Kakelkrant van Sprakeloos 51: Free as a bird

Zondag 22 januari, ik zet op deze herfstige winterdag een krukje voor de beslagen ramen. Altijd heb ik gedacht, ik kan nog geen mus van een ooievaar onderscheiden. Maar waarom die negatieve zelfkritiek, gewoon boekje erbij en kijken maar. Daarmee kan ik een constructieve bijdrage leveren aan de vogeltelling, want zal de mus weer op één komen te staan? Ik ben wel nieuwsgierig. Het waaide hard en de minuten verstreken, maar geen vogel in onze tuin. In de lente barst het van het vrolijke gefluit en getjilp, wie wat fluit of tjilpt weet ik natuurlijk niet, maar vandaag helemaal niets.

Mijn gedachten dwalen af, naar vreemde vogels, uit de politiek bijvoorbeeld. Je zult de fuutachtige Geert maar tegenkomen in je tuin, wat zou ik dan doen? Of die sneaky Verhagen, gelijk een koekoek met allerlei rare streken door eitjes in andermans nesten te leggen. Of Henk Bleker met een veel te vroege vinkenslag om jonge vrouwtjes te lokken. In dat soort gevallen zou je niet meer zeggen: ‘Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.’ Gelukkig zaten ze ook niet in de lucht.

Als ik die vreemde vogels in mijn tuin zou spotten, dan komt het slechtste in me boven. Ik zou dan letterlijke een vogelspotter worden en heel veel bijtende kakelkrantjes kunnen vullen. Een hele rij vogels uit Den Haag die heel veel rare dingen kakelen, dat zou leuk zijn. Ik zorg voor een snoer met pinda’s en wat vetbolletjes en het feest kan beginnen. Mijn stereo zet ik buiten voor de vogeltjesdans.

Helaas, geen vogel gezien, dus ook geen vreemde vogels. Geen ornithologische bijdrage vanuit Duiven, maar wel weer een kakelkrant. Dat dan weer wel.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 50: Onvolwassen gedrag rondom zeilmeisje Laura Dekker

Ik vind dat volwassen Nederland beroerd en onvolwassen omgaat met het zeilmeisje Laura Dekker. Om te beginnen haar ouders, want je bent niet goed in je plaat om de ambities de wereld rond te zeilen aan te jagen, te promoten en goed te keuren. Uitgaande dat Laura dit vanuit zichzelf zou willen, hetgeen ik ten zeerste betwijfel, dan stop je deze bakvissen prietpraat. Maar ik geloof niet in de authenticiteit van haar ambities.

De volgende groep onbenullen zijn de hulpverleners en justitie die dit goedgekeurd hebben. Ze mocht uiteindelijk gaan. Wat een bullshit, het kind hoort op school, zoals ieder ander kind. De leerplichtwet is er niet voor niets. Niet dat ik starheid in regels wil promoten, want ik weet dat er tienduizenden kinderen in Nederland zijn die geen volwaardig onderwijs genieten al zouden ze willen. Maar wie normaal naar school kan gaan, moet zich geen idioterie in het hoofd halen. Hoeveel jongens zouden zich niet willen verliezen in World of Warcraft, pokeren of noem maar op. Alles liever dan naar school. Hun ambities en dromen zijn niet minderwaardig ten opzichte van een zeiltochtje. Zij moeten ook gewoon naar school. Hulpverlening en rechterlijke macht hadden duidelijk moet zijn en blijven en zich niet door het hyperige gejoel van voor- en tegenstanders laten beïnvloeden. Slappe hap.

Maar het allerergste vind ik wel de berichtgeving vandaag over “het Guiness book of records”. De ouders hebben al onverantwoord gehandeld, de autoriteiten in Nederland zijn geen knip voor hun neus waard geweest en het zeilmeisje heeft haar jonge leventje in de waagschaal gelegd voor allerlei absurde ambities. En dan dit. Ze komt niet in het recordboek. Mogelijk was dat al bekend bij Laura Dekker en ik lees dat dit beleid al in 2009 is ingezet, maar het is in zicht van de haven wel zure informatie. Een kinderachtige steekspel met een kind van 16 als slachtoffer.

O ja, wat ook heel onvolwassen is, is het geouwehoer van een deel van twitterend Nederland die allerlei negatieve kwalificaties geeft aan de zeilende bakvis. Stoer hoor, kleine meisjes uitschelden. Ik zou ook niet meer in Nederland willen blijven.

Kakelkrant van Sprakeloos 49: Homohersteloperaties of hersteloperaties voor homo’s?

Het eerste verstandige woord van dit kabinet is gesignaleerd. Minister Edith Schippers ageert tegen de vergoeding van de zogenaamde homotherapie. Er zijn christelijke verzekerden die hierin geloven, dat mag, maar dan wel zelf betalen vindt de minister. Ik slaak een zucht van verlichting om het eerste niet domme besluit van de minister, maar meteen schiet mij een volgende vraag te binnen.

‘Wie betaalt de schade van de stompzinnige therapie?’ Want wat doet het met homo’s die niet bereikt zijn door ‘uit-de-kast Arie Boomsma’ en dus heftig hun best doen hun ego af te breken om hun christelijke familieleden voor de gek te houden? Wat zijn de gevolgen voor een ‘gearrangeerd’ huwelijk met een leuk Staphorster meisje door een genezen homo? Wie gaat dat betalen?

Zo zijn er wel meer medische vragen die bij me opkomen. Allerlei correcties en verbetering van ‘body en soul’ die niet noodzakelijk zijn, maar wel gewenst. Wie betaalt de hersteloperaties bij mislukte borstvergrotingen? Moet je zelf betalen als je ongewenste tattoos weghaalt? Zo zijn er tal van excessen die individuen aangaan, omdat ze dat opgedrongen krijgen door reclamebeelden of via groepseisen. Wat te denken van het voldoen in de porno-industrie (en hun talloze onwetende volgelingen) als het gaat om penisvergroting of vagina-correcties? Het zal heus wel eens mis gaan. Wie gaat het dan betalen? Moet je een mannelijke pornoster die zo nodig een tienponder in zijn broek wil hebben, later gaan helpen als het mislukt? Eigenlijk wel, want hoe weird ben je in je hoofd om aan een gezond lichaam te sleutelen.

Dus in het geval van de homo’s die geestelijk verminkt worden door een loze therapie, die zullen eigenlijk in genade moeten vallen en een hersteloperatie moeten krijgen door de reguliere GGZ. Of kun je de therapie beter door de overheid laten verbieden als zijnde geestelijke verminking? Ik durf het antwoord niet te geven. Wel weet ik dat na het eerste spaarzame positieve puntje dat minister Schippers bij mij verdiend heeft, meteen weer door het eis zakt, door geen stelling te nemen tegen de zogenaamde homotherapie. Het zal wel wisselgeld voor de SGP zijn.

Mijn filmblik op: Made in Dagenham

UPC biedt ook de mogelijkheid om thuis een filmhuis film te kiezen. Niet geheel op de hoogte van het actuele aanbod, kiezen we Made in Dagenham. Gaat over naaisters in de Fordfabriek die opkomen voor gelijke arbeidsrechten. De film speelt zich af in 1968. Zonder al te veel voorkennis kiezen we deze film omdat het Engels is en sociaal historisch verantwoord. Ik ben niet ontevreden over de keus, alles zat er in voor een genoeglijk avondje filmkijken op je eigen bank.

De jaren zestig hebben onmiskenbaar ook in Dagenham voorzichtig zijn intreden gedaan, als op het naaiatelier van de Fordfabriek de ontevredenheid bij de naaister van autostoelbekleding de ontevredenheid toeslaat. Van het een komt het ander en een vrouwenstaking is het gevolg. In een kleine twee uur komen de man-vrouwverschillen en de sociale verschillen door elkaar te liggen. Het is een inkijkje in de standenmaatschappij van voor Magaret Thatcher. De hoofdrolspeelster, Rita O’Grady (Sally Hawkins) wordt onverwacht gebombardeerd tot stakingsleidster. Ze doorbreekt patronen binnen de fabriek, de vakbonden en uiteindelijk ook de wetgeving. Dit laatste gebeurt als ze bij de Labour staatssecretaris, Barbara Castle (Miranda Richardson) ontboden wordt. En laat ik nu denken, gezien het temperamentvolle karakter van de politica, dat het Margaret Thatcher in haar jonge jaren was. Toen nog met passie voor gelijke rechten. Ik had het mis, maar ik weet dan ook niet zoveel van de Engelse politiek uit die periode, want anders had ik Barbara Castle echt moeten kennen.

Al met al een lekkere Engelse film, met fijne sfeerbeelden uit die tijd die lijken te kloppen. Het verhaal is mogelijk wat dunnetjes, maar dat mag de pret niet drukken. Ik vond het leuk om te zien dat de hoofdrolspeelster niet alleen opkomt voor gelijke rechten, maar ook het masculine vakbondskader aanpakt, lang voordat Margaret Thatcher dat definitief doet met de vakbonden al is dat om heel andere redenen. Ook worden in de echtelijke relatie de puntjes nog even op de i gezet als Rita O’Grady haar welwillende partner te kennen geeft dat gelijke rechten geen privilege zijn, maar een recht.

Genoten. Met mijn filmblik waardeer ik de film met een 7,5

 

MEER FILMBLIKKEN

Kakelkrant van Sprakeloos 48: Het laatste ageren tegen 1-1-4 wansmaak

In een tijd van bezuinigen, waarbij zorg voor ouderen ondanks de PVV(!) niet beter wordt, is geldverkwisting zuur. Dus in de tijd dat er geen geld is voor speciaal onderwijs en kinderen ‘met een smetje’ weggezet worden als verwende blagen. In een tijd dat banken een negatieve rol spelen door de hypotheekverstrekking nog moeilijker te maken voor starters (Henk en Ingrid), dus andermaal de economie om zeep helpen, terwijl hun eigen winsten en premies onverminderd gehandhaafd blijven. In een tijd waarbij Mark Rutte met een ‘barbie-smile’ blijft zeggen dat we allemaal moeten bezuinigen, hebben de mensen die het voor het zeggen hebben zich definitief laten gijzelen door de PVV en in hun kielzog de dierenfundamentalisten van de PvdD.

De caviapolitie is al een tijdje een feit, ik schreef er al eerder over, dat ik me kapot schaam dat volwassen mensen die zich minister mogen noemen 1-1-4 zitten te promoten. Alsof dan alles goed gaat komen in ons land. De grootste promotor van dit gedrocht is Dion Graus die zegt dat de Animal Cops goed zijn om potentiële mishandelaars in huiselijke kring voortijdig op te sporen. Wie was ook al weer die politicus die omgeven wordt met een justitieel smetje op dit gebied? Ik was er zelf niet bij, maar laat ik eens een dooddoener gebruiken, waar rook is, is vuur.

Ik had me erbij neer gelegd dat we verworden zijn tot een degeneratief land met onze Animal Cops. Ik zal deze kennis als een vent dragen. In mijn optiek is het, in tegenstelling tot wat veel dierfundamalisten beweren, niet zo dat de beschaving begint bij welzijn voor dieren. Voor mij is dierenwelzijn vanzelfsprekend, zoals goed onderwijs, zorg en een eerlijke verdeling van de welvaart. Mijn stelling is dat wie zich op een autistische wijze met dierenwelzijn gaat bezig houden, de weg kwijt is geraakt in de menselijke verhoudingen en menselijke communicatie. Zoals ik al zei, ik heb me er bij neergelegd en had me voorgenomen er ook niet meer over te schrijven totdat……

U raadt het waarschijnlijk al, totdat we onze vaderlandse degeneratie ook nog eens gaan promoten via Postbus 51 spotjes. En niet zomaar propaganda voor smakeloosheid, maar smakeloze propaganda voor ons culturele onvermogen. Voor mij is het serieus nemen van de PVV en de PvdD definief onmogelijk. Ook de partijen die dit gedogen, tegen hun politieke geweten in, neem ik niet serieus. Over dit onderwerp kakel ik niet meer tot de volgende verkiezingen. En omdat ik toch nog niet weet op welke partij ik moet stemmen, mag de partij met het meest voor de handliggende bezuinigingsvoorstel, afschaffing van de Animal Cops, op mijn steun rekenen.

Kakelkrant van Sprakeloos 47: Willen we nog polderen, polder dan maar mee!

Polderen is de laatste tien jaar misschien wel het vuigste woord geworden. Sinds Geert Wilders ‘polderen’ bijna net zo erg vindt dan fundamentalistische moslims, durft niemand zich, buiten de theedrinkende Cohen, meer echt een polderkoning te noemen. Dat Geert Wilders eigenlijk de grootste polderaar op rechts is, begrijpt ook iedereen met een beetje verstand. Hij noemt het alleen anders, gedogen. Hij poldert ook wezenlijk anders, want het uitgangspunt bij het oer-Hollandse polderen is dat iederen droge voeten moet houden. Wilders poldert selectiever. Kleinere domeinen worden beter beschermt, met als gevolg dat ook grotere stukken onder water komen te staan. Polderpartner VVD is zeer blij met de inzichten van Geert, want zo kunnen ze toch ongezien Henk en Ingrid te grazen nemen.

Polderen van een andere orde is het socialistische polderen. Emiel Roemer heeft uitgesproken dat een regering met de VVD niet uitgesloten is. Of dat andersom ook zo is, waag ik te betwijfelen. Want immers als de PvdA al als te links wordt weggeschoven door de voormalige liberalen van Mark Rutte, dan vrees ik voor de jongens en meisjes van de SP. Maar Emiel mag van mij dromen en bouwen aan samenwerking, met wie dan ook. Boxmeer kent gelukkig ook zijn polderaars. Ik zag op twitter echter veel heftige reacties passeren. Waarschijnlijk van SP leden die de PvdAers verwende salonsocialisten vinden en wel heel flets afsteken tegen het oorspronkelijke rood.

De fletse kleur van de PvdA is ook wat mij stoort, maar heel erg kwalijk neem ik ze het niet. Het wordt veroorzaakt door de polderwerkzaamheden die de sociaaldemocraten al jaren hebben verricht. Met de poten in de politieke zompige modder staan is geen fraai gezicht. De idealen worden er niet mooier van. Dus Emiel, van mij mag je met de VVD gaan samenwerken. Ik stel het ten zeerste op prijs. Ik voorzie echter twee potentiële scenario’s als het daadwerkelijk tot samenwerking gaat komen. Ik geloof er niet in, maar stel.

Allereest duurt het hooguit drie maanden, laten we de symbolische termijn van 100 dagen noemen, of in de beeldvorming zal de PvdA de socialisten links gaan inhalen. We kunnen dan van linkse sociaaldemocratie spreken en fletse rechtse socialisten. Of de overbodigheid van de SP (of PvdA) wordt aangetoond, want eigenlijk is er geen wezenlijk verschil meer. Het beste is dan fuseren (polderen!) tot een grote linkse volkspartij, die ook wel weer fletse plekken zal vertonen.

Conclusie, Nederland moet polderen of we nu willen of niet. Ook de meer extreme politici moeten er aan geloven, willen ze tenminste macht en invloed verwerven. Emiel, je hebt gelijk, verzet je er niet tegen, lekker flets worden met Mark. Geen woorden, maar fletse daden. En laat die Wilders maar ontpolderen door te gedogen, want in hem zit geen oerdegelijke dijkgraaf.

Was Nederland altijd al zo zwakbegaafd.

Ik heb zojuist het licht gezien, maar ik voel niet verlicht, intendeel. Dit wordt een asgrauw blogje, misschien wel inktzwart. Ik kan het nu nog niet precies aangeven, dat wordt al schrijvende pas duidelijk.

Onder de afwas, de machine is kapot, dus met echtgenote bespreken we de dag, de maatschappij en het leven. Al keuvelend hoor ik mezelf zeggen: ‘Naarmate de sociale verbanden verdwijnen en de sociale desintegratie toeneemt, merk je pas hoeveel zwakbegaafden er eigenlijk zijn.’ Korte stilte, mijn vrouw beaamt mijn woorden, en we keuvelen verder. Zelf denk ik meteen, dit is een blogje, maar hoe? Zoals gezegd, vederlicht zal het niet worden.

Mijn eerste gedachte gaat uit richting onze overgeorganiseerde maatschappij, waarbij we de overheid het liefst zo ver mogelijk weg willen, maar voor ieder smetje verantwoordelijk stellen. De verzorging van wieg tot graf is een utopie die sterk aan het verbleken is. Zeker als je bovenstaande stellingname erbij betrekt, mogen we constateren dat de overheid altijd achter de feiten aan zal hollen. Ik heb het dan over alle in het oog springende beleidsterreinen zoals (speciaal) onderwijs, (geestelijke) gezondheidszorg, politie, justitie en reclassering. Allemaal beleidsterreinen waarin instituties steeds meer te maken krijgen met de ontworteling van zwakbegaafden in onze samenleving.

Onlangs nog werd een voetbalwedstrijd opgeleukt met een mogelijk zwaar onder invloed zijnde Ajacied. Hij bewees dat hij zijn karatelessen niet echt onder controle had, maar grote maatschappelijke consternatie was het gevolg, zijn schuld. De kranten spreken over een man met een IQ van 71. Dat is niet bijster veel voor de steeds complexere samenleving.

Voorbeeldje

Zelf heb ik net een persoonlijke OV-chipkaart besteld voor mijn jongste zoon. Die zou nodig zijn voor het traject dat hij dagelijks reist met een andere vervoerder dan de NS. Volgende week ga ik verder studeren hoe ik via “Mijn Syntus” , waarvoor ik het zoveelste wachtwoord moet gaan onthouden, mijn jongste zoon legaal laat reizen naar school. Ik weet dat het me gaat lukken, maar ik durf te beweren dat ik gezegend ben met een gezond stel hersens. Maar eigenlijk is het gekmakend dat bij zulke basisvoorzieningen al een HBO-niveau gevraagd wordt.

In de gevangenissen zitten, naast de Holleeders, in toenemende mate mensen met een beperkt IQ. Percentages durf ik niet te geven, maar vanuit mijn eigen werkgebied (reclassering) kan ik het bevestigen. Vooral jongens, waarbij hun levensgeschiedenis uitwijst dat scholing weinig soelaas heeft geboden en dat de hulpverlening ook tekort geschoten is. Van deze groeiende groep vragen we steeds meer, terwijl ze keer op keer al bewezen hebben het alleen niet te kunnen. Dus komt er hulp via de instanties die er voor in het leven geroepen zijn. Bijvoorbeeld het speciaal onderwijs!

Gecharcheerde werkelijkheid

Het reguliere onderwijs laat steeds meer uitval zien en een belangrijk deel van die uitval wordt nog weggepoetst omdat mensen met een smetje weggestopt worden naar het speciaal onderwijs. Dat speciale onderwijs puilt uit met ADHD-ers, ASS problematiek en andere uitvallers. We hebben het dan nog niet eens over de grote groep zwakbegaafden, of zwakbeschaafden, zo u wilt. Als zijdelings betrokkene zie ik heel veel goede bedoelingen vanuit het speciaal onderwijs, maar ook heel veel gaat er mis. Hoe leid je jongeren op voor een maatschappij die steeds complexer wordt? Het klaarstomen voor wat, voor een baan die er toch (niet meer) is voor deze groep? En dan de bezuinigingen op het speciaal onderwijs? Dat wordt lachen, mag het reguliere onderwijs er mee aan de slag. Gecharcheerde werkelijkheid? Een klein beetje maar, niet eens zo heel erg.

En we klagen steen en been over de jeugdhulpverlening. Mijns inziens geheel terecht, want hoewel er op papier alles prachtig uitziet, is het vooral een papieren werkelijkheid met lange wachttijden en veel doorverwijzingen. Want in de GGZ is het heel gebruikelijk geworden om via prachtige PR te showen wat ze allemaal kunnen en willen, maar vooral niet doen. Met name de opvang voor de grote groep zwakbegaafden, waarbij uit bezuinigingsoverwegingen de hulp voor de iets minder zwakbegaafden al is verdwenen door een nieuwe definitie te hanteren voor zwakbegaafdheid. Een simpele handeling, namelijk door het IQ naar beneden toe bij te stellen. Een grotere groep jongeren moet zich maar zien te redden in de complexiteit van de samenleving.

Definitie van de GGZ en jeugdzorg anno 2012.

Een complex geheel van instituten die afhankelijk zijn van elkaar, maar waarbij iedere stroomlijning vakkundig vermeden wordt. Immers het belangrijkste doel is het handhaven van de eigen organisatie in dat complex. Juist omdat het zo complex is, lukt dat ook goed want de transparantie is nihil. Het diagnosticeren van geestelijke problematiek is tot in de puntjes geregeld en verworden tot de corebusiness. De vraag naar psychologen, pedagogen en psychiaters neemt alleen maar toe, terwijl dat ten koste gaat van de ‘werkvloer’. Uitgangspunt van een gemiddelde GGZ-instelling: ‘Wij kunnen u niet helpen, want wij hebben het probleem geconstateerd!’

Ik vind het op dit moment nog net niet inktzwart, mijn blogje. Ik stop dus maar. U ziet waartoe een afwassessie met je vrouw toe kan leiden. Mijn eigen scenario, waarbij ik constateer dat er steeds meer ‘dropouts’ ontstaan die steeds minder hulp krijgen. Bezuinigingen alom en een deel van de zorg komt in handen van de gemeenten Hebben zij ineens de kennis van (zwakbegaafde) jongeren in huis? Bovendien, hoorde ik vandaag niet dat de gemeentes met 10% gekort gaan worden?

 

Lichtpuntjes? Misschien zijn de bezuinigingen wel eens goed, dan wordt het onderliggende probleem van sociale desintegratie voelbaar. Of je dat zou moeten willen, vraag ik me af, maar argumenten blijken niet te werken.

Dit stuk is tegelijkertijd verschenen op het themablog over jeugdzorg en het falen ervan.

Kakelkrant van Sprakeloos 46: Het fatsoen van Wilders, hoezee!

De verloedering slaat steeds verder om zich heen. Als je vroeger iets vervelend vond en je hanteerde ‘kloten’ dan kreeg ik op mijn kloten van mijn ouders. Nu zijn de ‘kutten’ niet van de lucht, want emancipatie brengt niet alleen voordelen met zich mee, ook verloedering moet ik constateren. In de VS en Engeland is heel lang het F-woord als een ware plaag bestreden. Als restverschijnsel zien we op tv de onnodige piepjes, een achterhoedegevecht. Fuck is niet alleen in de Engelse taal bijna verworden tot ‘Oxford’ Engels, ook in Nederland ‘fucken’ we er wat af. Moet kunnen anno 2012 constateren we eerder tevreden dan machteloos. Enige jaren terug hadden we ons eigen taboewoord, het H-woord. Het taboe dreigt te verdwijnen, en met de acceptatie van het H-woord is de verloedering weer een stukje verder in onze samenleving.

Maar gelukkig hebben we de hoeder tegen de verloedering nog in ons politieke bestel, want HIJ heeft gesproken. De stekker gaat uit het kabinet als het H-woord nog verder in onze samenleving geïntegreerd wordt. Onze zedenprediker en moralist uit Venlo accepteert het niet. Het H-woord mag niet meer worden uitgesproken, anders is het einde van het gedoogbeleid in zicht. “Het moet godverdomme maar eens afgelopen zijn met de kut-verloedering, ons hele land gaat naar de kloten, blijf met je teringtengels van ons hypotheekrente-aftrek.”

Dat ook het CDA en de VVD eindelijk gaan inzien dat de hypotheekrente-aftrek niet meer houdbaar is in deze vorm in het huidige economische klimaat, mag op zichzelf een wonder heten. Dat Geert Wilders met zijn PVV dit niet accepteert, dat siert de partij. Hiermee wordt maar eens te meer duidelijk dat Wilders geen machtspoliticus is, maar eentje die staat voor waarden en normen. De verloedering moet worden aangepakt, te beginnen met de onaantastbaarheidsverklaring van de hypotheekrente-aftrek. Dat Henk en Ingrid hierbij niet gebaat zijn, doet voor Geert niet terzake, principes zijn principes. Hoeveel extra politie, betere zorg voor ouderen en degelijk onderwijs kan er komen bij een normaal woningmarktbeleid? Of beter gezegd, hoeveel minder kan er bezuinigd worden? Allemaal in het voordeel van de burgers van Nederland, dus ook voor Henk en Ingrid.

Wat als het kabinet valt, wie heeft Geert dan nog als medestanders om het onfatsoen van de afbraak van de hypotheekrente-aftrek te bewaken? Wat doet de PVV als de hypotheekrente-aftrek inderdaad de economische Achilleshiel is van de Nederlandse economie? Geert, fatsoen moet je doen en soms moet daarvoor eerst even een stevige krachtterm vallen, bijvoorbeeld het H-woord.

Route 2012

Een zeurderige hoofdpijn staat ’s morgens gelijk met je op. Even stel je het wakker worden nog uit, je draait je om in de hoop de dag nog even uit te stellen. Tegen beter weten in sluit je je ogen en hoopt dat de vermoeidheid die je in je voelt voldoende is om de achtergrondgeluiden te overstemmen.
“ Nee, niet doen sukkel!”
Een verschrikt gegil komt vanuit de woonkamer waar twee wakkere kinderen na een uur de zondagse plicht van rustig aan doen niet meer kunnen nakomen, de vrije gang naar de koekjestrommel ten spijt.
“Mamma!”
De jongste van het stel gaat zijn gelijk halen bij zijn ouders. De oudste komt er foeterend achteraan om te voorkomen dat een vertekend beeld wordt gegeven van de onenigheid die zojuist heeft plaatsgevonden.
“Gelukkig wordt er mamma geroepen”, bedenk je vals.
De moeder van het stel, die waarschijnlijk een soortgelijk ontwakingsproces heeft doorgemaakt, neemt haar verantwoordelijkheid en stapt zuchtend naast het bed. Jij draait je nog eens om in de hoop dat de moeder inziet dat je de slaap hard nodig hebt. In gedachte zie je het gezicht van de moeder die de kinderen tot kalmte maant. Meewarig hoort ze het relaas van haar kinderen aan, zonder dat het echt tot haar doordringt. Tenslotte zegt ze:
“Pappa slaapt nog. Stil zijn, ik kom er aan.”

Langzaam wordt het stiller in de slaapkamer. Nog eens omdraaien, maar de slaap is definitief verdreven. Zelfs een gelukzalige sluimertoestand zit er niet meer in, al is het maar vanuit een schuldgevoel naar de moeder toe.
Nog een minuut en jij zit op de bedrand en neemt de hoofdpijn duidelijk waar. Een katerig gevoel dat uit ervaring de hele dag zal aanhouden. Slaperig kijk je door een kier van de gordijnen. Het miezert net niet Dat belooft niet veel goed voor de rest van nieuwjaarsdag.
“Zoveel heb ik toch niet gedronken” mompel je nog.
Snel tel je de alcoholconsumptie van de avond ervoor, oudejaarsavond, nog eens na. De conclusie kan niet anders zijn dat je je heel verstandig hebt gedragen voor zo’n avond en met het extra uurtje slaap kan het in ieder geval niet de oorzaak zijn van de hoofdpijn.

Nu was het in het verleden heel gebruikelijk om het nieuwe jaar te starten met een kater. Zeker in je studententijd stond 1 januari garant voor een verschrikkelijke kater. Rond een uur of twaalf ging de wekker omdat verplichtingen je richting het ouderlijke huis regisseerde. De repeteerwekker zorgde er wel voor dat je om half één echt naast je bed stond. Wakker was je niet en je drukte je zwartwit-teeveetje maar eens aan. Als een soort automatisme wist je nog vanuit je opvoeding dat bij de eerste januari de walsen van Strauss horen. De Radetsky-mars van Strauss-jr. dirigeerde je naar de gezamenlijke douche op de studentenflat. Na een half uur onder een stevige straal water te hebben gestaan, strompelde je weer naar je kamertje waar inmiddels te levendige geluiden vanuit Garmisch-Partenkirchen een andersoortige eerste januari lieten horen.

Ook na je studententijd is de viering van oud en nieuw nog heel lang het moment geweest om geconfronteerd te worden met de wonderlijke wereld van het alcoholgebruik. Dat lijkt al weer jaren geleden.
Het katerige gevoel is echter een terugkerend fenomeen dat iedere nieuwjaarsdag je weer overvalt, zo ook vandaag. Het is natuurlijk het opzien tegen het nieuwe jaar die in zijn volheid voor je ligt. Een jaar met nieuwe ambities en goede voornemens, nieuwe pogingen om ledigheid, vet en nicotine te pareren en een schier oneindige lijst van zaken die nog moeten gebeuren.

Het ideale één januari-gevoel is als een mooie winterwandeling in versgevallen sneeuw, waarbij iedere stap een ferme afdruk achterlaat. Iedere pas is zuiver en goed en gezamenlijk laten de passen een spoor achter zoals jij die vooraf gepland hebt. Je kijkt tevreden om en je kunt doorgaan met het zetten van nieuwe passen. De werkelijkheid is echter anders. Je trekt je oude schoenen weer aan die bevuilt zijn van het afgelopen jaar. En met de eerste passen zie je dat het vuil in de maagdelijke sneeuw achterblijft en de moed zakt je in de oude schoenen. Schoenen die weliswaar het beste zitten, maar smerig. Vuil van het leven dat geleefd moest worden.
De ervaring leert dat wanneer je maar lang genoeg wandelt, de sporen steeds zuiverder worden en je het vuil achter je kunt laten.

Eén januari, even slikken en wandelen maar. Na een week is route 2005 een vanzelfsprekendheid geworden.

Een ieder een fijne wandeling toegewenst dit jaar.

Geschreven in 2005, maar ieder jaar weer van toepassing, dus ook voor 2012.

Het lot van de familie Meijer door Charles Lewinsky

Eerlijk is eerlijk, ik heb bijna twee maanden gedaan over het boek ‘Het lot van de familie Meijer’ van de auteur Charles Lewinsky. Normaliter is dat geen reclame voor een boek. In dit geval is dat zeker niet het geval. Door tijdgebrek en andere omstandigheden, had ik niet de mogelijkheid door te lezen. Te veel onderbrekingen bij een boek is vaak de doodsteek om het einde te behalen, soms zelfs voor niet eens onaardige boeken. Ondanks het feit dat ik soms maar een paar bladzijden las, vlak voor het slapengaan, heeft Charles Lewinksy me tot het einde toe weten te boeien. Door zijn manier van schrijven wist ik de ‘film’ dag in, dag uit levendig te houden. Ik zou willen beweren dat voor mij Lewinsky zo’n goede schrijver is dat je je als lezer niet eens zo’n ‘grote regisseur’ hoeft te zijn, om de literaire pareltjes tot een prachtig filmisch geheel te laten vervloeien.

Het lot van de familie Meijer

Charles Lewinsky

uitgeverij Signatuur/Utrecht

2007

Dat wist ik eigenlijk al van Lewinsky, want eerder had ik ‘De verborgen geschiedenis van Courtillon‘ ook verslonden.Wat ik het meest bewonder in ‘het lot’ van Lewinksy dat hij de grote en kleine verhalen zo moeiteloos met elkaar weet te verbinden. Het grote verhaal is natuurlijk de familiegeschiedenis van de Joodse familie Meijer in Zwitserland tegen de achtergrond van de (wereld)geschiedenis. Dit is in zijn geheel een prachtig epos geworden dat de lezer een goed beeld geeft van wijdverbreide anti-joodse gevoelens, ook buiten het latere oorlogsgebied gedurende beide wereldoorlogen. Als lezer werd ik meegenomen in menselijke overlevingsdrang, psychologische lotverbondenheid van de personages onderling en met hun eigen tijd.

Echter het meest genoten heb ik van het vermogen van de schrijver om in ieder episode en met ieder tafereel een levendige voorstelling te maken. De optelsom van al deze kleine verhalen, eenakters en filosofische beschouwingen maken het een gigantisch boekwerk.

 Om mijn positieve waardering beter onder woorden te brengen geef ik een aantal voorbeelden.

p.537 e.v. Een heel ingetogen beschrijving van Arthur Meijer en zijn nicht Désiree Pomeranz, beide vrijgezel op dat moment, hoe zij gezamenlijk af en toe de maaltijd gebruiken. Magnifiek beschreven, mogelijk totaal niet van belang voor het grote verhaal, maar een heerlijkheid van enkele bladzijden.

p.536 De schrijver werpt de vraag op wat je van elkaar bent als je geen vriend noch vijand van elkaar bent, wat ben je dan wel als er toch lotsverbondenheid is? Hij beschrijft het aan de aan van de lotsverbondenheid tussen Hillel Rosenthal en een arme boerenzoon met nationalistische sympathieën. Ze zijn klasgenoten van elkaar.

p.538 Een prachtig citaat, dat in mijn optiek heel eigentijds geïnterpreteerd kan worden:

‘Aan de andere kant van de grens, slechts een paar kilometer van Zürich vandaan, was de wereld uit zijn voegen gerukt, de cafépolitici waren van de stamtafel naar de regeringsbanken verhuisd en publiceerden hun grot-geschut-leuzen nu als wetsteksten.’ Wat moet ik hier nu verder nog over zeggen?

p.579-580 Rachel Kamionker, ook nog vrijgezel, spreekt met vluchteling Grün uit Duitsland op het dak van een stadswoning. In twee pagina’s wordt de onderliggende (aanstaande) relatie tussen beide beschreven maar ook de lijdensweg van joodscaberetier Grün en tevens een college wat humor is.

Er is zoveel op literair, psychologisch, historisch en filosofisch gebied veel te genieten van het boek en ook in zeer hoge dichtheid aanwezig, zodat geen enkele bladzijde verveelt. In het begin moest ik een beetje wennen aan de grote hoeveelheid Jiddische uitspraken. Verder blijft minimaal één vraag bij mij achter. In het hele boek komt een oom Melnitz voor, die heb ik nog niet echt kunnen plaatsen. Is dat het geweten, een fictieve biechtvader van de familie of wel de naamgeving van het lot van de familie Meijer? Ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar een boek mag ook geheimen vasthouden voor mij.

Mijn beoordeling voor dit boek is een: 8,5

Voor alle andere Sprakeloos boekervaringen, volg de link