Deed ie het, of deed ie het niet

De kogel is door de kerk, een sollicitatie voor het 2e Kamer-lidmaatschap is eruit. Mijn twijfels heb ik gedeeld. Mijn besluit is een povere ja geworden. ‘Niet geschoten is altijd mis’, vind ik een te platte verklaring voor de sollicitatie. Als je een slecht schutter bent, kun je er ook voor kiezen om niet te schieten. Ik heb uiteindelijk geschoten, of het een schot in de sociaal-democratisch roos zal zijn, moet blijken. Eerder is er sprake van anticiperen op mijn persoonlijke toekomst. Als ik de leeftijd van 80 mag bereiken, wil ik niet zeggen ‘Ik had het in 2012 moeten proberen’. Ik heb het wel op mijn eigen wijze gedaan, vol overtuiging en op mijn manier heel serieus, maar ik acht de kans erg klein op een vervolg.

Allereerst las ik vrij snel na de sluitingsdatum dat er 430 gegadigden zijn. Bovendien verliep het eigenlijke sollicitatie proces ook niet erg soepel. Naast mijn persoonlijk overwegingsproces, moest ik onverwacht hard zoeken voor een actueel CV, onontbeerlijk voor een sollicitatie. Niet te vinden, dus de externe harde schijf snel raadplegen, komt mijn zoon met de mededeling: ,, Zou ik niet doen pa, er zit een virus in.” Maar als flexibel mens en pragmatisch politicus heb ik van de nood een deugd gemaakt. Bestrijding van de bureaucratie was toch mijn drijfveer. De belangrijkste gegevens heb ik verstuurd via het standaardformulier, waarom dubbel op via nog eens een CV met bijna dezelfde gegevens. “Je staat voor je zaak of niet.” Veel foto’s had ik niet van mezelf op de computer en om nu met mezelf aan te komen op vakantie zag ik niet zitten. Mobieltje erbij en snel een foto maken door mijn zoon, met een schaduw van zijn vinger erop. Uploaden de handel en meesturen, met een ongeschoren en vermoeide kop weliswaar. Het moet maar. Een mens is namelijk wel eens ongeschoren en vermoeid en ik ga mezelf niet fotoshoppen.

Tja, en nu is het aftellen? Nee, hoor. Deze blogger zal niet als een geslagen hond door het leven gaan bij een afwijzing. Wat ik dan wel voor de PvdA kan of ga doen, weet ik niet. Mijn eerste ambitie is mijn belangstelling als kandidaat voor een plaats op de verkiezingslijst van de PvdA voor de Tweede Kamer kenbaar te maken. Dromen mag, het hebben van vergezichten is leuk, maar ik ben ‘Gekke Henkie’ niet, dus hiermee komt wel een eind aan deze blogserie. Als er een vervolg komt, laat ik het zeker weten. Vooralsnog dank aan degene die mij gesteund hebben via de sociale media (facebook en twitter)

Eerder verschenen:

Zal ik Tweede Kamerlid worden?  en Ideologisch geslaagd bij zelfonderzoek Tweede Kamerlidmaatschap PvdA. en Qua karakter een onvoldoende voor het kamerlidmaatschap en Om de 2e kamer ingejaagd te worden

Om de 2e kamer in gejaagd te worden

DRIJFVEREN OF OBSTAKELS ?

Na de ideologische zelftoets en een kritische zelfanalyse om te kijken of ik een goed PvdA politicus in spé ben en dus de moeite ga nemen te solliciteren naar een zetel in de kamer, komt deel drie. Dat zijn de maatschappelijke drijfveren en mijn interesses. Zoals te lezen is zit het ideologisch wel goed, maar karakterologisch mankeert er veel aan mij als politicus in spé.

Zelf ben ik politicoloog, maar ook psychiatrisch verpleegkundige en werkzaam bij de reclassering van het Leger des Heils op dit moment. Mijn huidige baan, maar ook mijn hele CV, heeft mij veel geleerd, of in ieder geval ervaren. Als bestuurskundig politicoloog was ik voorbestemd om beleidsmedewerker te worden. Het is er niet van gekomen, maar ik heb een eerzame boterham verdient tot op de dag van vandaag in het (brede) veld van de GGZ. ‘Tjonge, jonge, jonge wat een bureaucratie.’ Hoe vaak denk ik niet, ik kan het veel beter dan alle die beleidsmedewerkers……..

Eenmaal als consument van de GGZ (zoon) werd het beeld van de bureaucratie versterkt, nee verdiept, of beter gezegd uitvergroot. De jeugdzorg en GGZ is niet een beetje bureaucratisch maar een regelrechte ziekmaker. Zie hier de drijfveer om de politiek in te willen. Als ouders hebben we een eigen weblog waar we af en toe eens spuien. (www.dolgedraaid.wordpress.com)

BLOG VOL FRUSTRATIES

Zo heb ik een flauw stukje geschreven om de bureaucratie te visualiseren middels de mythische figuur “Lange Wapper”. We noemen het natuurlijk de Hollandsche Lange Wapper. Ik heb een even warrig als pretentieus model gemaakt van de organisatie van de GGZ: De Zeven van Sprakeloos of ik vergelijk de GGZ met een heuse Volvo. Heel veel gelezen is mijn maatschappelijke verhandeling over autisme (of autismisering van de samenleving?) Ook wordt ons mikpunt van boosheid, het Leo Kannerhuis, onderworpen aan een kritische blik. We staan stil bij de vierde verjaardag van het niet handelen van duur betaalde professionals. Ook een open brief aan minister Schippers tekent de motivatie om de politiek in te gaan. Zo maar een greep uit onze frustraties.

VERSTANDIGE OUDERS

Gelukkig zijn wij evenwichtige en stabiele ouders en bovenal verstandig. Juist dit laatste is een goed argument om de Tweede Kamer in te willen. Maar is dat voldoende, waar eindigt gedrevenheid en wanneer begint rancune. Hoe blind kun je worden door je eigen negatieve ervaring en vergeet daarbij de grote lijnen te bezien. Kortom genoeg vragen te verwerken voordat ik aan mijn sollicitatie ga beginnen.

Gelukkig vind ik buiten de GGZ ook andere zaken interessant en belangrijk:

  • Internationale Zaken met name Europa
  • Sport (met name Feyenoord)
  • Ruimtelijke Ordening (met name mobiliteit)
  • Generatievraagstukken (met name gekeerd tegen Jeugd en Gezin, maar een ministerie van Demografie lijkt me erg zinvol)
  • Cultuur (met name alles en helaas te veel oppervlakkig)
  • Natuur en milieu (met name het behoud ervan)

etc.

Kortom, toch best veel interessegebieden en vooral (persoonlijke) gedrevenheid die noodzakelijk zijn voor het Kamerlidmaatschap. Tja, nog maar zestien uur te gaan en dan moet de sollicitatie weg zijn. Een hele kluif nog.

Eerder verschenen:

Zal ik Tweede Kamerlid worden?  en Ideologisch geslaagd bij zelfonderzoek Tweede Kamerlidmaatschap PvdA. en Qua karakter een onvoldoende voor het kamerlidmaatschap

Qua karakter een onvoldoende voor het kamerlidmaatschap.

Wat moet een politicus tegenwoordig kunnen? Er zijn momenten dat ik denk, niet zo veel. Over kennis zwijg ik dan nog. Maar daar doe ik de overgrote meerderheid ernstig tekort en zou ik 4 mei gaan solliciteren, dan is het laatste wat ik wil met een air binnenkomen: “Hier ben ik, een enorme kwaliteitsimpuls voor de Tweede Kamer!” Op sommige vlakken denk ik dat soms wel, maar dat is van het niveau van ‘beste stuurlui.’

In ieder geval moet een politicus meegaan met de eisen van de tijd en die zijn:

  1. Vloeibaar zijn onder druk
  2. Over je eigen schaduw heen springen

Daarnaast zal ik naast het geslaagde ideologisch zelfonderzoek mezelf kritisch moeten onderwerpen aan een karakteronderzoek.

VLOEIBAAR ZIJN ONDER DRUK

Persoonlijk vind ik het een groot goed dat mensen niet hun eigen ego voorop stellen als motor voor hun handelen. Het ondergeschikt maken van je eigen ego voor de goede zaak is mooi. Maar mag dat leiden tot een knieval voor je eigen principes? Ik vind van niet en bij ieder besluit hoeft niet meteen een winst/verlies-rekening te worden opgemaakt. Principes zelf zijn de basis, maar ook die mogen nimmer verworden tot dogma’s. Echter om met één oogknippering de regeringsmacht in een keer te paaien zoals Sap dat deed, gaat mij te ver. Ik denk dat ik hiervoor het boek Il principe van Machiavelli eerst moet opeten voordat ik zover ben. ‘Go with the flow’ is mooi, maar je wordt ook sterker van af en toe een keer tegen de stroom in roeien. Kortom, ik denk zeer vloeibaar te zijn, maar zal me nimmer rechtsdraaiend laten stollen.

OVER JE EIGEN SCHADUW HEENSPRINGEN

Dat lijkt het zelfde dan vloeibaar zijn, maar ik zie dat toch anders. Ik associeer het met licht en donker en in het verlengde hiervan met oplossingen en problemen. Over je eigen schaduw heen springen is misschien wel weglopen van problemen. De schaduw blijft immers over. Dat doet me denken aan een wijze spreuk: ‘De duisternis gaat niet weg door ze aan te wijzen, maar door licht te creëren.’ Wie deze spreuk heeft bedacht weet ik niet, maar dit past goed bij mijn politieke karakter. Politiek moet licht creëren en geen oplossingen pretenderen. Over mijn eigen schaduw heenstappen zal ik dus niet snel doen.

SWOT-ANALYSE

Kortom vloeibaar zal ik zijn, maar over mijn eigen schaduw heenspringen zal nimmer mijn sterkste punt zijn. Ik zie het als verraad aan mezelf. Maar wie is ‘ikzelf’ in de context van een potentieel sollicitant voor het 2e kamerlidmaatschap voor de PvdA. Hiervoor zal ik me toeleggen op een huis-tuin-keuken analyse ten aanzien van sterke en zwakke punten.

  • De narcistische persoonlijkheid

Een gedreven politicus heeft natuurlijk lak aan alles en laat zich drijven op zijn gedrevenheid. Toch is een mate van camerageilheid menig politicus niet vreemd. Het middelpunt van de belangstelling moet je allereerst aankunnen en het is een mooie bijkomstigheid als je het ook nog leuk vindt. Ik geloof dat ik hierin ernstig tekort kom. Liever sta ik niet en plein publiek in de schijnwerpers. Spreken in het openbaar is zeker geen kernkwaliteit van mij. Ik bekijk het liever van een afstandje en observeer de handel en op het juiste moment laat ik van me horen. Enige schuchterheid zorgt er voor dat ‘het juiste moment’ wel eens te laat is.

  • Competetieve aanleg

Bij eenvoudige spelletjes zoals Wordfeud, bowlen of kwisjes wil ik graag winnen. Ik baal als een stekker bij onverwacht verlies. Als jonge voetballer wilde ik ook graag winnen, maar juist omdat het een teamsport betreft, kun je bij eventueel verlies de ander nog de schuld geven of je eigen aandeel waarderen. Ik wil best graag scoren, maar heb een enorm relativerend vermogen. Als ik dertig jaar jonger was geweest zou een stopwoord kunnen zijn geweest ‘Boeiûh’ of ‘lekker belangrijk’.

  • Fysiek

Ik kan goed af met weinig slaap, een groot voordeel, maar dat wil niet zeggen dat ik in alle wakende uren even helder ben. Bovendien te zwaar en rokend, dus voor het loodzware beroep van beroepsvergadertijger, zijn dat geen sterke punten. Eigenlijk zou het moeten zijn, ‘Verbeter de wereld en begin met jezelf’.

Al met al zal ik eerlijk moeten zijn, hoewel ik ideologisch geslaagd ben, denk ik karakterologisch toch een onvoldoende scoor. Morgen maar eens kijken naar de drijfveren en (politieke) aandachtsgebieden die een sollicitatie voor het Tweede Kamer lidmaatschap de moeite waard maken.

Eerder verschenen:

Zal ik Tweede Kamerlid worden?  en Ideologisch geslaagd bij zelfonderzoek Tweede Kamerlidmaatschap PvdA. en

Ideologisch geslaagd bij zelfonderzoek Tweede Kamerlidmaatschap PvdA

IDEOLOGISCH DOOPCEEL

Wordt een mens als sociaal-democraat geboren? Of als liberaal, conservatief of confessioneel? Nee, natuurlijk niet. Het nest waarin je geboren wordt is natuurlijk wel van wezenlijk belang. In het verlengde daarvan zijn de klappen van het leven, of de meevallertjes, ook van invloed op je stemgedrag. Het socialisatieproces als motor voor je politieke keuze, de rest is een kwestie van een beetje rationeel bijsturen.

Bij geboorte dus blanco, gelijke kansen voor iedereen naar het schijnt volgens de liberale mensvisie. Toch gaat het vanaf dag 1 (en soms prenataal) al jeuken zonder dat de individuen hierin een eigen keuze kunnen maken. Kijkend naar mijn eigen socialisatieproces kan ik stellen dat ik in een veilige omgeving ben opgegroeid, zonder tekorten en voldoende kansen. Karakterologisch en intellectueel zullen er ongetwijfeld kansen gemist zijn, aan de andere kant zullen me zaken in de schoot geworpen zijn zonder dat ik er iets voor gedaan heb. Kortom ik ben een gemiddelde Nederlander die af en toe slechts wat sprakeloos is bij het observeren van de wereld om hem heen. Ik zie en accepteer verschillen, maar scheefgroei bederft mijn ideale leefomgeving in ernstige mate. Noem het een lichte vorm van Weltschmerzen. Ik koester de individualiteit van een ieder, maar geen individuele vrijheid zonder gebondenheid. Een gebondenheid die ik zou willen definiëren als een collectief maatschappelijk geweten. Voor mezelf is dat uiteindelijk dat iedereen mee mag delen met de welvaart, dat verschillen niet te groot zijn in Nederland en dat een vrije economie de motor hiervoor is, maar nimmer het doel mag zijn. De overheid mag, of moet soms richtinggevend zijn, maar mag niet de eerste viool spelen op economisch gebied. En boven alles, we zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor ons zelf als land, maar we zijn geen losstaande entiteit in de wereld en dat moeten we ook niet willen zijn. Het reeds genoemde collectieve geweten houdt dus niet op bij de landsgrenzen.

 

DUS PVDA!

In een notendop is dit eigenlijk voor mij de reden geweest om PvdA te stemmen. Niet om de wereld te verbeteren, maar pogingen om de leefwereld een stukje te verbeteren als dat nodig is om tweedeling tegen te gaan. Niet omdat PvdA-ers betere mensen zijn, maar misschien wel uit eigen belang. Nederland en de wereld zijn een stuk mooier als het hedonisme geen hoogtij viert en het blinde vertrouwen in de marktwerking niet volksgeloof nummer 1 is. De afgelopen vijftien jaar is het soms heel moeilijk geweest om de PvdA te blijven steunen. Mijn lidmaatschap heb ik in 2000 opgezegd, niet mijn idealen. Toegegeven ik was amper actief, een beetje JS in Nijmegen en een blauwe maandag raadadvieswerk in Duiven. Dat was het en dat was voldoende vond ik toen. Juist nu de tweedeling tussen werk en geen werk, opleiding en geen opleiding, arme Europese landen en rijke Europese landen nadrukkelijker in de dagelijkse praktijk zichtbaar zijn, is een gezond collectief geweten noodzakelijk. Een collectief geweten dat bescherming moet geven tegen het recht van de sterkste of tegen de superioriteit van het morele gelijk van de beter opgeleide.

 

DAG VAN DE ARBEID, DAG 1 ZELFOVERPEINZING

En dus twee maanden geleden het lidmaatschap maar weer opgepakt en nu de vraag, zal ik de kans pakken om te solliciteren naar de kandidatuur voor het Tweede Kamerlidmaatschap voor de PvdA? Ik ben geen vergadertijger en relativeer me soms te pletter. Ik vraag me oprecht af of ik een goeie ben in het uitdelen van foldertjes. Ik inspecteer mijn huid, is dat van het niveau olifant om valse kritiek niet binnen te laten komen. Ik denk loyaal te zijn, maar van kadaverdiscipline krijg ik ongetwijfeld een vet hart. Kortom ben ik wel geschikt als persoon? Dat gaan we de komende dagen maar eens uitzoeken. Nog de tijd tot 4 mei om te solliciteren op de mail van Hans Spekman.

De eerste marsdag van zelfonderzoek naar de sollicitatie heeft in ieder geval opgeleverd dat ik van mening ben dat ik ideologisch geschikt ben voor de PvdA. Nu moet de PvdA mij nog geschikt vinden, maar er moet toch plaats zijn in de politiek voor een normaal sprakeloos mannetje?

Eerder verschenen: Zal ik Tweede Kamer-lid worden?