Kakelkrant 72: Wie was er fout in de oorlog?

Opgedragen aan alle heldhaftige inburgeringsstudenten

Dolle Dinsdag

Het is een understatement te beweren dat Geert Wilders al tien jaar de Nederlandse publieke opinie beheerst. Zijn politieke tegenstanders kunnen hem niet aan. Hij is te ruw in de parlementaire omgang. In debat schuwt hij de argumentatie, maar weet zich ijzersterk met (goedkope) oneliners te bedienen. Geen deugdelijk argument krijgt vat op hem. Keer op keer weet hij zijn aanhang te overtuigen dat hij zijn politieke opponenten te slim af is. En in zekere zin is hij dat ook, want zonder een structurele bijdrage aan bestuur of in vertegenwoordigende organen, heeft de PVV van Wilders meer kapot gemaakt dan mij lief is. Hij maakt de onvrede weliswaar zichtbaar, of beter gezegd door zijn stigmatiserende optreden, roert hij machtswellustig in alle open wonden. Nederland is daarmee in veel opzichten een naar kil land geworden, ook in de optiek van veel andere landen, tot afgelopen woensdag misschien.

Heeft Wilders met zijn toespraak bij de gemeenteverkiezingen zijn hand overspeeld? Is hij te ver gegaan en mogen alle vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog nu wel? Of is het de zoveelste slimme zet om mensen te paaien of om daadwerkelijk de verantwoordelijkheid te ontlopen? Wie zal het zeggen, maar zelfs in eigen kring keert men zich versneld van hem af. Ik zal geen vergelijk maken met de propagandamachinerie van de nazi’s, de Holocaust of afbeeldingen van een ‘blonde pruik’ voorzien een klein zwart snorretje. Er zijn mijns inziens voldoende argumenten om Geert en zijn troepen met hedendaagse argumenten te bestrijden. En toch doemt bij mij een andere oorlogsvergelijking op.

Er is een soort massale tegenaanval ontstaan op de uitspraak dat Geert de Marokkanen wel even naar koning Hassan zal sturen. De verontwaardiging, die iedere keer ontstaat na een bruuskering van de PVV leider, is binnen 24 uur omgeslagen in bijna een opluchting, een blijheid dat we hem nu te pakken hebben. Historisch komt bij mij de vergelijking met september 1944 bovendrijven. De blijdschap die naar later bleek een dure vergissing is geworden, want het ergste moest nog komen. De Duitsers waren niet verslagen en er zou nog een lange bittere oorlogswinter komen. Terug naar nu, PVV-ers verlaten als ratten het zinkende schip en zijn vertwijfeld. De politieke tegenstanders overtreffen elkaar in de afwijzing van het kwaad. Bijltjesdag is begonnen en de vraag is nu wie er fout was in de ‘oorlog’.

2014-03-20 17.41.39

Intermezzo

Dit blog was ik echter begonnen met een andere insteek. Ook ik viel wederom van verbazing van mijn stoel toen Geert Wilders als een echte menner zijn gehoor op een zeer discutabel wijze wist te bewerken. Die dag erop zat ik in de trein en iemand had een stapel papieren laten liggen met als titel ‘Oefenstof Inburgering’. De ijverige, maar slordige student zag dus nog heil om in een land als Nederland te willen wonen en werken. Hoe kan een mens nu integreren in een land dat hem of haar niet welkom zou heten? Ik dacht aan het Nederland van de dominee en de koopman, de eeuwige spagaat van het Nederlandse bewustzijn. Ik bedacht dat die dominee het wel definitief zou hebben opgegeven, want hoe kun je met zulke uitspraken van Geert Wilders als Nederland de wereld nog met een opgestoken vingertje de les lezen? Maar ook de koopman is in het geding, want hoe vaak kun je anderen beledigen zonder dat dit tot economische repercussies zou leiden? En misschien nog wel belangrijker, we zullen het met Europa moeten doen, willen wij op enigerlei wijze nog een toekomst willen hebben. Het vooruitzicht om Nederland op slot te doen en ons zelf maar zien te bedruipen in een Marokkanenvrij land mag dan het ideaalbeeld zijn van de PVV, het strookt niet met de onomkeerbare werkelijkheid en is erg onverstandig, ook voor Henk en Ingrid. Met deze gedachten wilde ik een blogje schrijven en opdragen aan de heldhaftige student die toch gekozen heeft voor Nederland. Maar zoals gezegd de verontwaardiging is overgegaan in een morele verwerping. Men ruikt bloed. Desalniettemin wil ik dit stuk nog steeds opdragen aan de onbekende student in de hoop dat hij of zij oud mag worden in een vrij Nederland.

 

Wie was er fout in de oorlog

In de bestrijding van Geert Wilders zijn maar weinig succesvolle wapenfeiten, of zo u wilt verzetsverhalen te noemen. Natuurlijk buiten walging, processen en de verschillende hypes op de sociale media die het fout zijn van de man moesten aantonen, is er op politiek gebied weinig gebeurd. Onmacht is misschien wel de rode draad in de politiek van de afgelopen tien jaar in relatie tot de PVV. Erger nog, bewust of onbewust, uit onkunde of machtspolitiek, leek het motto te zijn: ,,If you can’t beat them, join them”. Natuurlijk hebben individuele politici getracht de goedkope retoriek van Wilders te pareren, zonder succes ondanks de goede bedoelingen. Ik noem daarbij een Femke Halsema van GroenLinks, maar vooral ook Alexander Pechtold die in deze misschien wel een oorlogsheld genoemd kan worden. Al geloof ik niet dat zijn volhardendheid uiteindelijk een bijdrage heeft geleverd aan het keren van de radicalisering van Wilders. Integendeel, het is een feit dat meerdere partijen zelf ook zijn geradicaliseerd of in ieder geval ver van hun roots zijn komen te staan. Het CDA en de VVD hebben gedacht iets moois ‘met de vijand’ te kunnen opbouwen door hem als gedoger te laten aansluiten bij het eerste kabinet Rutte. In de gelederen van de VVD zijn vooraanstaande politici zoals Teeven erg goed om de rechterkant van het politieke spectrum te bedienen met rauwe uitspraken en ondoordacht beleid. Onlangs kwam vanuit die partij de gedachte om het koninkrijksgenoten moeilijk te maken om naar Nederland te komen. Het Antilliaantje pesten stuitte op grote juridische bezwaren, maar het is wel gezegd. De VVD opereerde daarmee andermaal als een soort PVV-light. Mark Rutte beweerde afgelopen woensdag na de uitspraak van Wilders, naast zijn walging, toch nadrukkelijk dat hij nooit iemand uitsloot. Hij kreeg kritiek van de voormalige parlementsvoorzitter Weisglass. Ik heb begrepen dat hij met de geest van Dolle Dinsdag een steviger standpunt heeft ingenomen. En dan de Pvda? Als zij in zee waren gegaan met echte liberalen, zou het electorale verlies nooit zo dramatisch zijn geweest. Zij waren echter blind voor de gedaanteverwisseling van de liberalen. Met de PVV-light hebben zij ingestemd met bijvoorbeeld het criminaliseren van illegalen. Dat is zoiets als Arie Slob vragen om politiek te bedrijven met ontkenning van God. Wat is de betekenis van het belijden van je weerzin tegen Wilders waard als je eigenhandig je principes over boord gooit. Ik vraag me daarbij af in hoeverre je je hebt laten meeslepen door de Wilderiaanse retoriek. Het getuigt in ieder geval van grote politieke slapte. En de SP dan? Ook zij laten keer op keer zien dat zij voor een deel in dezelfde xenofobe vijver vissen als de PVV. De socialistische solidariteit lijkt met grote regelmaat bij de landsgrenzen op te houden. Met name hun onderhuidse anti-Europese stellingnames vind ik zorgelijk, hoewel ook hier gezegd moet worden dat Jan Marijnissen de PVV regelmatig van jetje gaf.

 

Ethisch herstel in de na-oorlogse periode

 

Nu de verontwaardiging lijkt over te gaan in daadwerkelijk verwerping van de politieke ideeën van Geert Wilders zal blijken hoeveel oorlogshelden gaan opstaan. Hoe hard zullen politici gaan bewijzen dat hun aanpak de juiste is gebleken. De Pvda riep bij monde van Samsom dat zij met geen enkel initiatief van Wilders zullen instemmen. Verworden zij daarmee tot de oorlogshelden avant la guerre?

Filmopnames en oude televisiebeelden moeten gaan bewijzen dat iedereen altijd en op ieder moment de PVV van repliek diende. De geschiedsvervalsing kan beginnen. Het is te hopen dat het geen Dolle Dinsdag is qua bezoedeling en onaangenaamheden in de Nederlandse politiek. Een ethisch reveil is hard nodig en op dit gebied hebben we eigenlijk een soort Drees nodig die een ieder weet te binden, die echte bruggen weet te slaan tussen de partijen in het land, die zorgt dat iedereen mee mag doen, ook de aanhangers van de PVV. Want het allerbelangrijkste is wel dat er oog moet zijn voor die groepen die voorvoelen dat zij waarschijnlijk niet meekomen in de globalisering, die zien dat hun woonomgeving veranderd en verloederd en vooral zien dat zij niet mee mogen delen in de (Europese) welvaart. Op 22 mei, tijdens de Europese verkiezingen, zal duidelijk worden of Geert Wilders zijn laatste oortje heeft versnoept, of dat weer machteloos wordt toegekeken hoe een blaffende hond zijn roedel weet te versterken, terwijl de huidige openlijke verwerping van de PVV overgaat in stille lijdzame verontwaardiging.

28. OORLOGSVERKLARING AAN MILKA uit de serie de kabbelende 100

 

Ik moet even mijn hart luchten. Ik ben boos, of eigenlijk gefrustreerd, nog beter gezegd beide. Ik zal aanstonds uitleggen waarom, eerst een stukje voorgeschiedenis. In een tijdperk van voortschrijdende technieken, zou je zeggen dat die techniek de mens dient. Vaak is dat zo, maar niet altijd. Een veelgehoorde klacht is dat de verpakkingsindustrie dusdanig geïnnoveerd heeft dat alles wat maar verpakt kan worden ook in papier, karton, piepschuim of plastic is vervat. Zeer schadelijk voor het milieu, maar ook voor mijn humeur. Kleine genoegens worden een helse onderneming. Thuis, voor kaas, vleeswaren of koffie pak ik al standaard een schaar. Vroeger, vijftien jaar geleden gebruikte ik meestal brute kracht, toen lukte dat nog. Misschien is mijn kracht iets afgenomen, maar dit natuurlijke fenomeen bij het ouder worden is niet dusdanig dat ik voor het openen van een eenvoudige candybar de neiging heb de oorlog te verklaren aan de fabrikant.

2014-03-03 20.56.30

Dus, wachtend op de trein na je werk, voel je een honger- en suikeraanval opkomen. Meestal kun je die weerstaan, niet altijd. Dan is het aanbod twee voor een euro erg aanlokkelijk. Milka is mijn favoriete reep. De reclames met die lila koeien en Alpendirndels zijn dan verschrikkelijk, maar dit terzijde. En als de Milka gevuld met karamel naar me knipoogt, ben ik verkocht, licht ontvlambaar als ik ben. Maar dan komt het! Ik stap de trein in en wil de amuse verorberen, want uiteraard wachten de piepers thuis. Ik constateer dat de innovatie van de Milkajongens en meisjes qua verpakking al vergevorderd is, want het nutteloos uit elkaar trekken van de wikkel heeft plaats gemaakt voor instructies om het open te maken, een pluspuntje. Echter, met geen mogelijkheid is de reep te openen. Mijn intellectuele capaciteiten zijn niet toereikend om de eenvoudige instructies op te volgen. Je schijnt een HBO opleiding te moeten volgen om van de candybar te kunnen genieten. Tegenover me zit een menopauzer met belangstelling mijn verrichtingen gade te slaan. Ik denk: ,, Nog nooit iemand een wikkel zien weghalen? Nu dat kan kloppen, want dat gebeurd ook zelden.” Ik zeg: ,, Geen eenvoudig opgave tegenwoordig.” Ze knikt. Met mijn meest ontspannen gezicht gebruik ik al mijn kracht om bij de chocola te komen. Het lukt, hoewel mijn polsen pijnlijk aanvoelen. ,,Jongens en meisjes van Milka, een dringende oproep, dit kan zo niet langer, dit moet anders wil ik jullie duivelse producten nog gaan kopen. Kiezen of delen!”

27. VERGANKELIJKHEID uit de serie de kabbelende 100

 

In de afzichtelijke dossierkast, ooit gekregen als afdankertje, is nog veel werk te verrichten. Dat is voor later. Bovenop die kast is het stofvrij, de spinnenwebben zijn verwijderd en er staat helemaal niets. Maar niet voor lang, want helemaal niets is ook maar niets. Bovendien heb ik nog wat snuisterijen die nog een plekje behoeven. Ten eerste heb ik al enkele jaren twee heel onhandige kandelaars. Een keer stoten en de met Chinese tekens versierde kap ligt eraf. Volgens mij is dit een aanschaf van mijn wederhelft die inzag dat het een miskoop betrof. De kandelaars zijn dus gedegradeerd tot mijn werkhok. Ook een antiek klokje, volgens mij van Franse makelij, staat al vele jaren op mijn kamertje. Ooit heeft het gelopen, maar de laatste verhuizing heeft het niet overleefd. Als laatste een wereldbol, gekregen van Sinterklaas in 1978. Ik zeul het ding al heel mijn leven achter mij aan.

2014-03-01 14.51.59

Het levert een stilleven op, gemarkeerde tijd, de vergankelijkheid van de Aarde en de onhandige kandelaars. Waarom bewaart een mens dit? Van die kandelaars weet ik het niet. Ik vind ze lelijk, ze hebben geen waarde en enige emotionele band met de kitch heb ik niet. Samen met het klokje levert het min of meer een evenwichtig plaatje op. Het staanklokje is een cadeau van een tante van mijn wederhelft. Zij zou dus de emotionele waarde moeten koesteren. Echter omdat het een wrakkig ding is, zonder tijdsbesef, functioneert het nu als stilleven. Bij antiek denk je al snel aan waarde, ook al is het kapot. Ik durf er echter geen serieuze uitspraak over te doen. De globe heeft acht verhuizingen overleefd, maar niet ongeschonden. Ooit heeft het langdurig bij een gloeilamp gestaan. Bruine brandwegen zijn in de Indische Oceaan nog zichtbaar. Als kind dacht ik dat het een massieve houten bol was, maar een stuiter op de grond heeft me hard uit die droom gehaald. Het noordelijk halfrond past niet meer op het zuidelijk halfrond. Het kan verkeren met de wereld, maar niet met mijn aardbol. In de huiskamer is er geen plaats voor. Ik kan het billijken, maar voor een stilleven op mijn eigen hokje is de wereldbol goed genoeg. Of de snuisterijen op de afzichtelijke dossierkast voor altijd een verstild bestaan zullen leiden, waag ik te betwijfelen. Stofvrij zal het zeker niet blijven, maar ik zweer dat ik mijn globe mee zal blijven zeulen tot het absolute einde, mijn einde.