Als Cohen een cohaantje was?

Cohen is niet meer. In ieder geval geen fractievoorzitter en Tweede Kamerlid namens de PvdA. Ik vind dat jammer. Want wat een verademing is Job Cohen in vergelijking met de mediagetrainde hork Mark Rutte. Veel mensen trappen er blijkbaar in, ik word onpasselijk van die harlekijnemaniertjes. Hoe Job Cohen getackeld is, zullen we over enkele jaren wellicht lezen. Ik zie graag een mens, met sterke en eventueel minder sterke punten als fractievoorzitter en nog liever als premier. Het politieke landschap verliest een sociaal mens met Job Cohen. Maar wat als Cohen nu Cohaan had geheten. Was het dan beter gegaan met de PvdA?

Een mannetjesputter of een blaaskaak had waarschijnlijk het troebele verhaal van de PvdA langer in de lucht kunnen houden. Het verhaal van de PvdA is de oorzaak, niet Cohen. Zelf ben ik al meer dan twintig jaar aan het twijfelen over de PvdA en dat is ongeveer de helft van mijn leven. Sinds ruim tien jaar ben ik ook geen lid meer. Voor mij is sociaal-democratie het opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, waarbij iedereen mee mag doen en waarbij tegenstellingen niet aangescherpt worden, maar verschillen mogen bestaan. Sociaal-democratie is in essentie niet anti-kapitalistisch, maar wel kritisch. Een linkse of rechtse koers, het zal me een zorg zijn. Graag had ik grote theekransjes gezien met een stralende Job Cohen als deelnemer. Een theekransje is blijkbaar iets voor Co-hennetjes, niet voor haantjes. Cohen mocht van het grote publiek niet verbinden, dus brak de pleuris andermaal uit bij de Partij van de Arbeid.

Natuurlijk was het een publiek geheim dat Cohen niet goed lag bij een deel van de eigen achterban. Vorige week barstte de bom met ‘exit Cohen’ als resultaat. Subiet kwam Hans Spekman met een plan om de PvdA voor weken in de spotlights te krijgen. ” We gaan onze interne verdeeldheid over een onduidelijke koers lekker etaleren.” De partijleden mogen de fractievoorzitter gaan kiezen. Goed voor roddel, achterklap en gebroken ego’s, maar wel veel media-aandacht.

Drie zwaargewichten binnen de fractie zijn opgestaan. Drie Cohaantjes? De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik grote waardering heb voor Ronald Plasterk. Diederik Samsom is mij sinds de kernramp in Japan steeds vaker positief opgevallen. Hij toont zich een kenner op veel beleidsterreinen. Ik zie die Samsom ook wel zitten. Dan Martijn van Dam, die ken ik iets minder, bovendien heeft hij zijn naam niet helemaal mee. Maar intern zien ze in hem een grote, dus wie ben ik om daar aan te twijfelen. En dan vandaag, naast de drie Co-haantjes, alsnog een Co-hennetje. En wat voor één, ook al zo’n zwaargewicht voor wie waardering op zijn plaats is. Ook zij mag het van mij worden, al hoop ik dat zij niet op haar vrouwzijn wordt gekozen of haar Turkse afkomst. Nebahat Albayrak is volgens mij gewoon een klasse politica.

Vier goede politici, drie Cohaantjes en één Cohennetje, mogen zich publiekelijk showen met een intern moddergevecht. Wat gebeurt er met de andere drie als de echte fractievoorzitter is opgestaan? Hoe leuk vinden de potentiële kiezers dit? En het allerbelangrijkste, heeft de PvdA dan wel een duidelijke koers? Zoals gezegd, ik twijfel al langer. Vanaf het moment dat marktconform denken binnen de sociaal-democratie zijn intreden deed, sloeg de twijfel toe. In de jaren tachtig kwam in het post-Den Uyl-tijdperk een beweging op gang die toen al getypeerd werd als het loslaten van de ideologische veren. De PvdA moest met ‘Schuivende Panelen’ en ‘Bewogen Beweging‘ een moderne partij gaan worden. Blijkbaar is dat tot op heden nog niet echt gelukt. Des te vreemder dat de laatste dagen Joop Den Uyl zo vaak genoemd en geroemd wordt als het grote voorbeeld. En terecht, want in mijn optiek symboliseert Joop Den Uyl nog steeds de moderne sociaal-democratie. De tijdsgeest zorgt er voor dat de ene keer een stapje naar links wordt gemaakt en de andere keer een stapje naar rechts. Je hoeft jezelf daar niet opnieuw voor uit te vinden.

Job Cohen heeft zichzelf ook niet uitgevonden, hij was gewoon zichzelf en dat was blijkbaar niet goed genoeg. Een opvolger gaat het beter doen, een co-hen of mogelijk een co-haan, de tijd zal het leren. Als ze daarna maar gaan samenwerken en niet te lang bezig zijn met de koers te bepalen. Dat is niet nodig, sociaal-democratie is een heldere koers, als er maar samenwerking is, coöperatie.

COöperatie? Met HEN? Het maakt me dus niet uit wie Cohen opvolgt, een cohaantje of een cohennetje, als Cohen uiteindelijk leidt tot CO-ONS.

Kakelkrant van Sprakeloos 56: Politiek verdwaald

De berichten zeggen dat de Polenkwestie Geert Wilders geen windeieren heeft gelegd. Vier zetels winst in de peilingen. Wilders zal nog niet weten want mogelijk in de olie in zijn eigen Venlo waar hij de Poolse vreugdedans ‘De mazurka’ danst.

Eigenlijk vind ik de winst niet zo raar. Het is natuurlijk ‘knettergek’ dat zo’n mafkees kan blijven stigmatiseren zonder dat anderen een pasklaar antwoord hebben. Maar de grootste oorzaak van de ‘winst’ van Geert is natuurlijk een aloud concept in de vaderlandse politiek, namelijk de ontkenning van het probleem. Juist door de ontkenning dat er problemen zijn met de nieuwe Europeanen maakt dat de incidenten die er zeker zijn buitenproportioneel worden. En dat is weer “Hollandsche kaas in het bekkie” voor de PVV. Driewerf stom. Wie gaat het antwoord geven?

Ik weet ook niet welke partij mijn stem verdient. Als stemmer leef je op dit moment in een electoraal doolhof. Ik denk dat je als kiezer één ding duidelijk moet hebben, er is geen enkele partij met de oplossing. Omdat de PVV met allerlei schijnoplossingen komt door te stigmatiseren is er maar één conclusie: De partij is objectief gezien onnodig in het vaderlandse politieke bestel.

D66 van Pechtold was altijd verbaal een goede tegenstander met betrekking tot de onzin van Geert, maar ze hebben zich onlangs heel transparant in de kaart laten kijken. De groei van de SP was nog gevaarlijker dan het bestaan van de PVV. ‘Wij redelijk alternatieven zijn eigenlijk de grootste ontkenners van problemen in de samenleving.’ Problemen zijn pas problemen als zij welgestelde, welgemanierde en gestudeerde Nederlanders een probleem ervaren. Wat mij betreft dus exit D66.

De lafhartige houding van CDA en VVD ten aanzien van de PVV (en de SGP) is reden genoeg om de partijen decennialang niet meer serieus te nemen. De partijen zijn ernstig besmet. GroenLinks heeft wat mij betreft als linkse partij een nog groter probleem. Dat linkse was bij Halsema al twijfelachtig en kan bij Jolande Sap geschrapt worden, het zoeken is dus naar het Groen. Wellicht is dit in liberale hoek te vinden, dus laat die club daar zijn achterban maar zoeken. Blijven over SP, PvdA, PvdD, CU en 50plus.

Gaan we verder met afstrepen. De dierenpartij is voor mij de bevestiging van maatschappelijke degeneratie, dus daar praten we verder niet over. In mijn optiek heeft de 50plus partij bestaansrecht als ze ook nadrukkelijk kijken naar de 70plus problematiek en niet alleen opkomen voor de gearriveerde ouwe hippies die toch al met de gouden lepel in de bek geboren en opgegroeid zijn. En die gouden lepel weerhoudt ze niet van een grote bek.

Een beetje serieuze kandidaten zijn dus SP, PvdA en CU. Ten aanzien van de socialisten kan ik stellen dat ik hun transparantie kan waarderen, maar dat hun solidariteit af en toe ook een boerenkoolsmaak heeft. Solidariteit mag best een beetje naar Griekse olijven smaken. Op de ChristenUnie zal ik niet stemmen om een aantal immateriële kwesties, maar ik sluit niet uit dat in geval van nood ik best over mijn eigen ego heen kan stappen.

Dan de PvdA, ook een partij in moeilijkheden. Ze zouden een angstige partij zijn, maar volgens mij zijn alle partijen dat inmiddels. Welke partij gaat er nog wel echt uit van de eigen kracht. Misschien zijn zij wel de eerste die dit bij zichzelf ontdekken en daarmee het lek boven krijgen om weer zichzelf te zijn. Als ze dan weer sociaal-democratisch zijn, zonder zich te bekommeren over waar ze hun kiezers moeten halen, van links of rechts, misschien dat ik dan weer meehobbel met de PvdA. Ik kies echt wel sociaal-democratisch, of de partij nu groot of klein is. Ik weet namelijk zeker dat als de PvdA zelfstandig over haar eigen schaduw heen stapt, vele kiezers zullen volgen. Tot die tijd weet ik het niet en verzoen ik me te dwalen in het politiek electorale doolhof.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 55: Mark Rutte lijkt op Yup van ’t Hek

Hoe gaat die ook al weer, die volkswijsheid tevens marketingregel: Een reputatie opbouwen kost tijd, afbreken is zo gebeurd. Het Heineken-concern kent de inktzwarte waarheid van dit gezegde. Er zullen ongetwijfeld miljoenen besteed zijn om een alcoholvrij-biertje in de markt te zetten toentertijd en slechts 1 lolbroek op nieuwjaarsavond maakt een grapje. Buckler is erdoor uit de markt geprezen. Et l’hisoire se répète, iedere keer maar weer op alle terreinen.

Bijvoorbeeld de imagoschade die Geert Wilders denkt te moeten aanbrengen om de Oost-Europeanen en dan met name de Polen te treiteren. Het is rond stuitend en dom, maar daarmee ìs er nog niet meteen imagoschade aan de BV Nederland. Ook Polen, Roemenen en Tsjechen begrijpen heus wel dat ieder land zijn gekken herbergt en bij ons heet ie toevallig ome Geert. So far, so good. Maar als het hoogste gezag, na de koningin, onze hofharlekijn Mark Rutte niet meer kan doen dan dom lachen, ontkennen en wegwuiven, dan begint er imagoschade te ontstaan.

Nederland mag dan af en toe aanschuiven bij de G20, maar is dat ook niet mede dankzij de Turken, Marokkanen en meer recent de Polen? Wij hebben de afgelopen decennia blijkbaar meer werk kunnen genereren dan wij als Nederlanders alleen klaar konden krijgen. Fijn dat er dus mensen zijn die onze economie helpen. Ik begrijp heus wel dat er sprake is van een win-win situatie, want ook de Poolse arbeiders in de kassen en de bouw zijn niet gek en werken niet voor niets heel hard. Het in standhouden van goede arbeidsverhoudingen met onze fellow-Europeanen is daarom erg belangrijk. Ik denk daarbij in eerste instantie nog niet eens aan ethische bezwaren tegen de carnavalskolder die Geert Wilders uitbraakt. Het is vooral de economische schade die kan ontstaan.

Geert Wilders mag dan treiteren en zuigen voor eigen gewin om te kijken of Henk en Ingrid er nog intrappen. Misschien lukt het hem weer voor even. Het is vooral Mark Rutte en zijn kabinetskliek die Nederland imagoschade bezorgen door niet te re(a)geren. Als we niet uitkijken zal het Nederland met Rutte vergaan zo als Buckler. En Mark Rutte? Die kunnen we de grote Yup-award gaan geven. En met een Yup-award op zak liggen de Europese baantjes in de toekomst niet voor het oprapen, ook niet voor Mark Rutte.

Ik, romantisch boer uit de klei, ben een muts

Ik mag graag op zaterdagochtend starten met de rubriek ‘Wat zou u doen’ van het Volkskrant- magazine. Het heeft iets verbodens, iets ranzigs, alsof je de rubriek van Mona uit de Story leest. Maar omdat het van de Volkskrant is, heeft het nog enige status. Niets menselijks is mij vreemd. Altijd brengt het een vrolijke discussie met zich mee, want natuurlijk doen wij het altijd beter. Ook vandaag snel naar deze rubriek. Ik herinnerde mij van vorige week het voorgelegde issue. Ik dacht toen, dit is geen issue, dit is in- en intriest.

 

Met mijn naïeve kop dacht ik dat het Volkskrant publiek de indiener van het issue wel van jetje zou geven. Hoe kom je op het idee om iets wat je dubbel hebt en bovendien gratis hebt gekregen, te verkopen aan je armlastige vriendin (4,5 jaar een relatie!!!) En vanuit het perspectief van de arme studente, ik zou geen brief naar de Volkskrant hebben gestuurd, maar mijnheer de senior sales engineer meteen de bons hebben gegeven. Voor het geld hoef je mijnheer immers niet te houden, voor de liefde al helemaal niet.

Wat schets mijn verbazing, de antwoorden van weldenkend Nederland, immers Volkskrantlezers, stroken niet met mijn mutserige verwachtingen. Het lijkt wel of ‘tout Hollande’ genetisch is behept met een zakelijk instinct, ook op relationeel gebied. Een ontluisterend scala aan reactie. Slechts één reageerder vraagt zich openlijk af wat de relatie voorstelt. Mijn antwoord is: Helemaal niets. Maar alle andere antwoorden hebben te maken met allerlei zakelijke voorstellen binnen een relatie. Ik vind het niet raar dat je er in Nederland niet meer bij hoort als je niet minstens 2 keer gescheiden bent. Als de basis voor een liefdesrelatie de oprichting van een Naamloze Genootschap is of op zijn minst een onderling contract voor als het allemaal toch mis mocht gaan, tja, dan moet je maar alleen blijven. Je bouwt door het wantrouwen vanwege de onfrisse onderhandelingscultuur toch al de selffullfilling prophecy op dat de relatie niets voorstelt.

Wat is hedentendage nu een gezonde relatie? Dat je na de maanden van blinde liefde en grenzeloze seks, als twee boekhouders verder het leven in stapt. Als scherprechters bepaal je precies waar iemand recht op heeft gezien de status van het loonstrookje. Ik dacht altijd als je elkaar ja hebt gezegd voor het leven, al dan niet voor de kerk of gemeentehuis, dat je gaat voor gezamenlijkheid. Als het geld op is, dan is het voor beide op en als er gespaard kan worden, dan is de buit voor beide, ongeacht de inbreng van het individu.

Ik weet inmiddels dat het heel raar is om nog een gezamenlijke rekening te hebben waar het salaris van beide partners wordt gestort, maar waaruit ook alles betaald moet worden. Ik weet inmiddels ook dat hele boekhoudkundige berekeningen tussen twee partners plaatsvinden wie de boodschappen betaald, wie de hypotheek en wie de kleding voor de kinderen. Vaak wordt vanuit de afzonderlijke rekeningen gestort op een gezamenlijke rekening. De liefdesrelatie als een kil economisch verbond. Maar het staaltje in de Volkskrant slaat alles. Dat wij Nederlanders als niet temperamentvol te boek staan moge duidelijk zijn, maar heeft de koopmansgeest zich al tussen de lakens genesteld. Is de tucht van het feminisme al zover dat de zogenaamde economische zelfstandigheid belangrijker is dan echte liefde?

Ik dacht altijd dat ik een nuchtere uit de klei getrokken boer was, maar nu weet ik dat die boer ook meer romantiek in zich heeft dan de gemiddelde Nederlander, of in ieder geval Volkskrantlezer.

 

 

 

De NS als metafoor voor de zemelende Nederlander

We kunnen naar de maan en nog veel verder. Op grote afstand weten we precisie-bombardementen uit te voeren en de gemiddelde mobiele telefoon is een toverkastje, maar de NS laat het traditioneel afweten bij de eerste de beste tegenslag. Beloftes worden jaar in jaar uit gebroken met als gevolg briesende ministers en staatssecretarissen die met het schaamrood zich moeten verantwoorden bij de Tweede Kamer.

 

En als een pavlowreactie keert de hele Nederlandse opinie zich tegen de Nederlandse Spoorwegen en/of Prorail. Het zijn hoogtij dagen om onze Nederlandse volksaard tot wasdom te laten komen: zeuren, zeiken en zemelen. Off the record, een goeden tip voor de heer Wilders om niet met het onzalige idee te komen de Elfstedentocht tot nationale feestdag uit te roepen, maar de dag dat de eerste stremmingen bij het spoorwegverkeer zich openbaren. Dan ben je ieder jaar verzekerd van een feestje op nationaal niveau: De verenigde nationale ontevredenheidsdag.

Ik ga de NS in winterse dagen zeker niet vergoelijken, integendeel, want het verbaasd mij ook, al besef ik dat in Nederland de spoordichtheid ongeëvenaard is. Maar als we eens naar de essentie van van het probleem gaan. Vroeger had een NS-er een zekere status, kinderen wilden conducteur of treinmachinist worden, de werknemers hadden een baan voor hun leven, waarbij je je kon afvragen wie belangrijker was de partner of het spoor. Ik herinner me eind jaren tachtig nog goed, mijn inmiddels Poolse schoonzus prepareerde zich altijd op tijd voor een treinreis, want je wist maar nooit wanneer de trein zou komen. Wij lachten haar uit, de trein rijdt gewoon op tijd. We twijfelden niet eens. Goed, het was wel een staatsbedrijf en dat is heel erg.

Sindsdien zijn er inhaalslagen gemaakt onder de noemer van privatisering, rationalisering, specialisaties met als gevolg meer directeuren en (deel)verantwoordelijken. Communicatie tussen de verschillende onderdelen wordt steeds belangrijker want binnen de grote moloch Nederlandse Spoorwegen blijken enorme belangentegenstellingen te ontstaan. We gaan vooruit met al die modernisering, maar niet als er een vlokje sneeuw valt. De essentie van het probleem is volgens mij het ontbreken van bezieling. Niemand heeft meer overzicht ondanks de vergaande digitalisering, of misschien wel dankzij de digitalisering. Werknemers zijn niet meer betrokken genoeg. Ze voeren hun deel uit en zijn klaar. Ze kunnen (of mogen) niet meer over de muur van een andere afdeling kijken. De NS is ontzield en heel Nederland constateert dat en met slecht weer komt er een tsunami van klachten.

Maar ik wil het volgende vragen aan de hulpverlener in de geestelijke gezondheid, of aan de docent op de middelbare school, of aan de politie-agent, eigenlijk allen die gebruik maken van de Nederlandse Spoorwegen en lustig mee-ageren tegen de NS. Kijk naar uw eigen beroepspraktijk. Hoeveel docenten klagen niet over het feit dat ze niet meer aan les geven toekomen? Het is geen zeldzaamheid dat een mentor van een middelbare school in geval van een ‘probleemkind’ zijn kostbare lestijd moet opofferen voor gesprekken met wel vijf verschillende instanties zonder dat het iets oplevert. We gaan vooruit met die modernisering, maar het onderwijs wordt niet beter. En dan de treinreizende hulpverlener in de GGZ (mijn stokpaardje). Ze moeten zeker iets in bovenstaand verhaal over de NS herkennen: Geen bezieling, fragmentatie van de werkzaamheden, ‘succesjes op deelgebieden’ maar het zicht op de context kwijt zijn. En misschien wel het allerergste, berusting door onmacht, want het is niet anders.

Gelukkig zijn wij als Nederlandse bevolking niet zo, wij berusten niet en klagen er lustig op los als het om de NS gaat. Maar is er niet een bijbelse wijsheid dat je pas klaagt over de splinter bij een ander als je je eigen balk verwijderd hebt? Ik zou zeggen aan alle lezers, doe wat aan die balk.

(NB. En ik heb het zeker niet over het Friese Balk, een van de crisisplaatsen voor de elfstedentocht)

 

 

Omdat ook de GGZ ter sprake komt,  zal dit stuk ook geplaatst worden op ons weblog http://www.dolgedraaid.wordpress.com

 

Kakelkrant van Sprakeloos 54: De Berg van Heni

Het begint over te hellen, de berg van HENI. Door toedoen van Geert Wilders, of eigenlijk door niets te doen voor Henk en Ingrid. De monopoly-positie van onze nationale onvrede ligt niet meer alleen bij de PVV. Het was natuurlijk belachelijk dat Geert Wilders het alleenrecht op nationaal gemopper binnen leek te hebben. Aan de ene kant is dat natuurlijk de schuld van alle andere politieke partijen die de ontevredenheid in hoge mate veronachtzaamden. Maar ook Henk en Ingrid zelf dachten met de snelle, simpele en leugenachtige oplossingen van Wilders garen te spinnen. Inmiddels weten ze wat het gedoogmonster van Wilders waard is.

Maar de berg van onvrede (HenkENIngrid=Heni) blijft gewoon aanwezig, of wordt misschien nog wel erger door uitstel van maatregelen om de onvrede op te lossen. Henk en Ingrid zijn misschien nog bozer op de politiek omdat de engel van waarden, normen en plat taalgebruik de lamme(CDA) en de blinde(VVD) blijft helpen. En zoals genoegzaam bekend, kabinet Rutte weet helemaal niets binnen te slepen voor Henk en Ingrid, hooguit wat stoere taal over moslims en Mauro’s. Daar worden Henk en Ingrid dus niet gelukkig van.

Dat zien nu ook Henk en Ingrid en ze stappen massaal over naar de SP van Emiel Roemer, ook een tegenpartij. Maar ere wie ere toekomt, wel een tegenpartij met een consistente lijn en oplossingsgerichtheid. Over de smaak van de oplossing kunnen de meningen uiteraard verschillend zijn. Ieder zijn meug. Dat Emiel en de zijnen ook voor Henk en Ingrid kiezen en niet solidair zijn met allerlei soortgenoten in Griekenland, Spanje en Italië is hun goed recht. Tien jaar geleden vervaagde het rood al buiten de landsgrenzen. Dus zeg niet dat ze het niet gezegd hebben.

Ene Pechtold van het voorheen redelijke alternatief roept in één keer dat de massale overgang van Henk en Ingrid naar het socialisme een veel groter gevaar is dan de volksmennerij van Geert Wilders. ,,Wat is dat voor een kwalijke oprisping, Alexander?” Het is gewoon democratie hoor en de onvrede is alom aanwezig. Zolang het redelijk alternatief geen alternatief is voor Henk en Ingrid met hun onvrede verplaatsen ze gewoon de Berg van Heni van Geert naar Emiel.

Of is het misschien dat D66 geen academische actie meer kan voeren tegen de PVV. Dat leverde geen windeieren op, zo blijkt keer op keer uit de opiniepeilingen. Die melkkoe lijkt te verdampen, dus we gaan maar anti-socialistische prietpraat uitslaan. ,,Nee, Alexander, dat kun je beter, veel beter. Bedenk maar alternatieven om de berg van onvrede van Henk en Ingrid te pareren. Henk en Ingrid bepalen wel of het redelijk is.

Kakelkrant van Sprakeloos 53: Wij dans de mazurka, weliswaar zonder burka!

Geërgerd zal onze nationale prins Carnaval, Geert Wilders, een streep moeten zetten in zijn agenda. Groot stond er voor de dagen 19, 20 en 21 februari: VRIJHOUDEN, Vastelaovond in Jocus Riek. Hij had er zin in, misschien wel met een burka door zijn eigen Venlo schuimen. Want welke nadelen zo’n naar kledingstuk ook heeft, met deze kopvodden kan hij toch ongezien en zonder bewaking lekker losgaan. “Anders losgaan.” verbetert hij zichzelf met een verbeten grijns, want vol trots herinnert hij zich ook dit jaar weer de ene Haagse mediahype na de andere rondom zijn persoontje.

Nu moet hij hard zoeken naar een alternatief voor die dagen, want dan zwaait prins Abbie de scepter over zijn Venlo. Jocus Riek is in handen van een Islamiet, een woestijnbewoner. “Laten we met zijn allen toch eens ff normaal doen.” Zomaar wegblijven zonder goede reden kan niet, want Wilders heeft de wind niet helemaal meer in de zeilen. Het zou gezien worden als lafbekkerij, dus een goed alternatief voor zijn afwezigheid moet worden gevonden.

Stuurs kijkt hij voor zich uit. Hij bijt op zijn lip, plukt aan zijn pruik en tikt met een potlood op het venster van zijn raam. Plots komt er uit het donkere brein een geweldig idee. “Ik zal er dan niet zijn, maar de PVV zal van zich laten horen.” Bij gebrek aan democratie en zeggenschap binnen de PVV, bedenkt Wilders dat hij zijn eigen raad van elf naar Venlo zal sturen, als een gezond Nederlands tegenwicht tegen de tsunami van Moslims. Tegenspraak duldt hij niet en onder de kreet: “Alaaf, Alaaf, we zijn Wilder’s slaaf” zullen ze dansen en hossen. “We zullen die Arabieren eens een poepie laten ruiken.”

 

Kakelkrant van Sprakeloos 52: It giet oan, ook voor Bea

Eind januari nadert en de royalty-watchers hebben hun beschouwingen klaar. Gaat ze door of zal ze op haar verjaardag het stokje overdragen aan Willem Alexander (en natuurlijk Maxima)? Inmiddels is het 1 februari 2012 en ze gaat nog gewoon door. Ik, als passief Republikein, bewonder haar stiekem. Ze wordt gezien als een kille koningin, gelijk het huidige ijzige weer. Ze komt misschien zakelijk over, maar daar is niets mis mee. De mensen die haar hebben ontmoet, spreken over een betrokken en meelevende vrouw. Ik kan er niet over oordelen. Zelf heb nooit een kopje koffie met haar mogen nuttigen. Dat is geen ramp, want ik vermoed dat ik me niet aan het protocol kan houden. “Hare Maje” of “Koninklijke Hoogheid” komt niet uit mijn strot, dat zal de Republikein in mij zijn. Ze zal het moeten doen met mevrouw van Oranje, mevrouw de koningin of van mijn part mevrouw van Buren. En daarmee voor mij geen bezoekje op Noordeinde.

Toch prijs ik prijs mezelf gelukkig met ons staatshoofd. Ze is in ieder geval intelligent en uitstekend in staat ons land te vertegenwoordigen. Hoe zij onlangs verscheen, samen met haar schoondochter, bij de moskeeën in de Golfstaten. Ik was diep onder de indruk van de waardigheid en de respectvolle benadering. Eigenlijk heel vanzelfsprekend en het mag niet eens tot gespreksstof leiden. ( Hoe haalt die muppet uit Venlo het in zijn hoofd?) En met dezelfde vanzelfsprekendheid is ook 31 januari 2012 voorbij gegaan. We kunnen rustig blijven slapen onder de bezielende leiding van Bea.

Hoe zal dat gaan, de onderhandelingen tussen het staatshoofd en de kroonprins? Niemand weet het en dat geeft voeding aan allerlei tv-series. Zelf heb ik ook een vermoeden. 74 jaar is nog niet heel oud, maar op zijn minst een respectabele leeftijd. Misschien was ze het van plan om op haar verjaardag aan te kondigen om weer prinses Beatrix te worden. Mogelijk heeft ze met de gedachte gespeeld. Maar toen kwam Willem vanuit Wassenaar aanscheuren. Zijn bolide fout parkerend bij Paleis Noordeinde. Enthousiast galmt het vanuit de ontvangsthal in het Paleis:,,MA, MAMMA, LUISTER, LUISTER IT GIET OAN, IT GIET OAN.” Licht verstoord komt de koningin haar zoon tegemoet. ,,Rustig toch jongen, wat is er aan de hand Alex?” Struikelend over zijn eigen woorden herhaalde de prins. “Mamma, it giet oan.” Beatrix schudt haar hoofd en wijst op de hysterie in Friesland, een jaarlijks terugkerende mantra van Elfstedenkoorts. ,,Echt mam, dit jaar echt.”

Even is het stil. Een denkrimpel vormt zich op het gezicht van Beatrix. Ze kijkt naar haar onstuimige zoon en geeft een kort minzaam knikje. Een oerkreet ontstijgt uit Willem van Buren. ,,Je bent de liefste mamma, van de hele wereld.” Hij bedelft zijn moeder met knuffels. ,,Het is goed jongen, ga nu maar, ik heb nog veel te doen.”

Even later pakt ze een sigaret, kijkt in haar agenda en streept de afspraak met de tv-ploegen voor 31 januari door. Ze begrijpt die jongen wel. Het rijden van een elfstedentocht past niet bij de voorbereiding van het koningschap. Bovendien wil hij voor Maxima natuurlijk ook nog één keer echt onvervalst Hollands excelleren.

Terwijl ze haar sigaret uitdrukt mompelt ze: ,, It giet oan, ook voor mij nog een jaar. Och 75 jaar is een mooie leeftijd om nog volop te genieten van het leven.”