Mijn filmblik op The Wolf of Wall Street

 

Eerlijk is eerlijk, zonder het boek van Joris Luyendijk ‘Dit kan niet waar zijn’ had ik de film The Wolf of Wall Street waarschijnlijk nooit gezien. Toen de film uitkwam in 2013 heb ik de trailer gezien en afgedaan als over the top. En na het lezen van het boek van Luyendijk weet ik dat ik het misschien goed gezien heb, maar het is blijkbaar een verfilming naar de memoires van Jordan Belfort, en moet ik concluderen dat het echte leven rondom Wall Street wel over de top is. En natuurlijk ben ik niet zo’n provinciaal die gelooft dat op de beurs alleen maar mensen werken met een padvindersmentaliteit, verre van dat. Maar de opeenvolging van lompe koorballen humor, met seks gelardeerd drugsgebruik of andersom, in een wereld zonder normen en waarden, is niet mijn piece of cake.  Om met Luyendijk te spreken, het kan niet waar zijn.

 

Een maal in de drie uur durende film boeide hij wel voldoende. De verslaafde ‘gek’ Jordan Belfort gespeeld door Leonardo di Caprio werd uitstekend neergezet. Ook zijn directe kompanen van het eerste uur in zijn bedrijf Statton Oakmont waren lekker gecast, lekker non-conformistisch maar eigenlijk stuk voor stuk loosers die Belfort wist om te toveren door keiharde verkopers van aandelen (stock penny’s). Het meest intrigerende vond ik de blinde gehoorzaamheid of beter gezegd de bijna ranzige saamhorigheid van de verkoopmedewerkers die in de film naar voren kwam. Met geld als verbindende factor, lijkt iedereen zijn gevoel voor wereldse waarden en normen te verliezen en gelden de wetten van de geldjungle die Wall Street heet. Uiteindelijk blijken er wel wetten te zijn overtreden, dus met een deal via de FBI moet Belfort zijn gevangenisstraf van 36 maanden uitzitten. Hij schrijft zijn memoires in detentie en gaat het lezingencircuit in.
Die gekte en waanzin op de beursvloer en binnen het bedrijf van Belfort lijkt wel een beetje op massapsychose. De groepsdruk maakt niemand meer kritisch. Net zoals in de film The Wave waarbij iedereen achter de leider aan gaat, is de leider hier het geld vertegenwoordigd door Belfort die er een zeer uitbundige, misschien wel perverse levensstijl op nahoudt. In zo’n omgeving lijkt de ster van Di Caprio te stralen. Ik herinner me ook de Great Gatsby waarbij hij glorieerde in de extravagante jaren dertig van de vorige eeuw.

Het moment bepaalde dat ik de film ging kijken, maar ik betrapte me er op dat ik soms wegzakte. 172 minuten is voor mij blijkbaar te lang om de stoet van drugs, geld, chicks en party’s te kunnen gedogen. Meer dan een klein zeventje zit er qua waardering niet in.

Mijn waardering is een 7-

zie ook andere filmblikken

Kakelkrant van Sprakeloos 75 Jesse zal het zien

Hij gaat Nederland veranderen, Europa veranderen en het hele politieke landschap. Jesse Klaver heeft grootse plannen en schroomt niet deze met bravoure te prediken, inmiddels niet meer als snotneus maar als leader van de band Groen Links. We zullen zien Jesse, je mag het van mij proberen. Want Nederland mag best veranderen, sterker, moet veranderen. Europa mag beter, of beter gezegd, moet beter anders is het overgeleverd aan grote bedrijven. Maar of één man dit kan bewerkstelligen, betwijfelen ik. Sterker dat gaat nooit lukken met zijn Groen Links.

,,Maar blijf dan zelf niet aan de kant zitten, help hem, steun hem en stem op hem!” Dat zou je kunnen doen. Maar Groen Links is nu niet zo mijn partij. Ik probeer Groen te denken, al is de praktijk best moeilijk. Links ja, maar eigenlijk al jaren zwevend helaas. Vaak was het in de stemhokjes, Jan of Wouter, Wouter of Jan? Een stem op een fletse roos of de agressieve tomaat. Ik geef toe, vaak stemde ik voor de macht. Een keer wist ik het helemaal niet meer, heb ik Femke Halsema als excuustruus misbruikt, konden ze meeregeren, durfden ze niet. Er zal wel ergens een te rechtsgedraaid compromisje in de weg hebben gelegen om de regeringsverantwoordelijkheid op te pakken. Later voer ze ook nog eens een liberale koers, want dat is goed, ook voor de onderkant van de maatschappij. Groen Links heeft het geweten. Ze mogen nu de wereld veranderen, met zijn vieren, Jesse voorop.

Voor mij zijn twee woorden kenmerkend voor Groen Links, Grachtengordel en Linkse dominees. Mijn antipathie tegen Grachtengordel zal ik vroeg of laat met een peut bespreken, daar vermoei ik u liever niet mee. Daarentegen linkse dominees, die preken niet alleen hun eigen geloof, ze voelen zich vaak ook meerderwaardig en hebben weinig voeling met andersdenkenden, mensen die niet mee kunnen of willen komen. Het lijkt alsof delen van Groen Links ook een soort eigen hiernamaals claimt, waarin alleen mensen mogen komen die volgens de Leer hebben geleefd.
Een plofkip mag niet, behoudens het dierenleed veroorzaakt dat grote milieuschade. Dat doet vlees eten sowieso, dus alleen een puur biologisch biefstukje kan eventueel. Kom daar maar mee aan bij een gemiddeld gezin in een willekeurige Vogelaarwijk, niet te betalen. Terwijl ik durf te beweren dat de ecologische footprint van de meeste GroenLinksers veel negatiever uitpakt dan van Jan Modaal. Hoeveel industriële varkens mag je eten voor een vliegreis naar Exclusivistan? Wat is het fijn dat je een auto hebt om je moeder in de ‘grote stad’ nog op te zoeken, al is het een dieseltje uit het stenen tijdperk. Het mag niet meer in bijvoorbeeld Utrecht, een electrische kun je je niet veroorloven, da’s jammer. Als een misdadiger rijd je nog in je vehikel, al weet je dat jij de last draagt voor het vergaan van de wereld, dat vinden ze bij Groen Links. Oorlogvoeren, daar doen ze in de grachtengordel niet aan, maar ze weten maar al te goed hoe vervelend het is dat vreemden voor hun stulpje aan de Prinsengracht op hun plek parkeren. Invoelend als Groen Links kan zijn, gunnen ze de Afghanen een heuse parkeerpolitie. Hebben ze vast nodig. O ja, metropolitain en wereldburgerschap zijn fijne begrippen als je een goede beurs hebt en hoog opgeleid, dan kun je je lekker linksig liberaliseren.

Op heel veel gebieden hebben ze feitelijk ongetwijfeld gelijk, maar ze zorgen met het afkopen van Groene Aflaten wel dat zij zich vooral exhibitionistisch tonen zeer goed bezig te zijn. Jesse heeft groot gelijk als het bijvoorbeeld gaat om de verdergaande economisering van veel menselijke waarden en normen. Dat moet afgelopen zijn. Hij mag het zo vaak mogelijk zeggen, bevlogen, enthousiast en zelfs overmoedig. Pas als hij de hautaine betweterigheid van Groen Links met hun zogenaamde bijna kerkelijke principes de mond kan snoeren, dan neem ik die partij weer serieus. Er is niets mis met hun idealen, maar vooral hier geldt C’est le ton qui fait la musique. Als Jesse daadwerkelijk zijn politieke klavertje vier heeft gevonden, dan zal ik helpen dat te koesteren en kan hij op deze dakloze stemmer rekenen.

Mijn Filmblik op INTO THE WILD

Het kan verkeren om ome Bredero maar eens aan te halen. ’s Morgens weet je nog van niets, die avond smacht je naar het kijken van de film Into the Wild. Een film van al weer enige jaren terug die langs me heen gegaan is. Geen nood, ik zag dat mijn kabelexploitant de film in de aanbieding had volgens hun website. Eenmaal de film willen bestellen, bleek website en daadwerkelijke aanbod niet in overeenstemming. Klote! Dan maar zoeken of ik een versie, al dan niet illegaal, kan vinden op internet. Bij de eerste moest ik me registreren, bij de tweede was het raak. Into the Wild was voor mij. Ik ben benieuwd.
WAT ER AAN VOORAF GING
Op mijn vrije woensdag keek ik mijn sociale media even na en zag op Facebook een grote foto van nichtjes van me. (Ook al zijn ze slechts een aantal jaar jonger, dus ook al heel ruim volwassen, je blijft zeggen nichtjes, waarom dat is weet ik ook niet.) Ze zaten in de auto met grote modieuze zonnebrillen. Ik moest meteen denken aan een roadmovie Thelma en Louisa. Ik had de film nooit gezien, maar de reputatie van de dames is me wel bekend. Het was ook maar een splitseconde, die associatie met mijn nichtjes en natuurlijk stamp ik dat meteen op Facebook onder het mom laten we eens spontaan doen. Bovendien waren ze niet alleen, want het bijschrift bij de foto was: Sisters on the road….with Eddy Vedder. Ook dat nog dacht ik, hoewel who the fuck is Eddy Vedder, maar dat zijn natuurlijk niet mijn zaken. Snel werd ik onderwezen in het feit dat Eddy Vedder the leadzanger van Pearl Jam is. Vaag weet ik van het bestaan van Pearl Jam, maar wat ze spelen en vooral wie dat doen interesseert me niet zoveel. Vanaf mijn 18e, en zeker vanaf mijn 24e heb ik maar een zeer latente belangstelling voor popmuziek, hoewel heel af en toe sijpelt er wel eens iets goed in mijn belevingswereld. Voor films heb ik meer belangstelling en uiteraard ben ik bereid om die Eddy eens te beluisteren, maar vooral was ik benieuwd naar de film.

(Tussen haakjes, om privacyredenen een foto van Thelma en Louise om dit stukje op te leuken, niet mijn nichtjes.)


INTO THE WILD, THE MOVIE

Toen de film even op weg was, een ingehouden vloek mijnerzijds. Ik vervloekte mijn luiheid als het gaat om buitenlandse talen. Standaard zet ik de ondertiteling eronder, maar bij deze site was dat niet mogelijk. Ik moest me behelpen met Engels hetgeen op basis van opleidingsniveau en enige ervaring geen moeite moet zijn. De praktijk is echter weerbarstiger. Als je engels of welke andere taal amper praktiseert dan wordt het lastig. Zoals al duidelijk is, ik luister weinig popsongs, dus vanuit die hoek wordt mijn engels ook niet onderhouden. Het duurde even voor dat ik er lekker inzat en halverwege miste ik de ondertiteling niet meer. Ik durf niet te beweren dat ik alle nuances van de literatuur die in de film voorkomen, heb begrepen. Het meest wel, dus ik voel me gemachtigd om een oordeel te vellen.

De film begint met een spreuk van Lord Byron

There is a pleasure in the pathless woods

There is a rapture in the lonely shore

There is a society where none intrudes

By the deep sea, and music in its roar

I love not man the less, but Nature the more

Een jongeman, zijn diploma koud op zak, laat zijn afkeur duidelijk weten ten opzichte van zijn trotse ouders. Hij wil geen groot cadeau, wil geen loopbaan of studie via de geëffende paden, hij is tegen te bestaande conventies, het huwelijk van zijn ouders en wil vooral niet aan de verwachtingspatronen voldoen. Hij trekt er op uit, verbrandt op zeker moment zijn geld en creditcard en laat het verleden achter zich. Hij leest veel, ontmoet andere ‘drop-outs’ van de Amerikaanse samenleving en weet te overleven in zijn doortocht in het leven die uiteindelijk moet leiden naar Alaska. Overleven, rust en zichzelf vinden, of misschien wel creëren lijkt het doel. Na bijna anderhalf jaar na zijn verdwijning lijkt hij klaar te zijn en zoekt de weg terug. Hij kan echter de nabij gelegen rivier niet oversteken en moet noodgedwongen langer bivakkeren in een karkas van een autobus, die al die tijd zijn woonplek is geweest. Hoe deze bus in de middle of nowhere is gekomen, is mij niet duidelijk. Het verplichte langere verblijf is hem fataal geworden door ziekte en uitputting.

MIJN BEVINDINGEN

Ik moet toegeven dat er sprake is van prachtige plaatjes in de film. Ook de zoektocht van een puber, adolescent naar volwassenheid die tegen de conventies is, biedt voldoende denkwerk voor een ieder, zeker ook voor mij een belegen midlifecriser. Willen we allemaal van tijd tot tijd niet uitstappen uit het burgerlijk bestaan, avonturen beleven en het leven ervaren? Ook de gedachte met veel minder te kunnen leven dat de materiële omgeving die de meeste van ons hebben, heeft veel romantische aspecten die mij laten mee leven met de hoofdpersoon Cris Mcandless gebaseerd op een waargebeurd verhaal geschreven door John Krakauer. Ik neig naar een redelijk positieve beoordeling, misschien wel een zevenenhalf tot mijn oudste zoon thuis komt en vraagt welke film ik aan het kijken ben. Als hij Into the Wild hoort, reageert hij resoluut. ,,Als die vent geluisterd had naar de goede raad, door bijvoorbeeld beter voor te bereiden en tenminste een kaart mee te nemen, had hij geweten dat de redding nabij was” Hij wist mij te vertellen dat op slechts twee kilometer afstand een soort van kabelbaan was om de rivier over te steken. Tja dan is je gevoel voor romantiek in een keer als sneeuw voor de zon verdwenen. Trouwens met die muziek van Eddy Vedder/Pearl Jam is niets mis, oordeelt hij. Daar ben ik dan wel met hem eens, dat dan weer wel.

Al met al blijf ik hangen bij een 7. Alle filmbllikken van Sprakeloos

LEKKER WEG IN EIGEN LAND

Op afstand ben je dan bezig met het plannen van je reis naar Thailand. De vlucht is geboekt, maar nu de rest. Hoe gaan we reizen, welke steden gaan bezoeken. Kun je komen van A naar Beter en zo ja, is dat een beetje te doen. Met al die exotische namen is de vakantie al een beetje begonnen. En dan besef ik ineens dat ik nog nooit in Volendam ben geweest. Ik kan mijn bek breken over Ayutthaya, Chiang Mai of Kanchanaburi, maar Volendam, waar hele hordes toeristen voor naar Nederland komen, ken ik niet. Ik moest me tot dusver behelpen met de palingsound van Nick & Simon, Jan Smit en de 3J’s. Als je die samen hoort dan is er ook sprake van bekbrekende toeren, want hoe genetisch de Volendamse bevolking ook behept is met gouden keeltjes, ergens moet dat rechtgetrokken worden. Ze hebben allemaal een spraakgebrek.

Zijn er nog meer zaken die ik wil zien in Nederland? De meeste grote steden ben ik geweest en die steden die nog bezocht zouden kunnen worden, zijn vooralsnog niet uitnodigend. Delfzijl? Tilburg? Kerkrade, Geleen of Heerlen? Heerhugowaard? Geef mijn portie maar aan Fikkie. Maar er zijn naast Volendam vast zaken die mijn aandacht vereisen. Dat hoeft niet dit jaar, maar ooit, al weiger ik het een bucketlist te noemen, want dat woord haat ik. Bovendien ik kan er wel mee leven om nog nooit in Volendam te zijn geweest, maar een beetje nieuwsgierig ben ik wel. Even nadenkend kan ik het lijstje verder uitbereiden met andere bezienswaardigheden.

Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik ook nog nooit in de Keukenhof ben geweest, zelfs twijfel ik of ik wel echte tulpenvelden heb gezien. Misschien ooit vanuit het vliegtuig op weg naar een oord ver weg.
Wat me verder interessant lijkt om eens in Amsterdam Noord een kijkje te nemen. Mijn bezoeken aan Amsterdam per trein kenmerken zich door uit te stappen op het Centraal Station en na een heleboel puinhoop en bouwsels kom je een keer bij de grachten. Misschien is het inmiddels beter, maar zo vaak hoef ik niet in de hoofdstad te zijn. Maar de nieuwe architectuur en bouw van Amsterdam Noord wil ik wel eens zien, kan ik meteen Pampus bekijken, want nog nooit gezien.
Over architetuur gesproken, de gemiddelde Vinex-wijk interesseert me niet, Leidsche Rijn kan met gestolen worden, of Almere als een grote Vinex-stad van Amsterdam, maar wel ben ik benieuwd naar Kattenbroek in Amersfoort. Heb er veel over gehoord en het zou in de jaren 90 van de vorige eeuw baanbrekend zijn geweest. Ik ben benieuwd of ik dat ook zo ervaar, of dat er alle tientallen nieuwboekwijken lijken op deze wijk.

 

Nu heb ik als Feyenoorder meer met Rotterdam dan met Amsterdam, en als de drukte rondom de enerverende nieuw Markthal een beetje minder is, zal ik het zeker bezoeken. Maar de Euromast was zo’n weetje van de lagere school die onlosmakelijk verbonden is met de havenstad. Ik moet er maar eens naar toe. Net zoals het waddeneiland Schiermonnikoog, al is het alleen maar omdat je er niet met de auto mag komen. Dat lijkt me ook wel een aparte gewaarwording. De mij bekende waddeneilanden zijn sowieso de moeite waard is mijn ervaring, dus een keer naar Schiermonnikoog daar kan ik me geen buil aan vallen.
Op natuurhistorische gebied heeft Nederland niet zo heel veel te bieden, dus alle groepjes bomen die ze bos noemen, bekoren mij niet in het bijzonder, hoewel als je er loopt is het er vast heel aangenaam. Maar de Biesbosch, ik ben er nooit geweest. Als kind leerde ik over de St. Elizabeth-vloed in 1421. Een feitje dat ik nooit vergeten ben, maar het heeft nog niet geleid tot een bezoek aan de gevolgen van deze watersnood, de Biesbosch.
Naast ergens naar toe gaan zijn er nog een aantal zaken, die voor mij interessant zouden kunnen zijn of waarom buitenlanders naar Nederland toekomen. Een ervan is natuurlijk het Venetië van het Noorden, Giethoorn. Ik ben er regelmatig geweest, heb er zelfs in de jaren tachtig geschaatst. De omgeving is prachtig op de ijzers en Giethoorn is zoals ze dat plachten te zeggen, pittoresk. Maar ik ben vooral nieuwsgierig naar een ander fenomeen. Het schijnt een hotspot te zijn voor Chinezen, die er dan ook in grote getalen komen. Dat fenomeen zou ik wel eens willen observeren, hoe Giethoorn verwordt tot een soort China Town.
Verder, hoewel ik het tegenwoordig buitenlanders niet aanraad om per openbaar vervoer te reizen, wil ik nog wel eens van het noordoosten (Roodeschool) naar het zuidwesten en dan kom je uit bij Vlissingen. Alleen al om het gevoel te ervaren dat Nederland best wel groot is en dat reizen per trein een beleving is. Deze reis doet er ongeveer 5,5 uur over. Die andere van het noordwesten (Den Helder) naar het uiterste zuidoosten (Kerkrade) duurt slechts 4,5 uur. Met de NS dus een totaal beleving van Nederland.

Waar de meeste buitenlanders voor naar Nederland komen, heeft natuurlijk te maken met de (soft)drugs. Zelf heb ik nimmer wiet gekocht, laat staan gerookt in een heuse coffeeshop. (Voor het geval ik later minister-president zal worden en mijn verleden wordt doorgezaagd, ik heb wel eens softdrugs gebruikt en ook nog geïnhaleerd. Ik vond er gewoon niks aan, maar een keer relaxt doen in een coffeeshop zal ik nog wel eens willen, ooit. Als laatste en dat is misschien het wel meest kenmerkende van Nederland, maar er zal geen toerist ervoor naar toekomen, is ons calvinistische grondslag. Een sfeer kun je niet bezichtigen, maar slechts voelen, als je er tenminste vatbaar voor bent. Dus een bezoek aan een langdurige zware kerkdienst op zondag in Staphorst lijkt me ook een hele beleving.

 

Er is nog veel te doen en ik kan nog lekker weg in Nederland, echter voorlopig richt ik me maar op Thailand, al houd ik me aanbevolen om bovenstaande lijst nog uit te bereiden, graag hoor ik meer opties van lekker weg in Nederland.

 

Mijn Filmblik op IM LABYRINTH DES SCHWEIGENS

Op zoek naar juichende kritieken over de Duitse film Im Labyrinth des Schweigens, kwam ik vooral matige recensies tegen met de azijnfles van de Volkskrant voorop. In de tekst onder de titel staat: ‘In Im Labyrinth des Schweigens wordt de Auschwitzhorror soms te veel uitgespeeld. De film, deels op feiten gebaseerd, is een beetje stug, ouderwets tv-achtig.’
Nooit zoveel onzin bij elkaar geharkt gezien, maar het zal ongetwijfeld gebaseerd zijn op hooggeschoolde kennis van hoe een film in elkaar moet steken, maar houdt amper rekening met de gevoelswaarde van de filmbeleving. Een gediplomeerd azijnpisser IS hier niet gevoelig voor, dus een bevestiging van wat ik al wist, ga nooit af op de Volkskrant, zie het vooral als een tegengesteld advies.

HET WORDT EEN NA-OORLOGSFILM
Twee vrije dagen voor de boeg met daarin de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, 4 en 5 mei. Of we deze middag iets zouden gaan doen, vroeg mijn vrouw kijkend op de buienradar. In Nijmegen draait Im Labyrinth des Schweigens. Ik herinner me dat ik iets over de film heb gezien, dat niemand wist van de gebeurtenissen in Auschwitz. We hebben het dan over het naoorlogse Duitsland, 1958. Daarnaast had ik een documentaire gezien over de Duitse jeugd die genoeg zou hebben van de verplichte schoolreisjes naar allerlei oorden om zich te moeten wentelen in de rol van schuldigen. 70 jaar na dato voelen zij zich geen dader meer. Het lijkt me volstrekt terecht.
In het Nijmeegse filmhuis LUX draaide de film en daar was ik sinds mijn vertrek uit Nijmegen in 1999 nog nooit geweest, sterker nog, het bestond toen nog niet. Ik ging altijd naar Cine Marienburg.

 

VRAGEN, VOORAL VRAGEN
Laat ik eens beginnen met hoe we uit de film kwamen, als een leidraad voor de impressies en gevoelsbeleving van Im Labyrinth des Schweigens. We benadrukte beide dat we het een hele mooie en indrukwekkende film vonden om daarna te denken over wat de film losmaakte aan gedachten. Allereerst natuurlijk het ongeloof dat zo’n beladen geschiedenis in het naoorlogse West-Duitsland verzwegen werd, alsof het geen deel uitmaakte van de landsgeschiedenis en/of de persoonlijke geschiedenis van veel Duitsers, 1958 nota bene. Bestaat er zoiets als een gezamenlijke schuld, kun je dat met de achterafkennis vaststellen? Dat er schuldigen zijn is duidelijk, heel duidelijk, maar moeten alle schuldigen opgepakt worden en zo ja, is dat mogelijk? Hoeveel regiems, de Sowjet-Unie als recent voorbeeld, gaan voor een deel verder met de ‘oude hap’ in een nieuw ideologisch jasje, misschien is dat een historische wet om niet in volledige anarchie te belanden? Als er sprake is van daderschap in welke omstandigheid dan ook, hoe gemakkelijk is het om met jezelf in het reine te komen over je meest pikzwarte persoonlijke geschiedenis, kijkend naar je eigen aandeel? Moeten de 4 en 5 mei herdenking louter in het teken staan van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust of moet de bovenliggende algemeen menselijke boodschap centraal staan? En hoe zijn we nu anno 2015, hoe vaak kijken we weg als het gaat om humanitaire rampen in Afrika of heel actueel het vluchtelingenprobleem op de Middellandse Zee?

IM LABYRINTH DES SCHWEIGENS
West-Duitsland is bezig met het Wirtschafswunder, de Tweede Wereldoorlog is nog geen 13 jaar afgelopen en het lijkt alsof er niets is gebeurd in de jaren dertig en veertig. De ‘grote vissen’ zijn berecht bij de Neurenbergprocessen en Adenhauer leidt de Duitsers door het naoorlogse Duitsland en iedereen gaat verder met zijn leven en heeft de draad ogenschijnlijk weer opgepakt totdat een slachtoffer uit Auschwitz wordt geconfronteerd met een van de kampbeulen die ‘gewoon’ weer les geeft op een middelbare school in Frankfurt. Hij gaat er mee naar een journalist die probeert de zaak aanhangig te maken bij het Openbaar Ministerie. Er is geen belangstelling, maar een jonge Officier van Justitie Johan Radmann (gespeeld door Alexander Fehling) pakt de zaak op en krijgt de steun van de Procureur Generaal (gespeeld door de onlangs overleden Gert Voss) die met een beetje fantasie lijkt op de oude Willy Brandt. Aanvankelijke wil de jonge jurist de zaak juridisch aanpakken middels het logische concept van dat er een dader en een slachtoffer is die met elkaar verbonden zijn door een delict. Het is dan immers slechts een kwestie van bewijzen. Al snel komt Radmann erachter dat de ‘zaak’ veel groter is dan zijn voorstellingsvermogen kan bevroeden. Ook voor hem heeft de recente Duitse geschiedenis klaarblijkelijk grote blinde vlekken mede als gevolg van het alom zwijgen van een ieder die iets weet van de gebeurtenissen in de vernietigingskampen. Door deze tegenslag laat de jurist en de inmiddels bevriende journalist zich niet uit het veld slaan, ze gaan verder en worden zelfs via extra mankracht ondersteund door de procureur-generaal. Dat wil niet zeggen dat het onderzoek daarmee vanzelfsprekend van een leien dakje gaat. Er is geen medewerking van mensen op belangrijke sleutelposities, die mogelijk zelf een verleden hebben. Niemand wil dat het verleden opgerakeld wordt.
Uiteindelijk zal het werk van de jonge jurist leiden tot de Duitse processen die ervoor zorgen dat het nicht-Wissen van de Duitse bevolking wordt opgeheven. Het is ook de tijd de de Duitsers kunnen beginnen met het verwerken van de eigen geschiedenis al dan niet geholpen door de opstandige jeugd die in de jaren zestig ook helderheid willen over de rol van hun vaders en moeders in die tijd. De film eindigt, waar de processen beginnen.

PERSOONLIJKE BEVINDINGEN
Ik vond het een prachtige film die de beklemmende sfeer uit de jaren vijftig op een prima wijze weet vast te leggen. En hoezo ouderwets en stug vraag ik me dan af? Juist het langzame oprakelen van een geheim wordt in beeld gebracht in een tijd van beklemming waar Sauerkraut-Dampen (als tegenhanger van onze spruitjeslucht) en ontkenning van de geschiedenis een belangrijke rol spelen. Het naoorlogse probleem in Duitsland wordt prachtig in kaart gebracht zonder op een pathetische wijze gruwelen in Auschwitz te misbruiken dan wel te ontkennen. Op het einde van de film laat de regisseur Giulo Ricciarelli de procureur-generaal zeggen, nadat Radmann gek dreigt te worden van de Waarheid waarna hij op zoek is. ,,Het gaat er niet om dat alle schuldigen opgepakt worden en berecht zullen worden. Het is belangrijk dat de slachtoffers een stem zullen krijgen en houden. Hun verhaal moet gehoord worden.”
Ik denk dat dit de kern is van de film, te beginnen bij de onwetende Duitsers uit de jaren vijftig die door de processen zullen horen hoe breed de steun is geweest aan het Hitler-regiem en dat vergeten van die zwarte tijd door te zwijgen de Duitse democratie niet verder zal brengen.

Een liefdesgeschiedenis tussen Johan Radmann met de mode-ontwerpster Marlene (gespeeld door Friederieke Becht) geeft de film een licht randje zonder dat daarmee de ernst teniet wordt gedaan. Als ik een puntje van kritiek mag geven dan is het het ontbreken van de persoonlijke assistent van Radmann, een oudere vrouw met de naam Schmitchen (gespeeld door Hansi Jochman) op de affiches. Haar reacties en emoties vond ik exemplarisch.

Kortom een buitengewoon goede film. Al met al een dikke acht en om enige compensatie te geven aan alle azijnpissers van de Volkskrant die bijvoorbeeld hoog opgaven van Aanmodderfakker, ga ik zelfs voor een 8,5. Voor meer Sprakeloze filmbelevingen verwijs ik naar mijn totale lijst.

NASCHRIFT: ANTWOORDEN, ANTWOORDEN, ANTWOORDEN
Op alle vragen die ik kan stellen, zoals hierboven in deze filmblik, heb ik geen kant en klare antwoorden. Ik ben er wel van overtuigd dat het van het grootste belang is dat de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog vertelt moeten blijven en dat 4 en 5 mei hiervoor een goed moment is. Ik begrijp dat de Duitse jeugd genoeg heeft van de eeuwige schuldrol en dat is volgens mij ook niet nodig en werkt uiteindelijk zelf averrechts. Ik vind dat het grotere verhaal geleerd moet worden uit de Holocaust om niet te vergeten en vooral om te leren. Maar ook andere gebeurtenissen die met de Tweede Wereldoorlog hebben te maken (Nederlands Indië) waarbij onze rol als dader èn slachtoffer heel dicht bij elkaar liggen, moet verteld blijven worden, wat mij betreft ook op 4 en 5 mei.
Maar ook in de recente geschiedenis, bijvoorbeeld de genocide in Rwanda zijn illustratief hoe de mensheid kan verworden tot een verschrikkelijke moordmachine, toen, nu en helaas ook in de toekomst. Hoe onverschillig kijken we naar de vluchtelingenproblemen waarmee Europa te kampen heeft. Het lijkt vooral een probleem van Italië en Griekenland en we gaan over tot de orde van de dag. Misschien is het appels en peren met elkaar vergelijken, maar in essentie gaat het om dezelfde mechanismen van wegkijken, onverschilligheid en individuele onmacht die kunnen leiden tot grootschalige menselijke drama’s. Maar als het om zulke vraagstukken gaat, ontstaat er ook in mijn gedachten vaak een labyrint van tegenstrijdigheden.

46. WAAR STAAT PAARS VOOR uit de serie de kabbelende 100

God, of wie dan ook straft meteen als je loopt te fucken met het koningshuis. Dat was mijn eerste gedachte gisteren 2 mei bij de volgende ronde in de tuin. Maak ik op 27 april nog 20150428_092802gekscherend gewag van een verwelkte oranje tulp als mijn ultieme bijdrage aan de Oranjeleut, mijn dag zou nog komen. Naast de verwelkte tulp stond een nieuw exemplaar op het punt van openbarsten, jong, krachtig en zo op het oog zeer rood. De Dag van de Arbeid zou snel gevierd worden overal in de wereld, behalve in het koningsgezinde Nederland. Ik kon niet wachten dat het gestaalde rode kader zich zou laten gelden in de vorm van een rode tulp. We zullen ze eens een poepie laten ruiken.
Nadat we 30 april gelukkig niet meer vrij zijn, heb ik op 1 mei ook hard gewerkt en me gekweten aan mijn dagelijkse bezigheden als loonslaaf. Niet gedacht aan (internationale) solidariteit, onderdrukking van de arbeidende klasse en andere revolutionaire gedachten. Niets van dat alles, gewerkt ten behoeve van de BV Thuis.

20150502_145855

Nu dat heb ik geweten, want dan neemt de voorzienigheid wraak, zoete wraak. De wannebee rode tulp weigerde rood te worden. Ik kwam erachter toen ik andermaal in de grond aan het wroeten was. Paars is het geval geworden, pimpelpaars en op dat moment wist ik het: Ik heb de Internationale Dag van de Arbeid verwaarloosd, niet alleen Oranjeleut langs me af laten glijden, maar ook de revolutionaire gedachten veronachtzaamt. Het schaamrood staat op mijn kaken, dat dan weer wel.

Waar staat paars eigenlijk voor? In de katholieke kerk heeft paars de betekenis van boetedoening. Paars als het broertje van rose heeft vaak ook een vrouwelijke betekenis. Tja, en dan de politiek, paars staat voor eens een onverwacht goed concept van samenwerking tussen de rooien en de liberalen. Das war einmaal! Tegenwoordig is het een impopulaire mix van verwaterde sociaaldemocratie en PVV-light liberalisme. Niemand lust het, maar we hebben geen alternatief. Een onverwachte aanwezige in de tuin. Ik geloof dat ik maar een rozenstruik met rode rozen ga planten, als boetedoening voor mijn (telepathische) afwezigheid op 1 mei en volgend jaar zal ik oogsten, rode rozen.