uitstekend weer te geven tegen de politiek, sociaal en maatschappelijke achtergrond. Feiten en sferen van de van oorsprong aristocratische familie Jasji wordt prachtig geportretteerd. Je voelt het Tiblisi van rond 1900 uit de pagina’s spatten, de beklemming van de Tweede Wereldoorlog en Sowjetgeweld kruipt onder je huid, maar ook de hedendaagse situatie van na de val van de Muur is realistisch en herkenbaar geschreven.

 

 

Het achtste leven

(voor Brilka)

Nino Haratischwili (1983)

Uitgeverij Atlas Contact Amsterdam/Antwerpen (2017)

Vertaald uit het Duits: Das achte Leben (für Brilka) (2014)

 

 

 

Het allermooiste vind ik het familiegeheim dat door alle bladzijdes heen sijpelt. Het geheim wordt gesymboliseerd door een geheim recept van de oer-vader van Jasji’s, een gerespecteerd chocoladefabrikant. Zonder in details te gaan en ook zonder het chocoladerecept te letterlijk aan te halen, proef ik vooral hoe de ene generatie de ander beïnvloed. Door het karakter, door de gebeurtenissen die iemand meemaakt en de wijze waarop de familie hiermee omgaat. Alles heeft met alles te maken, iedereen heeft met iedereen te maken, vroeger heeft met nu te maken en heeft gevolgen voor de toekomst. Toch slaagt Haratischwili er heel goed in om het verhaal op stoom te houden. Het wordt nimmer een kluwen van ondoorgrondelijke psychologie of filosofische duidingen. Onmiskenbaar is gebruik gemaakt van psychologische kennis of in ieder geval een zeer groot vermogen tot introspectie. Historische of filosofische feiten zijn nimmer hinderlijk aanwezig, vormen nooit een narcistische zelfkick van de schrijfster om haar kennis te etaleren. Ze zijn aanvullend, zeer begrijpelijk en vooral ook geloofwaardig. De schrijfstijl is heel toegankelijk. Op veel momenten lees en herlees ik sommige zinnen met plezier terug. Ik ben helaas een zeer lui lezer, ik heb geen notitieblokje bij me om een mooie zin op te schrijven. Ik lees het liefst verder, over de lotgevallen van de familie Jasji, hun spoor in de Europese geschiedenis en hun individuele dromen, angsten en ambities.

Eén quote boven een nieuwe paragraaf bleef hangen (pagina 1185): Stelt u mij zich voor; ik besta niet als u zich mij niet voorstelt. (Nabokov) Dit wilde ik u niet onthouden, maar misschien kende u de uitspraak al. Als het boek nog niet gelezen is, kan ik maar één tip geven. Tik dit boek op de kop en ga aan de slag, een absolute aanrader: Het achtste leven (voor Brilka)!!!

Mijn waardering in een cijfer uitgedrukt, voor wat het waard is: 9+

Meer sprakeloze boekervaringen zijn te lezen door de link te volgen

Vieze praatjes

 

 

Verbazing en verwondering zijn eigenschappen die in de wetenschap hoog in aanzien staan. Naast doorzettingsvermogen zijn het deze eigenschappen die de mensheid verder brengen. Tenminste zo heb ik het altijd begrepen. Nu ga ik met dit stukje niet beweren dat dit een eerste aanzet is tot wetenschappelijke vooruitgang. Integendeel, eigenlijk is het een heel vies praatje. Toen ik hierover begon tijdens het eten, werd mijn betoog een halt toegeroepen. ,,Zoiets zeg je niet tijdens het eten.” Misschien hebben ze gelijk, maar mijn staat van verwondering was groot. En waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Eigenlijk moet de titel ‘de wondere wereld’ heten, maar voor het aantal hits bekt, vieze praatjes toch beter. Het is aan de lezer om dit te beoordelen.

 

Wat is het geval? Onze hond heeft maag/darmproblemen. Dat is vervelend voor ons en onze viervoetige huisgenoot. Als de nood ’s nachts onhoudbaar is, blaft ze één keer kort en we weten dat ze er even uit moet. De volgende dag vinden we op verschillende plekken, bruine pannenkoekjes. De pannenkoekjes zijn mooi gekleurd besuikerd met een zwerm strontvliegjes. Groen, blauw en violet contrasteren met de bruine substantie die onze Pippa had achtergelaten. Tot zover is er geen sprake van verwondering, slechts louter feitelijk constateren. Ook dit is een belangrijk onderdeel van het wetenschappelijk proces trouwens. Wat mij enorm intrigeert is de snelheid waarmee hele volksstammen strontvliegen hun buit opsnorren. Ongelooflijk vind ik dit fenomeen. Je ziet ze niet, je huisdier ontdoet zich van zijn last in de vorm van poeppaté of poepsoep, en nog geen tien seconden later toont zich het Walhalla van de strontvlieg.

 

Waar komen die beestjes vandaan. Ik zie ze normaal gesproken nooit, maar ze moeten ongemerkt toch in de buurt zitten. Terwijl je rustig de krant leest in de tuin staat een compagnie strontvliegen klaar om alle overlast tot een feestmaal te verklaren. Ze verstoppen zich blijkbaar goed, of ik kijk niet goed? Af en toe een enkel exemplaar kom je wel eens tegen zonder enige aanleiding, maar verder. Ik vrees trouwens dat als iemand ze vaker om zich heen heeft dwarrelen een kritische zelfcontrole over de eigen hygiëne noodzakelijk is. Hoe doen die strontvliegen dat in zo’n drastisch tempo? Waar verstoppen ze zich? En welke beestjes zijn er nog meer zo talrijk om ons heen, zonder dat we het opmerken.  Mijn tijd voor wetenschappelijk onderzoek is geweest, zeker op biologisch gebied ben ik nooit verder gekomen dan zes VWO. Maar ik houd me aanbevolen als iemand in dit stukje de aanzet ziet voor enig promotieonderzoek. Graag hoor ik de resultaten. En wees nu eerlijk, dit is toch geen vies praatje?

Geheugenvergiet

avatar

Heftig word ik geconfronteerd met de tand des tijds. Vorig jaar zomer had ik besloten om als nieuwbakken vijftiger me niet te concentreren op de aanschaf van een motor. Ook een tweede leg met een jonger exemplaar heb ik nooit overwogen. Integendeel, het is goed zo. Ik besloot Portugees te gaan leren met als doel over vijf jaar een literair werk in deze taal aan te kunnen. We zijn een jaar verder en rond de Kerst had ik een vocabulaire van meer dan 1500 woorden tot mijn beschikking. Dat wil zeggen via woordjes leren, ik ben van die generatie die denkt met woordjes leren een heel eind te komen. Ik heb een app op mijn mobiel geïnstalleerd en een programma om zelf lijstjes te maken kreeg ik als tip van mijn zoons.

Door omstandigheden worstelde ik met de tijd om naar de Portugese les te gaan en haakte af. Uiteraard was ik in de volle overtuiging dat mijn motivatie voldoende zou zijn om vrolijk verder te gaan. Drie maanden heb ik inmiddels verzaakt er iets aan te doen. Dat is jammer, maar weet je wat erger is. De woordenkennis sijpelt weg. Mijn inspanning heeft dus niet als gevolg gehad dat ik een veilige kamer in mijn brein heb, waar de deur op slot is en de woordenkennis gegarandeerd is voor de eeuwigheid. Mijn brein blijkt de spreekwoordelijke vergiet te zijn. Is dit normaal vraag ik me af. Is dit misschien het begin van wat mij te wachten staat? Ik wil het niet weten. In mijn zeer nabije omgeving word ik al geconfronteerd met de pijn die vergeetachtigheid met zich meebrengt. Maar mijn vader is 86, ik moet dus nog 35 jaar. En ik had bedacht in die jaren Portugees te spreken. Goed ik heb nog vier jaar te gaan en voor mijn vakantie begin augustus zal ik mezelf de duimschroeven aanleggen. Ik accepteer vooralsnog niet dat het geheugen een vergiet is.

Toen ik dit blogje de titel Geheugvergiet meegaf, schreef ik per abuis op Verheugengegiet moest ik lachen. Al was het wel een wrange lach. Een prachtig woord Verheugengegiet, veel mooier dan geheugenvergiet. Ik giet al hetgeen ik me verheug vast, waarbij de Portugese woorden verankerd zijn voor de eeuwigheid die me gegeven is. Ik glimlach, maar constateer dat ook omdraaiingen van woorden en letters een teken aan de wand zijn.