Reizen zonder John/ Geert Mak

 

‘Olé, olé, olé, een Geert Mak is altijd ok.’ Met deze zinsnede kocht ik de nieuwste pil van Geert Mak. Reizen zonder John – Op zoek naar Amerika – was mijns inziens geen enkel risico. Eerdere ervaringen met o.a. Europa, de Eeuw van mijn vader, Een kleine geschiedenis van Amsterdam en Hoe God verdween uit Jorwerd waren goed en zeer lezenswaardig. Na een uitvoerig verslag van Mak over de ‘oude wereld’ was nu de nieuwe wereld aan de beurt. De grote vraag is natuurlijk hoe nieuw is nieuw nog, als we het over het hedendaagse Amerika hebben? Dat zal moeten blijken als ik het verslag van Geert Mak lees over het nalopen van de route die John Steinbeck in 1960 heeft afgelegd.

John Steinbeck? Ja tot mijn verbazing is John Steinbeck een witte ruimte in mijn geheugen, tenminste totdat mijn oudste zoon afgelopen jaar voor zijn Engelse lijst aankwam met Mice and Men. De Amerikaanse literatuur is zo goed als niet aan bod gekomen tijdens mijn middelbare schooltijd en ik moet zeggen dat ik nadien ook weinig moeite heb gedaan om deze leemte op te vullen. John Steinbeck is begin jaren zestig zelfs winnaar geworden van de Nobelprijs voor literatuur. Ik wist het niet. Wat zegt deze ‘onbelezenheid’ over de kracht van deze boekbespreking? U zult het er mee moeten doen, maar vooraf kan ik verzekeren dat Reizen zonder John een echte aanrader is.

Geert Mak reist dus de schrijver John Steinbeck na en zoekt naar de verschillen en overeenkomsten van het Amerika van 1960 en 2010. Al reizende komt Mak erachter dat Steinbeck in zijn klassieker ‘Reizen met Charley’ de kantjes er van af heeft gelopen. Hij verhaalt zijn belevenissen beter dan dat dit in de werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Op sommige plekken kan hij niet zijn geweest, leert onderzoek van Mak en over andere plaatsen vertelt hij zaken die hij in een eerder stadium heeft meegemaakt of ervaren. Kortom, concludeert Mak, John Steinbeck is eerder een romancier dan een journalist. Zoals hierboven al gezegd is, hierover kan ik geen oordeel vellen. De conclusie van John Steinbeck is dat Amerika rond 1960 tegenvalt, of in ieder geval niet overeen komt met de ervaringen die de schrijver eerder in zijn leven heeft opgedaan. In de epiloog haalt Geert Mak de uitspraak van Thomas Wolfe (1940) aan: ‘You can’t go home again’. Thuis is vooral in je gedachten, de belevingen die je meeneemt vanuit je jeugd, ook als je inmiddels elders leeft. Jij verandert, maar ook de omgeving die je achterlaat staat (meestal) niet stil. Hoe thuis is thuis dan nog.

Geert Mak

Reizen zonder John

– Op zoek naar Amerika –

Uitgever Atlas Contact

Augustus 2012

 In 1960 is John Steinbeck 58 jaar en de beste tijd van zijn schrijverschap ligt dan al achter hem. De reis door de VS is ook een soort van oppepper om nieuw elan te vinden voor zijn schrijverschap. Het is er niet van gekomen is de mening van Geert Mak. In hoeverre het tanende schrijverschap in het verhaal synchroon loopt met het oordeel van John Steinbeck namelijk dat Amerika in verval is, kun je je afvragen. Amerika is in die tijd in ieder geval voor de buitenwereld booming en het zogenaamde culturele verval met de anti-Vietnamprotesten moest natuurlijk nog komen. Het Wilde Westen was inderdaad niet meer, dus ik vraag me af of het cultuurpessimisme echt op heel veel feiten gestoeld is geweest, anders dan mogelijk de depressieve momenten van de schrijver zelf. Wel geeft Geert Mak met tal van voorbeelden aan dat het Amerika van toen in een sneltreinvaart is veranderd in vijftig jaar.

Het gaat in het delen van mijn boekervaring te ver om tot een volledig cultuursociologische opsomming te komen. Een aantal zaken vallen mij op en dat zal mogelijk vooral met mijn eigen socialisatieproces, interesses en belangstelling te maken hebben. Ik noem ze in willekeurige volgorde.

  1. De bewoning van Californië is met name van Zuid naar Noord gegaan via Spaanse missieposten. De westkust was heel lang echt het onbereikbare Wilde Westen. Nog interessanter vond ik het feit dat ook Rusland in de 19e eeuw pogingen heeft gedaan mee te doen aan de kolonisatiedrang door vanuit Siberië de stap te wagen naar Alaska en de rest van het continent. Het is amper van de grond gekomen en heeft in ieder geval weinig blijvends opgeleverd.
  2. Dat eigenlijk de sterkste periode van de VS vlak voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog is geweest en met name Roosevelt heeft voor velen een voorbeeldfunctie gehad. Dit is ook de periode geweest dat de collectieve sector relatief groot was en er ook gericht gewerkt werd aan grote werkverschaffende infrastructurele projecten. Vanaf de jaren tachtig onder Reagan is dat sterk verminderd met alle sociale gevolgen van dien. Geert Mak komt met cijfers dat de investeringen in het publieke onderwijs heel sterk zijn afgenomen. Echter daar waar scholen worden afgebroken, worden in het zelfde tempo, of sneller, gevangenissen opgebouwd. Het is genoegzaam bekend dat er nergens zoveel mensen achter de tralies zitten dan in de VS.
  3. Dat het aan de houding van de Amerikanen, met president Obama voorop, is te merken dat de Europese gerichtheid sterk aan het afnemen is. Andere landen spelen mondiaal een grotere rol dan het suffe oude Europa. Landen als China, India en ook Zuid-Amerika met Brazilië voorop komen steeds nadrukkelijker in het vizier van de Verenigde Staten.
  4. In het verlengde hiervan en mogelijk één van de oorzaken van het verleggen van de focus is de veranderende samenstelling van de bevolking in de VS. Een toename van Aziatische en Spaanstalige nieuwe Amerikanen zorgt ook voor andere interne verhoudingen. De vanzelfsprekendheid van de WASP (White Anglo-Saxon Protestant) is niet meer. De hegonomie van de ‘boze witte man’ is daarmee mogelijk ten einde. (Voor mezelf trek ik daaruit de conclusie dat een sterk conservatieve president niet zo vanzelfsprekend meer is in de toekomst. Verder brengt dat ook interne instabiliteit met zich mee. Hoe zullen de groepen tegenover elkaar staan.) De veranderende bevolkingssamenstelling is natuurlijk ook een reden dat de vanzelfsprekendheid van Europa als vriendje, veel minder vanzelfsprekend is geworden. De opname van nieuwe staatsburgers van elders in de wereld maakt natuurlijk wel dat deze groepen gemakkelijker kunnen verbinden met de veranderende mondiale werkelijkheid. Dit kan voor de VS een belangrijke bron blijven van de hegonomie voor de nabije toekomst. Europeanen zijn wat dat betreft nog heel erg op zichzelf gericht en bezig met onderlinge competitie met elkaar, terwijl de toename van bruikbare krachten voor nu en de toekomst angstvallig bij de grens worden tegengehouden, tenminste dat is het streven.
  5. Opvallend is dat Geert Mak het heden, verleden, maar ook de toekomst opleukt met interessante feiten en weetjes. Zo komen ook de oorspronkelijke bewoners ruimschoots aan bod in het verleden, maar is er nauwelijks een rol weggelegd voor hen in het heden.
  6. Dat ondanks het zijn van een wereldmacht, de houding van de VS en zijn inwoners nog steeds isolationistisch is gebleven. ‘De Amerikaan’ beheerst de wereld het liefst vanuit zijn eigen veilige landje. Dit zorgt ook voor grote culturele afstemmingsproblemen met andere bevolkingen, met name omdat het bijna absolute geloof in het eigen (politieke) gelijk oneindig is. Dit in tegenstelling tot de Europeanen, die meer de neiging hadden om zich te vestigen in hun voormalige kolonies. Of dat altijd beter was is de vraag, maar het zorgt wel voor meer flexibiliteit in het denkvermogen. (Dit is tenminste mijn eigen bescheiden mening.)
  7. Ik was bijzonder nieuwsgierig hoe een ‘segouia’ eruit ziet. Geert Mak legt uit dat het bomen zijn van vele honderden, zelfs meer dan 1000 jaar oud. Met de wetenschap dat deze bomen ‘alles gezien’ hebben is het tijdsbestek van vijftig jaar geschiedenis natuurlijk vrij nietig. Na het zien van wat plaatjes op internet is de boom inderdaad heel indrukwekkend.
  8. De beschrijving van middelgrote steden en ook teruggang van inwoners in grote steden (Detroit bv.) is beangstigend. Hele spooksteden beschrijft Geert Mak op zijn route.

Ik ga er gemakshalve van uit dat Geert Mak niet gesjoemeld heeft met zijn eigen reis. Mogelijk dat hij dat verklaard in de verantwoording die ik nog niet gelezen heb. Zo niet, dan moet iemand anders over vijftig jaar de reis nog maar eens overdoen. Zelf kom ik er dan niet meer voor in aanmerking, want dan ben ik 96 jaar oud. Maar ik ben benieuwd hoe de VS er dan voorstaat? En hoe de wereld? In dat kader wil ik afsluiten met het laatste stuk uit de epiloog (pagina 525):

‘Volgens Kennedy (historicus) stort Amerika niet ineen, maar gaat het terug naar zijn ‘natuurlijke’ plaats in de wereld, ‘na die bijna zeventig jaar van uitzonderlijke en kunstmatige dominantie sinds 1945’. Hij vraagt zich wel af of de Amerikanen die terugkeer naar ‘normale’ verhoudingen kunnen accepteren, en of ze niet al te gemakkelijk in de ban raken van allerlei magische slagons als ‘How America Fell Behind in the World it Invented and How We Can Come Back’ – om een populaire boektitel te citeren. Paul Kennedy: ‘Het is zorgelijk. Alle grote succesvolle strategen – de Romeinen, Willem de Veroveraar, Otto von Bismarck – kenden hun beperkingen. Wij ook?’

Geert Mak besluit zijn boek na bovenstaande citaat:

Dat is inderdaad de grote vraag.

En niet alleen voor Amerika, want met de wetenschap dat de ‘oude’ wereld een jonger broertje gaat krijgen namelijk ‘de nieuwe wereld’, die ook al op leeftijd begint te raken en voor de toekomst niet de vanzelfsprekende wereldleider meer zal blijven. Dat geeft te denken voor ons Europeanen.

Het is Geert Mak toe te vertrouwen om historie, sociologische kennis en interessante feiten tot een zeer leesbaar boek te smeden. Net zoals ik Europa twee keer heb gelezen, leent dit boek zich voor herlezing, om ook dan nieuwe zaken tegen te komen of op andere gebeurtenissen de nadruk te leggen.

Op mijn leeslijstje krijgt dit boek een dikke acht.

PROACTIEF, Gatverdamme

 

Laat ik even een paar seconden introspectie vertonen, 1,2,3,…..en ik kom tot de conclusie dat ik weinig aspecten in me heb van een proactief leven. Of het nu gaat om de proactieve, zogenaamd gelukmakende, levensstijl, of de managers bullshit hoe je in je werk proactief moet handelen, ook koop ik geen pakken vol met bijvoorbeeld Becel voor een proactiever leven. Ik trap niet in de marketingshit. Kortom, ik prijs me gelukkig door me te vrijwaren van het stempel ‘proactief’, sterker nog ik heb een oneindige afkeer tegen de term. Proactief, gadverdamme.

Om maar eens te beginnen met de proactieve levensstijl dat in hevig contrast staat met de vermaledijde reactieve levensstijl. Proactieve mensen nemen zelf de regie in handen van hun leven. Je bent vandaag wat je gisteren deed. Wat een flauwekul. Natuurlijk als je je hele leven hebt gerookt, dan is de kans op een geweldige gezondheid op je 50e niet zo heel erg groot. Als je gisteravond hebt gezopen, heb je vandaag inderdaad een kater. Dat is logisch. Maar de meeste mensen rommelen toch maar wat raak en proberen gelukkig te worden binnen de mogelijkheden en kansen die ze hebben. En voor velen op deze aarde zijn die beperkt, zelfs in Nederland zijn die kansen ongelijk verdeeld. Zouden mensen die bijvoorbeeld vandaag in de top 200 invloedrijkste mensen staan nu echt zoveel proactiever zijn dan de rest van Nederland. Of spelen afkomst (geld) en talent (genetisch bepaald) daarbij een doorslaggevende rol? Mag je veronderstellen dat de jongeren die niet aan de bak komen in Spanje, en in toenemende mate ook in Nederland, zelf verantwoordelijk zijn voor de economische positie waarin ze ongewild terechtkomen? Als proactiviteit echt zo’n doorslaggevende levenshouding is, waarom lukt het politici niet om heel proactief een economische en culturele crisis te voorkomen? Het is maar een vraag.

 

Nog meer kotsneigingen krijg ik bij de proactieviteit die het werkproces ondergaat. Met name managers hanteren de term te pas en te onpas. De mate van een goed manager zijn, is de mate waarin deze lieden kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Het is genoegzaam bekend dat bij de afronding van hun managersopleiding zij geen diploma krijgen, maar een glazen bol waarin ze in de toekomst kunnen kijken. De kennis en informatie die ze dan verkrijgen is de basis om ‘hun’ mensen op de juiste wijze aan te sturen. De arrogantie, alsof mensen echt zijn aan te sturen. Een goed manager moet vertrouwen op de kennis en kunde van de werkvloer en het dienende cement zijn voor diezelfde werkvloer, dan ben je pas een goede manager. Samenwerken dus en niet aansturen. Maar de praktijk is dat zelfs de werkvloer zich al bediend van de term ‘proactief’. Het moet niet gekker worden. Zelfstandig denkende professionals weten echt wel wat ze moeten doen om hun eigen vakgebied inhoud te geven. Of dit nu een verpleegkundige, een bouwvakker of een politieagent betreft, het maakt niet uit. Je hebt daarvoor geen proactieve manager voor nodig en je moet al helemaal niet jezelf misvormen tot een proactieve werknemer. Want wat is een proactieve werknemer nu meer dan een gokkende bangerik die anticipeert op de grillen van het management?

 

Zelfs zijn er tegenwoordig vele producten die de proactieve mens moeten helpen in zijn proactieve levensstijl. Al vele decennialang schermen banken en levensverzekeraars met financiële producten die je een appeltje voor de dorst verschaffen in moeilijke tijden of wanneer je van je welverdiende rust mag genieten op je 65e, of 67e of 70e? We weten inmiddels waartoe die proactieve houding van bangeriken heeft geleid. Ik hoef maar DSB of Icesave te noemen en we weten het allemaal. Ook op gezondheidsgebied suggereren allerlei producten zekerheden voor de weldenkende proactieve mens, met het peperdure Becel proactief voorop.

Proactief is een fictie voor mensen die geloven in de maakbaarheid van de wereld en de allesomvattende regie die ze daar zelf in hebben. Het is niet meer dan een schaamlap voor het beangstigende onbekende van weinig flexibele mensen. Onwillekeurig moet ik denken aan de zinsnede in het liedje van Het Klein Orkest, ‘Sparend voor later, ga je straks ook sparend dood.’

Kijk, dat vind ik nu eens een proactieve opmerking. Dat is volgens mij ook de enige die hout snijdt. Voor de rest, Proactief: Driewerf gatverdamme.

 

Sprakeloos Blogger Speakers-corner 2: Niet lullen maar poetsen

Ik ben slecht geluimd. Je hebt wel eens van die dagen dat het niet uit de vingers komt. Vandaag, nota bene een vrije dag. Het werk zeurt hevig op de achtergrond, bovendien heb ik te veel nieuws zitten flitsen op internet, Nederlandse politiek, maar ook Verwegisthan. Het maalt zonder er handen en voeten aan te kunnen geven. Eigenlijk weet ik wel wat er aan de hand is. (3 stapels was, de trap moet gedaan worden, de WC en buiten de herfstbladeren bij elkaar wegen). Vooral dat laatste is misschien wel de oorzaak, een najaarsdipje.

 

Ik moet gewoon schoonmaken in huis, want als dat gestructureerd is, zullen mijn gedachten ook wel weer geordend worden. Ik prijs me gelukkig met het feit dat ik niet de enige ben die aan de slag moet en schoonmaken. Rutte en de zijne moeten ook schoonmaken, want van wittebroodsweken is het niet van gekomen. Daarvoor in de plaats hebben we Spekman’s feest van de nivellering gehad. En dat is een lekker feestje geweest. Ik schat Hans Spekman wel dusdanig in dat hij in staat is om de nivelleringspolonaise in zijn eentje te gaan lopen. De liberalen doen in ieder geval niet mee, maar ik vrees dat veel sociaaldemocraten ook vol vertwijfeling zullen zijn, al zullen ze dat niet laten merken onder het mom: “It’s my party and I cry if I want to”. En voorlopig willen ze nog niet huilen en houden ze zich groot, want de Jan Modaal zit helemaal niet meer massaal bij de PvdA. Die zijn al overgelopen naar de SP of in een eerder stadium naar de PVV. De PvdA snijdt in het eigen vlees, de grote middengroep. In mijn soort dus eigenlijk al moet ik zeggen, er kan best een beetje af, letterlijk en figuurlijk.

Rekensommetjes leren mij dat een inkomensdaling van 10% niet ondenkbeeldig is. Ik ken de feiten natuurlijk niet, want ik mag nog helemaal geen sommetjes maken zegt het kabinet. Zelfs de Tweede Kamer moet nog bediend worden van de juiste doorrekeningen. Misschien word ik met mijn hulpverleningssalaris wel geconfronteerd met mijn eigen egoïsme. Mooie woorden over solidariteit bloggen dat kan ik wel. Maar als het er op aankomt, geef ik niet thuis? Dat is me een partijtje zelfconfrontatie. Aan de andere kant, wat levert die zorgpremie bijvoorbeeld op? Als zorgconsument voor mijn oudste zoon hebben wij de GGZ-wereld de afgelopen jaren gigantisch gespekt*. De premiebetaler heeft er behoorlijk voor krom moeten liggen om de onnodige bureaucratie in stand te houden. Van doeltreffende hulp is echter geen sprake geweest, we hebben het allemaal zelf mogen oplossen. Ik durf te beweren dat ik geen spekkoper ben geweest, integendeel. Misschien dat het daarom zo wringt met die zorgpremie. Laten ‘ze daar in Den Haag’ de bureaucratie als gevolg van de marktwerking maar eens opruimen. Hole frases over productie en doelmatigheid zijn een enorme schaamlap voor het disfunctioneren van de GGZ. Daar wil ik niet voor nivelleren en al helemaal geen feestjes vieren.

Maar ja, ik kan wel wijzen naar ‘hullie’ in Den Haag, ik zit nog steeds met mijn wasjes en de herfstbladeren buiten. Laat ik dan maar het goede voorbeeld geven en mijn eigen rotzooi eens opruimen. Mogelijk dat kabinet Rutte 2 dat dan ook wel doet. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

 

 

* Een ouderlijk frustratieblog geeft inzage in de hoeveelheid geld dat de premiebetaler onnodig heeft uitgegeven de afgelopen jaren. We hebben het dan nog niet over onze energie en het lijden van een kind in ontwikkeling.