Associating Pressure 5: Het gevaar van de witte ghetto’s

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

22 mei 2013 zijn de woorden: whisky, gevaar, ghetto’s

Tien jaar geleden werden de geruchten steeds hardnekkiger. De onderbuikgevoelens waren echter al zo oud als Methusalem. Steeds vaker deden de verhalen de ronde dat een buitenstaander niet meer veilig is in de wijk. Buitenwettelijke waarden en normen heersen er. Enkele jaren terug werden de malle Pietjes met een’LegerdesHeils-look’ al geweerd, later mocht iedere mediterrane Nederlander zich verheugen op een ongezonde portie wantrouwen, tegenwoordig is iedereen met een casual look bij voorbaat verdacht. De ongeschreven kledingvoorschriften zijn Christian Dior, Prada en Luis Vuitton om er nog maar een paar te noemen. Heuse informele zedenpolitie ziet er op toe dat buitenstaanders geweerd worden. Vaak opereren deze zedenwatchers onder het mom van bewakingsdienst.

Na de zoveelste crisis veroorzaakt door het kapitaalterrorisme in 2008 was de maat vol voor Jan Rap. Hij richtte zijn eigen partij op gericht tegen het kapitaalterrorisme. Onder de veelzeggende naam Kapitaal Voor eigen Volk (KVV) ziet partijleider Rap zijn electoraat groeien. In het begin werd hij uitgelachen door de gevestigde partijen, later genegeerd, inmiddels is hij het niveau van ‘luis in de pels’ ontstegen. Met het groeien van de populariteit doet Jan Rap steeds radicalere uitspraken. Aanvankelijk riep hij: “Ik heb niets tegen het kapitaal, slechts tegen de uitwassen van het kapitaal.” De KVV verwijt de gevestigde orde vooral dat ze wegkijken van de problemen en niet inzien dat er steeds meer gebieden ontstaan die als een broedplaats voor de onoirbare praktijken kunnen worden aangemerkt. Heuse ghetto’s zijn in wording en de regeringspartijen, die vooral geïnteresseerd zijn om hun ‘dikke reten’ op het pluche te behouden, kijken weg of drinken glaasjes whiskey on the rocks met de bewoners van de ghetto’s.

Jan Rap houdt zijn volgelingen voor dat het kapitalisme an sich niet hoeft te worden bestreden, maar wijst op de gevaren van het kapitaalterrorisme die de meer egalitaire doelstellingen van ons land in gevaar brengen. Die uitwassen moeten bestreden worden, want straks nemen ze ons nog meer over dan ze nu al doen. Gesteund door de groeiende populariteit doet Jan Rap steeds radicalere uitspraken. Gisteren heeft hij de uitroeiing van het fundamentalistische kapitalisme geëist. Vandaag zet hij zijn woorden kracht bij om zo’n broedplaats van het kwaad te bezoeken. Met de woorden dat hij een werkbezoek gaat brengen aan zo’n ‘wit ghetto’ is hij verzekerd dat hij niet alleen ‘in the ghetto’ zal lopen. De hele nationale pers zal hem en zijn KVV vergezellen. En Jan Rap zal zich geen rad voor ogen draaien door whiskey te nuttigen in de lokale Proeverij.

Buiten de drukte van een gros persmuskieten die blind reageren op de zoveelste hype van de KVV, Jan Rap weet inmiddels hoe hij nietszeggende hypes kan creëren, is het rustig. Bewoners houden zich afzijdig. Ze weten zich veilig achter grote hekken en afzetting. Een enkele bakfietsmoeder en een Hummer zijn te zien. Jap Rap ziet een provisorische welkomsvlag die hem welkom heet ondanks zijn vuurrode hart. Op zijn beurt geeft Jan Rap aan dat iedere kapitalist die hem met een lach benadert, een vriendelijke glimlach terug kan krijgen.

Jan Rap weet dat zijn wandeling het avondnieuws zal beheersen en dat hij nieuwe potentiële stemmers heeft wakkergeschud om met hem, de KVV, te strijden tegen het kapitaalterrorisme.

Associating Pressure 4: Eerste vergangelijkheidsdag

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

21 mei 2013 zijn de woorden: feestvarken, verjaren, vergankelijkheid

Ik heb wel wat met varkens en dan niet alleen op mijn bord. Sinds ik kennis heb gemaakt met Mephisto in de film the Unbearable Lightness of Being ben ik niet alleen een beetje verliefd op Juliette Binoche, maar ook het varkentje Mephisto heeft een plekje in mijn hart veroverd. Als ik later groot ben, veel geld heb en een mooi buitenhuis, ga ik een huisvarkentje aanschaffen. Natuurlijk zal hij Mephisto heten en misschien krijgt hij ook nog een vriendinnnetje. Maar ik heb niet veel geld, geen buitenhuis en ik ben al zeker niet groot, al heb ik de proporties van een stevig varkentje.

Wat minder heb ik met feestvarkens, zeker als ik het zelf ben. Toen mijn kinderen nog klein waren, liet ik me nog welgevallen dat er eens per jaar een dag is om te verjaren. Nu niet meer. Het metier van feestvarken is me niet op het lijf geschreven. Ik herinner me nog wel het voorleesboekje ‘Het Feestvarken’. Vaak heb ik het voorgelezen. De kinderen vonden het prachtig.

Het Feestvarken verheugde zich zijn verjaardag te vieren met al zijn vriendjes. Moeder Varken had ruim inkopen gedaan en het feest kon niet mislukken. Eten en drinken was in ruime mate aanwezig, maar ze was nog één ding vergeten te kopen. En toen sloeg het noodlot toe. Er werd aangebeld door hongerige en noodruftige dieren. Ons Feestvarkentje had medelijden en gaf weg wat moeder voor zijn feestje had gekocht. Uiteindelijk was er niets meer over toen Moeder Varken terugkwam. Het Feestvarken huilde tranen met tuiten en was ontroostbaar. Maar toen de gasten zich aandienden, bleken ze allemaal spijsen en dranken bij zich te hebben voor het gulle Feestvarken. Er kwam een feest zoals nog nooit is geweest. Er werd gezongen en gedanst onder het genot van taart, hapjes en drankjes.

Hoewel de kinderen genoten, had ik ernstige moeite om me met de hoofdpersoon te identificeren. Het zijn van een feestvarken, het zal wel. Ik doe het niet meer. Ik vind er niets aan om te vieren dat je weer een jaar ouder bent. Dat ouder worden is nog niet zo’n ramp, maar om daar pontificaal bij stil te staan, terug te blikken of vooruit te kijken als Feestvarken? Dat relativeren en over de vergangeklijkheid van het leven te broeden zit toch al wel in mijn persoonlijkheid. Dat opgeteld bij de leeftijdsfase waarin ik verkeer, kan gesteld worden dat het geen feestdag is. Ik stel dus dat het vandaag niet mijn 47e verjaardag is, maar mijn eerste vergankelijkheidsdag en dat is geen reden om te vieren. Ook niet om te somberen hoor, maar gewoon door te gaan met het leven vol muizenissen en gedachtenspinsels die op een dag als vandaag niet anders zijn dan anders.

Misschien zoek ik nog wel even een bijpassende film die ik vanaf vandaag iedere vergangelijkheidsdag ga zien. Het zal u niet verbazen dat er een mooie vrouw in voorkomt en een lief varkentje. Ook de rest van de film past uitstekend bij mijn vergankelijkheisdsdag. Ieder jaar op 21 mei 2013 ga ik naar The Unbearable Lightness of Being kijken. Dat lijk me een prima traditie.

Hoe de vergankelijkheid ooit begon: 21 mei 1966

Associating Pressure 3: Mark de spookverschijning

 

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

20 mei 2013 zijn de woorden: Meubelboulevard, koopmansgeest, Mark Rutte

Het is Tweede Pinksterdag en ik wil nog even in de geest van de geesten blijven. Dit maal geen Heilige Geest, maar de koopmansgeest. Het is immers een goed gebruik in Nederland, ondanks de domineesgeest, dat op zondagen de euro’s moeten klinken. Er zijn nog wel reutelende gemeenschappen in ons land die dat tegen willen gaan. Maar het is een feit dat op veel plaatsen de meubelboulevards zich tonen als ware pretparken die hele families lokken. Zeker nu het weer tegenvalt, zal verveling en leegheid als door een toverformule omgezet worden in koopgedrag oftewel V + L = K3 daarbij ernstig rekeninghoudend met het synergetische effect van V en L.

 

 

Ik trek even alle registers los van mijn middelbare school economie, maar ik geloof dat we in de jaren tachtig deze formule nog niet hadden. Ik leerde wel van ene Keynes die het had over overheidsinvesteringen in tijden van crisis. En daar zaten we toen in. Om de economie op gang te brengen waren overheidsinvesteringen nodig om individuele besteding te stimuleren. En dan was er nog iets met een multiplier-effect, de formule bespaar ik u omdat ik die niet zo snel kan opdiepen.

 

 

En dan ineens ontwaar ik iets anders geestigs, namelijk de geest van Mark Rutte. Ondanks dat hij onze premier is, een hele kleine geest, slechts af en toe zichtbaar, bijvoorbeeld vandaag op de geopende meubelboulevards. Want hij doet het andersom. Hij vraagt financiële uitgaven van de burger. De burger die te maken heeft met koopkrachtdaling; de burger die te maken heeft met mogelijke werkloosheid of dreiging ervan; de burger die moet sparen om de schulden ongedaan te maken die hij heeft opgebouwd door op te grote voet te leven afgelopen tien jaar vanwege de ‘woningbubbel’. Kortom de burger die geacht wordt verstandiger met zijn geld om te gaan dan de afgelopen periode. Diezelfde burger moet gaan kopen, blijmoedig zijn kop in de zoveelste financiële strop leggen ten faveure van? Ja van wat eigenlijk. Om een schaamlap te zijn voor het economisch falen van dit kabinet? Als de economie aantrekt, dan komt dat door de geest van Mark Rutte, terwijl de privéschulden verder oplopen?

 

 

Tweede Pinksterdag, de meubelboulevards zijn open met goedkeuring van Mark Rutte. Misschien volgend jaar ook op eerste Pinksterdag en het jaar erop ’s nachts? Blijmoedig trekken hele hordes naar de koopgoten en vervangen hun uit de modezijnde driezitter voor eenzelfde exemplaar in een net iets andere kleur. Het mag van Mark Rutte, sterker nog, het moet van Mark Rutte. Of ga eerst naar een garage en koop een nieuwe auto om te pronken op weg naar die meubelboulevard. We zijn immers een blijmoedig volk dat in alle ‘hitlijsten’ van geluk bovenaan staat. We hebben immers niets te klagen maken we ons zelf wijs. Kopen, kopen, kopen!!!!!

 

 

Ik ga deze middag de zolder op en de schuur in. Opruimen en constateren dat er nog niets nieuws bijgekocht hoeft te worden. Je zult mij niet vinden in een te grote winkel en in een file lopend, op zoek naar iets dat ik helemaal niet mis. Ik weet het, het is niet in de geest van Mark Rutte, echter ik zal u een geheimpje verklappen. Ik hoef het koopmansevangelie van Mark Rutte niet te ontvangen. Sterker nog, ik blijf graag ver weg van deze zieke geestverschijning.

 

Associating Pressure 2: God is geen vent

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

19 mei 2013 zijn de woorden: Pinksteren, weer, bijbel

Pinksteren is misschien wel het meest onduidelijke christelijke feest dat er is, of zo u wilt de meest onbegrepen Hoogtijdag. Tenminste dat was het voor mij als kind en eigenlijk nog steeds. We houden er een vrije dag aan over om de onduidelijkheid te benadrukken, maar om nu te zeggen dat Pinksteren leeft, zal ik niet beweren. Op Twitter, is Kerst en zelfs Pasen altijd ‘trending topic’ en leven mensen er naar toe. Bij Pinksteren is dat minder vanzelfsprekend. Een groot deel van de mensheid weet niet wat er gevierd wordt en als ze het al weten, produceren ze iets van ‘De Heilige Geest’. Daar kunnen ze vervolgens niets mee en prompt komen er flauwe grapjes van pauselijke verspreking over de ‘Geilige Geest’.

In alle eerlijkheid, ik weet het ook niet precies. In de tijd dat ik de bijbel nog een beetje letterlijk nam, voorvoelde ik wel dat er ‘meer’ achter moest zitten. Zeker bij dat gedeelte van de Heilige Geest wist ik zeker dat een mens op zoek moest gaan naar het spirituele en niet naar de letterlijke waarheid geciteerd door de bijbel. Met die wetenschap heb ik vanaf 12e nimmer meer bewust gezocht in de bijbel. Dat is niet erg, maar daarmee moet ik constateren dat ik Pinksteren niet echt kan duiden. Maar tegenwoordig is er internet voor de vlugge antwoorden.

Ik lees er:

Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken.

Handelingen:2:1-4

De mensen die nu vervuld zijn met de Heilige Geest gaan naar buiten en spreken tongentaal, profeteren en verkondigen het Evangelie in allerlei talen. Ter gelegenheid van het feest van de eerstelingen was er veel volk in Jeruzalem, afkomstig uit alle delen van het Romeinse Rijk en daarbuiten, en door alle geluiden wordt een grote menigte aangetrokken.

Ik kom er niet veel verder mee. Het eerste wat ik denk dat in het verre verleden stommiteiten zijn begaan die de apostelen nu moeten bezuren. Want was de toren van Babel niet gebouwd, zouden de mensen nu geen verschillende talen spreken en hoefde de Heilige Geest niet in tongentaal verdeeld te worden onder de apostelen. Een en dezelfde boodschap in dezelfde taal zou een hoop gemak hebben opgeleverd.

Onbevredigd begeef ik me naar het Pinksterontbijt. Alleen dat woord al klinkt niet echt lekker in tegenstelling tot paas- of kerstontbijt. Het kan geen toeval zijn, maar in de bijlage van de Trouw legt dominee Ter Linden uit wat de Heilige Geest in zijn beleving betekent. Hiervoor moet ik het interview op een aantal punten in mijn eigen woorden uitleggen.

Dominee Ter Linde spreekt niet van een God als een manspersoon, maar hij heeft het over het Essentiële. In de bijbel staan boodschappen, de mens heeft immers de behoefte aan houvast, die niet zo zeer letterlijk genomen moeten worden en zeker niet vaststaan. Er is sprake van een evolutie van ‘bijbelse’ verhalen en die zullen naar tijd en tijdsgeest opnieuw vertolkt dienen te worden. Daarbij is het uitgangspunt ook niet dat iedereen christen moet worden, wel mens. De veel gehoorde (fundamentalistische) zinsnede: ‘De mens is geneigd tot al het kwaad’ wordt mogelijk bewust niet afgemaakt want dient aangevuld te worden met ‘Tenzij wij door de Heilige Geest wedergeboren worden’. In mijn optiek betekent dit dat wij ons lerend opstellen en mogelijk daarbij de Bijbel als inspiratiebron gebruiken zonder anderen wetten op te leggen.

In dit kader leert dominee Ter Linden, de hofpredikant, me en passant nog de taalkundige achtergrond van het woord ‘zonde’. Ditis afgeleid van het Griekse werkwoord ‘je doel missen’. Dat klinkt toch heel wat vriendelijker dan het zwartekouserige zonde. Ik kijk mijmerend naar buiten. Het is mooi weer. Prachtig pinksterweer, maar of ik het nu helemaal bevat, durf ik niet te zeggen. Zou de traan van Maxima, de traan der tranen, die de dominee live heeft mogen meemaken, een uiting van de Heilige Geest zijn? Ik denk dat ik daar niet over kan oordelen en me met mezelf bezig moet houden. Voorlopig is dat maar eens eenvoudig genieten van de mooie Pinksterdag.

Associating Pressure 1: Anouk, smaak en vrijheid

Onder druk van drie actuele kernwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

18 mei 2013 zijn de woorden: Anouk, smaak, vrijheid

Als kind keek ik naar het Eurovisie Songfestival. Dit is waarschijnlijk begonnen na Teach In met Ding-a-dong. Zonder het te realiseren was Oranje toen één. Ik begreep het niet, maar voelde de eufore stemming blijkbaar wel aan. Toen ik oud genoeg was om op zaterdagavond iets langer op te blijven, keek ik met plezier. Mijn eerste bewuste winnaar was de Engelse Band, Brotherhood of Man. Mijn favoriet was de Française Catherine Ferry met un, deux, trois… Van de Nederlandse deelname herinner ik me Sandra of Xandra met Colorado. Ik weet niet of dit in hetzelfde jaar was.

Het hoogtepunt was altijd de puntentelling. Krijgen we punten van België, Duitsland? Vooral de ‘douze points’ van Israël waren altijd een zekerheid. Dat Duitsers de immer slecht presterende Oostenrijkers veel punten gaf, had zeker nog te maken met de ‘Anschluss’? En die Vikingers gaven elkaar ook altijd maar de punten cadeau. Ik denk dat hier mijn interesse voor Internationale Betrekkingen is geboren, hetgeen later uitmondde in de studie politicologie. De wereld was toen nog overzichtelijk.

Vele jaren later, de Oost-Europeanen doen mee met rockgeweld en veel te blote meisjes. Ik ben inmiddels ouder en wijzer geworden, zo u wilt een ouwe lul. Hoewel stevige rock mij niet tegenstaat en ik ook niets tegen te blote meisjes heb, kijk ik al jaren niet meer naar het liedjesfestival. Buiten de overheersing van de Oost-Europeanen schijnt het fanatieke publiek vooral te komen uit de homoscene. Ieder zijn meug, maar glitter en glamour is niet aan mij besteed.

Dit jaar is het anders met Anouk. Al ken ik de muziek van Anouk amper, ik weet dat ze een rockchick is en onbewust zal ik hits van haar hebben meegekregen. Ik ken ook haar status als ‘enfant terrible’ een beetje. Ze schijnt nogal onaangepast te zijn? Zo hoorde ik op 3FM ooit eens een verhandeling over de menstruatie van de zangeres naar aanleiding van tweets door Anouk zelf in de wereld geholpen. Het kan me niet boeien en diep in mij constateer ik een Victoriaan die denkt: ‘Moet dit nou?’ Ze schijnt overigens ook met haar blote kont te bewonderen te zijn en dat past wel weer bij die andere blote meisje.

Juist mijn arrogante houding over de wansmaak van dit festival, waarbij een parade van eendagsvliegen zich voor Europa mag etaleren, is mijn hoop gevestigd op Anouk. Het zijn van een ‘enfant terrible’ komt in mijn optiek nu heel goed van pas. Laat ze met haar ‘Birds’ al die ééndagsvliegen maar opslokken. Of ik ooit fan van Anouk zal worden weet ik niet, wel ben ik ervan overtuigd dat ze boven de middelmaat uitstijgt. Haar winst, het zal mijn Oranjegevoel amper beroeren, geeft mogelijk wel de vrijheid om volgend jaar de smaak van dertien in een dozijn te ontmoedigen.

Vanavond ben ik erbij, maar waarschijnlijk niet eerder dan vanaf de puntentelling. We zullen zien of het uitkomt:

Birds falling down the rooftops
Out of the sky like raindrops
No air, no pride
That’s why birds don’t fly

Anouk met Birds 2013

Sandra met Collerado/1979

Brotherhood of Man met Save your kisses for me/1976

Catherine Ferry met 1,2,3/1979

Teach In met Ding-a-dong/1975

Niet strafbaar bericht van een legale PvdA’er

Ik zal maar met de deur in huis vallen, ik ben me een PvdA’er van lik-mijn-vestje. Jarenlang was ik lid, tot dat het Paars van de jaren negentig me een wel heel flets gevoel gaf van wat in mijn ogen sociaaldemocratie moest zijn. In het stemhokje ben ik sindsdien wel eens vreemdgegaan met Femke (Halsema) of Jan Marijnissen, echter dat is ook niet echt mijn cup-of-tea. Bij de meest recente verkiezingen heb ik de stoute schoenen weer aangetrokken. Ik ben lid geworden en voor de gein meteen maar gesolliciteerd voor een baantje onder leiding van Diederik. Ik ben afgewezen, al weet ik niet precies op grond waarvan, er waren vast betere kandidaten en misschien hadden ze wel gelijk. Zeker met de kennis van nu, want zou ik meteen een PvdA-dissident zijn geworden.

To be or not to be (illegal), that’s the question.

Bij het prilste congres bleken de leden en het partijkader van de PvdA mijlenver uit elkaar te staan over de legitimiteit van het kabinetsbesluit illegaliteit strafbaar te stellen. En Diederik Samsom lult zich nu de blaren op zijn tong om alle gelederen weer op één lijn te brengen. Als ik de berichtgeving zo hoor bij de verschillende bijeenkomsten, lijkt hem dat nog te lukken ook. Eigenlijk zou ik mijn stem moeten gebruiken om morgen (zondag 12 mei 2012) te gaan stemmen op het ingelaste partijcongres. Maar het is Moederdag, ik zei al ‘ik ben een PvdA’er van lik-mijn-vestje’. En als ik niet door mijn rug was gegaan, zat ik met mijn broer bij Feyenoord-NAC, dus schrijf ik mijn noden maar op mijn blogje.

Polderen

Wij, als leden van de PvdA, dienen te begrijpen wat polderen is en dat compromissen sluiten nu eenmaal noodzakelijk is voor een werkbare regering in Nederland. En dat is ook heel logisch, want zonder compromissen zou de PvdA een blauwdruk kunnen maken van gestaalde vakbondstaal en de VVD zal Nederland veranderen in één grote onderneming met welvaart voor de few.

Polderen maakt grote groepen in Nederland drammerig ontevreden, maar ze zien voldoende van hun standpunten terug. Een partij moet het dan wel heel slecht doen, willen ze hun compromissen vertaald zien in een zeer slechte verkiezingsuitslag. Zo is het jarenlang gegaan en zo zal het in principe moeten blijven gaan zolang er geen meerderheidspartij is. We zien de laatste tien jaar echter wel grote afstraffingen voor de verschillende partijen en de PvdA is zo’n partij die een aantal klappen heeft gekregen. Niet altijd terecht, maar ik voorzie bij de strafbaarstelling van illegaliteit wel weer een forse verkiezingsnederlaag in het verschiet. Voor mezelf zou het mogelijk een klein financieel voordeeltje opleveren, want de contributie hoef ik niet meer te betalen, want van zo’n club wil ik geen deel uitmaken. En zoals gezegd, al zitten er ook voordelen aan, aldus Samsom, als een optel- en aftreksom wordt gemaakt van alle samenhangende besluiten (kinderpardon bijv.) Maar wat is dan de waarden van je principes? Hoe normerend moet je jezelf in de spiegel kijken bij het strafbaar stellen van illegaliteit? Kun je daarmee leven? Ik in ieder geval niet, want deze polderuitslag lust ik niet.

Polder je mee of niet.

Het poldermechanisme is al zo oud als de weg naar Rome, of in ieder geval bijna, want waren het niet de voorlopers van de huidige waterschappen aan het einde van de Middeleeuwen die noodgedwongen moesten polderen om tot kloeke besluiten te komen? Polderen zit ons in het bloed en dat is juist de reden waarom dit zo’n slechte polderuitslag is. En ik denk te weten hoe dit komt. Je moet je namelijk heel goed realiseren met wie je poldert.

Laat ik voorop stellen dat het huidige Paars niet het Paars is van de jaren negentig uit de vorige eeuw. Dat heeft niets te maken met de afwezigheid van D66. Dat heeft vooral te maken met de samenstelling van de huidige regeringspolderaars.

Om te beginnen, de PvdA was in de jaren negentig natuurlijk zeer flets sociaaldemocratisch. Ze hebben het laatste decennium niet voor niets electorale verliezen geleden. In het meest gunstige geval zou je kunnen stellen dat in de praktijk de PvdA nog net zo flets is, al belijden ze met de mond dat ze terug willen naar vaste sociaaldemocratische principes. Bijvoorbeeld door groepen mensen te criminaliseren? Maar de PvdA is niet het grootste oorzaak van het slechte poldersoepje, al krijgen ze er wel de meeste problemen mee. De identiteit van de VVD is vooral de oorzaak van een stinkende en zompige polderprut op dit beleidsdossier van de Vreemdelingenwet. Want beseft de PvdA niet dat zij niet meer met de liberalen in een regering zitten. Sinds de opkomst van de partij van Geert Wilders worden deze partij al jaren lang begiftigd met de xenofobische ideeën van Geert Wilders. Of de VVD dit nu doet uit gemakzucht, gebrek aan liberale inborst of uit electoraal strategische overweging, dat mogen ze daar zelf uitzoeken. Een feit is dat de PvdA hier te weinig van doordrongen is en zoals nu geconfronteerd wordt met een gedrocht dat heel ver van de eigen principes afstaat. Tenminste dat zou het moeten staan.

En wat als de PvdA zich electoraal net zoveel zou aantrekken van de SP en hun gepeperde uitspraken vanuit de oppositiebanken? Dan durf ik er om te wedden dat er helemaal geen tweede kabinet Rutte zou zijn geweest met de PvdA.

Water bij de wijn

Polderen is water bij de wijn, maar niet een paar druppels wijn toevoegen en dan oreren dat je dronken bent van het sociaaldemocratische goedje dat we een regeerakkoord noemen, zeker niet op dit dossier. Principes zijn wat mij betreft heilig, zonder meteen tot fundamentalistische retoriek over te gaan. Ik besef terdege dat de economische constellatie van Nederland (en Europa) niet van dien aard is dat we een kabinetscrisis moeten riskeren. In deze ben ik het eens met Diederik Samsom. Maar wat is er mis mee om ook opkabinetsniveau te beslissen dat je het met elkaar eens bent om het over dit punt oneens te zijn. Laat de voltallige Tweede Kamer dan op dit punt beslissen wat er moet gebeuren op dit beleidsterrein. Je kunt dan ‘verliezen’ qua meerderheid, maar je verliest dan niet je waardigheid en geloofwaardigheid. Dat begrijpt een gemiddelde kiezer echt wel. (Fictief: Je vraagt aan een meeregerende ChristenUnie toch ook niet of ze abortus (een beetje) willen toestaan?)

Zijn er alternatieven?

Ik begon mijn betoog met enige zelfkennis dat ik een sociaaldemocraat van niets ben. Of beter gezegd een PvdA’er van niets. Sociaaldemocratie is in mijn beleving een groot goed in Nederland, maar weer laat de PvdA me weer ernstig twijfelen in hun geloofwaardigheid. Maar zijn er alternatieven in het huidige politieke spectrum, met mijn sociaaldemocratische achtergrond als uitgangspunt?

Nee, want als ik nu een aantal ‘verwante’ partijen de revue laat passeren kom ik tot de volgende slotsom:

D66: Nog meer water bij de wijn.

GL: Crypto liberalen met een groene marketing om hun elitaire grachtengordelgeurtje te verdoezelen.

SP: Pretenderend het sociaaldemocratische gedachtegoed te hebben overgenomen, maar heel snel om te vormen tot een licht xenofobisch kneutersocialisme dat blind is voor de mondiale veranderingen.

50+: Ik heb de leeftijd (nog) niet, maar ik ben zeker niet genegen om gemiddeld de meest gefortuneerde generatie te ondersteunen die de echte ouderen slechts misbruiken om hun eigen bevoorrechte positie te handhaven. Tegen de tijd dat ik 75+ ben, hebben ze daadwerkelijk hun hele leven lang het meest uit de ruif gevreten.

Ik zie geen alternatieven, al ken ik het partijprogramma van Mens & Spirit niet. Alleen om de naam is er dus nog een uitvlucht mogelijk. Echter ik hoop dat het PvdA-congres morgen tot de juiste beslissing komt.